Een digitaal belletje doen rinkelen in de verpleegkunde

Benoit Mores is expert bij de Landsbond van Onafhankelijke Ziekenfondsen en lid van de Overeenkomstencommissie Thuisverpleegkunde. Daarnaast is hij editorial board member van de European Journal of Cardiovascular Nursing.

 

Vandaag kijken we met verstomming naar het slagveld in Oekraïne en de Krim. Deze plek was meermaals het slachtoffer van conflicten. In al die ellende brandt soms het licht van hoop en vooruitgang. Tijdens de Krimoorlog in de jaren 1850 bedacht Florence Nightingale er het vernuftige idee van de verpleegsterbel. Vandaag is het voorwerp een dagelijks gebruikt laagtechnologisch toestel op elke verpleegafdeling en in de thuiszorgsituatie.

 

De uitvinding van de grondlegster van de moderne verpleegkunde realiseerde de communicatie op afstand tussen de patiënt en de verpleegkundige. In heel de wereld nam het principe ingang. Niemand trok de meerwaarde van deze technologische innovatie in twijfel. De praktiserende verpleegkundigen begrepen onmiddellijk de meerwaarde voor de warme zorgrelatie met de patiënt. In zijn elektrische vorm droeg dit communicatiecircuit bij aan het prestige van de verpleegeenheid. Verpleegkundigen waren trots dat zij konden reageren op de noden van de patiënt zelfs al waren ze niet in zijn directe omgeving aanwezig.

 

Vandaag associëren we de oproep met de bel van een patiënt eerder met beelden aan het front. “Betty, die op kamer 248 is al 10 minuten aan het wachten. Ik zit hier met een bloedbad, want Marcel heeft zijn infuus uitgetrokken.” De hoopvolle associatie van weleer staat in schril contrast met de hedendaagse offensieve metafoor aan het bed van de patiënt. Onderbestaffing in zowel de intramurale verpleegeenheden als de thuisverpleegkunde zijn een deel van de verklaring. Onvoldoende investeringen in nieuwe communicatie en digitalisatie is dat evenzeer. Technologie omarmen zou nochtans kunnen bijdragen in meer tijd voor de zorg bij de patiënt.

 

Sinds de introductie van de verpleegsterbel en de technologische vooruitgang, wint zorg en communicatie op afstand exponentieel aan belang. De opvolging van een patiënt met diabetes is daarvan het voorbeeld bij uitstek. De grote investeringen in de ziekteverzekering hebben enorm geloond. De verpleger speelt een cruciale rol. Hij of zij leidt de patiënt geduldig op. De patiënt kan voor zichzelf zorgen. De verpleegkundige krijgt meer tijd voor andere patiënten. Op basis van datastromen kunnen verpleegkundigen vanop afstand veel sneller ingrijpen. Complicaties worden vermeden. De patiënt ervaart een autonomer en meer kwaliteitsvol leven.

 

De gedigitaliseerde toepassingen in de communicatierelatie tussen de verpleegkundige en de patiënt zijn intussen legio. Op basis van telemonitoring bespreekt verpleegkundige Hilde met haar patiënt een aantal vreemde episodes uit zijn pacemakerdata. Zorgcoördinator Jef analyseert sensorresultaten en besluit dat bij Suzanne dringend een extra thuisbezoek nodig is. Ook de elektronische sprekende ‘bloempotbot’ Tessa houdt de patiënt op de hoogte van zijn medicatieschema en de thuisverpleegkundige begeleidt waar nodig.

 

Kortom, de verpleegkundige en de patiënt zijn al dagelijks aan de slag met de nieuwe technologie. Net als in de diabeteszorg groeit digitale zorg op afstand ook in andere zorgdomeinen. De actieve verpleegkundige begrijpt dat net als de verpleegsterbel, de gedigitaliseerde zorg op afstand geen bedreiging maar net een springplank naar een warme zorgrelatie is. Nu moeten ook de regelgeving en de financieringsmodellen volgen. Laat ons 150 jaar na de bel niet wachten op nieuwe conflicten noch crisissen om voor onze patiënten en verpleegkundigen in de mogelijkheden van warme menselijke communicatie, digitalisatie en educatie te investeren.


Juridische vragen en antwoorden #9 – 2024

Heb je nood aan een juridisch antwoord op maat? Dit is gratis voor leden van NETWERK VERPLEEGKUNDE. Je stelt je vraag eenvoudigweg via juridisch.advies@netwerkverpleegkunde.be en de juridische adviesgroep NETWERK VERPLEEGKUNDE gaat voor jou op zoek naar het antwoord.

Mogen verpleegkundigen op spoed zorg weigeren als ze bedreigd worden door patiënten of familie?

“In welke mate mogen verpleegkundigen op de spoedgevallendienst zorg weigeren als zijzelf of anderen bedreigd worden door patiënten of familie?”

Antwoord:

De eigen veiligheid primeert, ook bij het verlenen van hulp aan personen in nood. Dit staat beschreven in Art. 422bis SW: ‘Met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met geldboete van vijftig tot vijfhonderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die verzuimt hulp te verlenen of te verschaffen aan iemand die in groot gevaar verkeert, hetzij hij zelf diens toestand heeft vastgesteld, hetzij die toestand hem is beschreven door degenen die zijn hulp inroepen. Voor het misdrijf is vereist dat de verzuimer kon helpen zonder ernstig gevaar voor zichzelf of voor anderen.’

Zolang de eigen veiligheid in gevaar is door verbale of fysieke agressie, wordt geen hulp verleend maar wordt wel een beroep gedaan op bevoegde diensten, zoals security. Als het nog kan, wordt dit duidelijk gemaakt aan de patiënt en/of de familie en kan gevraagd worden dit gedrag te stoppen om hulp te kunnen krijgen. Veel (spoedgevallen)diensten beperken ook de begeleiding tot één of twee bezoekers per patiënt, die af en toe kunnen afwisselen. Dit wordt aangekondigd in het huishoudelijke reglement van het ziekenhuis, in de opnamebrochure en/of op affiches.

Moet een stage-instelling kledij voorzien voor stagiairs?

“Moet de stage-instelling de kledij voorzien voor stagiairs verpleegkunde/zorgkundige?”

Antwoord:

Stagiairs vallen onder dezelfde arbeidsvoorwaarden als gediplomeerden. Als de zorginstelling verplicht is werkkledij te voorzien voor het personeel, geldt dit ook voor stagiairs. Dit is het geval voor wie werkt in zorgfuncties. Bovendien moet de instelling niet enkel instaan voor het leveren van de kledij, maar ook voor de hygiëne (wassen volgens de voorschriften, onderhoud).

Het KB 06/07/2004 verbiedt expliciet dat de werknemer zelf kledij aanschaft, reinigt, onderhoudt en mee naar huis neemt, tenzij bij wisselende arbeidsplaatsen of als er geen gezondheidsrisico’s zijn.

Eist de onderwijsinstelling dat studenten/leerlingen de kledij van de school dragen, moet ze met de stageplaatsen afspreken om aan de genoemde voorwaarden te voldoen.


Een handige app om koolhydraten te tellen en beweging bij te houden

Met de gratis Koolhydraatteller-app van de UCLL, ondersteund door de Diabetesliga en het UZ Leuven, krijgen personen met diabetes er een handig hulpmiddel bij. De app laat hen toe voor elke maaltijd de hoeveelheid koolhydraten te tellen om zo hun insulinedosis nauwkeuriger te bepalen. Daarnaast dient de app als dagboek voor activiteiten en gebeurtenissen. Denk aan sporten, een stressvolle dag, een hypo, … UCLL-onderzoeker-lector Erika Vanhauwaert legt uit wat de app zo uniek maakt.

Mensen met diabetes die een insulinepomp of -pen gebruiken, moeten weten hoeveel koolhydraten ze binnenkrijgen bij een maaltijd. Dat is lang niet zo evident. Nochtans is koolhydraten tellen belangrijk om de insulinedosis erop af te stemmen. “Zo ontstond het idee voor de Koolhydraatteller-app”, licht UCLL-onderzoeker Erika Vanhauwaert toe. “In België bestond geen gelijkaardige app specifiek gericht op mensen met diabetes. Buitenlandse tools zijn niet toegespitst op onze samenleving. Dus zochten we zelf een oplossing. Voor de lancering, in maart dit jaar, voerden we samen met het UZ Leuven een gebruikersevaluatie uit naar hoe gebruikers de app ervaarden. Op basis van hun feedback werd de app nog bijgestuurd.”

Eigen porties, eigen terminologie

Niet alleen de Belgische producten zijn een troef van de Koolhydraatteller-app, ook de begrippen en portiegroottes zijn geënt op de voedingsmiddelen zoals ze in België gebruikt worden. “Onze app haalt informatie uit de Belgische voedingsmiddelentabel (NUBEL) en is aangevuld met merkproducten en een eigen samengestelde sportvoedingsdatabank, vooral gericht op duursport. De terminologie, hoeveelheden en eenheden zijn volledig afgestemd op wat courant is in België”, vertelt Erika. De koolhydraten zijn uitgedrukt in gram koolhydraten of koolhydraatruilwaarden (1 KHRW of 12,5 gram koolhydraten). Polyolen worden niet meegerekend. “Dat maakt onze app vrij uniek. Daarnaast geeft de tool energie in kcal en suikers, eiwitten en vetten in gram weer. Als gebruiker zoek je ofwel een product in de voedingsdatabase, scan je een barcode of geef je eigen recepten of maaltijden in, zoals je typische ontbijt. Vind je een bepaald product niet, dan kan je een mailtje sturen om het toe te voegen.”

Patronen herkennen

Wat de app bijzonder maakt, is dat je als gebruiker een dagboek kan bijhouden van activiteiten en gebeurtenissen. Dat laat toe de impact ervan op je suikerspiegel na te gaan. Ging je sporten? Had je een hypo? Deed je intensieve huishoudelijke taken? Was je een avond op restaurant? Die bijkomende informatie helpt de gebruiker patronen herkennen. Erika: “De app is bedoeld als ondersteuning van het dagelijkse diabetesmanagement, zowel voor mensen die pas de diagnose kregen als zij die er al langer mee vertrouwd zijn. We hebben de tool zo compleet en praktisch mogelijk gemaakt, zonder complex te zijn. Het tijdstip waarop je iets logt, kan je aanpassen, zodat je duidelijk ziet wat je op een gegeven moment at en wat het effect op je bloedsuikerspiegel was.” De app zelf geeft geen advies of patronen. Maar met de rapporten die je downloadt, kan je hiermee zelf aan de slag.

Een gebruiker kan de informatie uit de app halen in een Excel- of pdf-bestand en dit tijdens een consult delen, als hij hiermee instemt. “Zo is de app een handig hulpmiddel voor diabeteseducatie. Je krijgt als gebruiker meer inzicht in de hoeveelheid koolhydraten van de producten die je gebruikt. Als zorgverlener krijg je meer inzicht in de leefgewoonten van de persoon met diabetes en kan je gerichter advies geven.”

Momenteel bevat de app zo’n 10.000 producten en is hij al zo’n 7.200 keer gedownload. Een aantal ziekenhuizen startte het gebruik ervan op. “De app voldoet aan alle GDPR-vereisten. We zien geen informatie over wie de app gebruikt. Wel weten we dat nog maar weinig mensen de tool verwijderden. Onze voedingsdatabase zal in de toekomst alleen maar verder uitbreiden en dus nog beter aansluiten bij de noden van mensen met diabetes.”

De app is beschikbaar in Google Play en in de App Store. Meer info: www.koolhydraatteller.be en www.voeding.ucll.be. Heb je vragen, feedback of suggesties ? Stuur ze gerust door naar: digitaaldagboek@ucll.be.


“Ik mag in mijn twee handjes wrijven met zo’n team”

Je las het wellicht al in een van de vorige magazines of wie weet ontmoette je er één tijdens De Week van de Verpleegkundigen in Oostende: we hebben nieuwe Parels van Verpleegkundigen. Naar goede gewoonte zetten we hen en hun team hier in de kijker. Thuisverpleegkundige Sarah Liddicott bijt de spits af. “We zetten met z’n allen de puntjes op de i voor de beste patiëntenzorg.”

Thuisverpleegkundige Sarah Liddicott coördineert een team van vier medewerkers in en rond Erpe-Mere. Haar collega’s nomineerden Sarah als Parel van een Verpleegkundige, maar ook omgekeerd heeft zij alleen maar lof voor haar teamgenoten. Sarah: “We zitten een voor een op dezelfde lijn. Gedrevenheid en een open communicatie tegenover elkaar en onze patiënten zijn de rode draad in onze werking. Doordat alle neuzen in dezelfde richting staan, werken we heel goed en heel graag samen. Ik mag in mijn twee handen wrijven met zo’n gemotiveerde equipe.”

Elkaar versterken

Dit team mag dan wel klein en gezellig zijn, alle medewerkers bezitten heel waardevolle expertise. Zo zijn er onder andere specialisaties in wondzorg en palliatieve zorg. “We hebben heel veel aan elkaar. Zowel op het vlak van kennis als voor praktische beslommeringen springen we voor de anderen in de bres en versterken we elkaar. Iedereen in het team is ontzettend betrokken. We hebben het beste met de ander voor en dat uit zich in warme, gedetailleerde en continue zorg.”

Om die kwaliteit van zorg te garanderen vergaderen Sarah en haar collega’s regelmatig. “Iedereen kan ideeën of ergernissen bespreken. Willen we dingen veranderen, dan gebeurt dat steeds in overleg. Samen bereiken we de beste resultaten. En elk kwartaal koppelen we daar een lekker etentje aan om eens gezellig bij te praten over de grote en kleine dingen in het leven.”


“De verschillende uitdagingen blijven me boeien”

We zetten graag de mensen achter de werkgroepen in de kijker. Wie zijn ze en waar komt hun passie voor verpleegkunde vandaan? Patricia Decoster (52 jaar) is verpleegkundige bij Vorming, Training en Opleiding binnen de Zorggroep Sint-Kamillus en lid van de werkgroep Begeleidingsverpleegkundigen.

Waarom ben je verpleegkundige geworden?

Bij de keuze voor mijn studies wou ik ofwel zorgen voor jongeren, als leerkracht, ofwel zorgen voor ouderen. Het is dat tweede geworden en na mijn bachelor verpleegkunde heb ik nog een jaar psychiatrische verpleegkunde bijgestudeerd. Na mijn stage op de afdeling acute gerontopsychiatrie in Zorggroep Sint-Kamillus kon ik er aan de slag.

Wat boeit je in je job?

De uitdagingen en verschillende domeinen in de zorg. Het is jammer dat je niet van alles kan proeven als verpleegkundige. In mijn carrière koos ik altijd voor een nieuwe uitdaging eens ik het gevoel had de job helemaal onder de knie te hebben. Door lid te zijn van NETWERK VERPLEEGKUNDE zag ik ook de uitdagingen in het beleid en heb ik veel contact met collega’s. Na een periode als hoofdverpleegkundige, werk ik vandaag op de dienst Vorming, Training en Opleiding en ben ik vrijwilligerscoördinator.

Wat is een belangrijke eigenschap van een verpleegkundige?

Flexibiliteit en out-of-the-boxdenken. In onze opleiding leren we veel technische zaken en studeren we hoe een mens in elkaar zit, maar elke persoon is uniek. Elk ziektepatroon heeft andere symptomen en een verschillend verloop. Je moet leren om dat te integreren in je theoretische model en dat in de praktijk om te zetten. Creativiteit is daarin erg belangrijk.

Wat zijn de mooie momenten op de werkvloer?

Dat is absoluut de connectie met mensen. Als vrijwilligerscoördinator ontvang ik vrijwilligers, zoek goeie matches en begeleid hen verder. Ook in mijn huidige job is het een meerwaarde om patiënten en bewoners te betrekken. We doen dit door bijvoorbeeld samen met een bewoner onze startende studenten te onthalen.

Zijn er ook minder fijne momenten?

De uren en wisselende shiften als verpleegkundige zijn moeilijk te combineren met een gezin. Mijn echtgenoot staat ook in de zorg. Gelukkig hadden we een goed netwerk om de kinderen op te vangen wanneer dat nodig was.

Wat zijn de uitdagingen voor vandaag en morgen voor verpleegkundigen?

We moeten shiften van zorg in ziekenhuizen en residentiële settings naar zorg thuis en in de gemeenschap. Iedereen is mee in het idee dat zorg aan huis belangrijk is, maar een evenwicht vinden in de financiën tussen thuiszorg en residentiële zorg is een grote uitdaging.

Wat doe je in je vrije tijd?

Naast tijd doorbrengen met mijn gezin en mijn huisdieren is het altijd fijn er even tussenuit te zijn. Uitwaaien aan zee of gaan wandelen in de Ardennen om de dagelijkse verantwoordelijkheid van een job in de zorg los te laten: mijn man en ik hebben er allebei deugd van.


Juridische vragen en antwoorden #8 – 2024

Heb je nood aan een juridisch antwoord op maat? Dit is gratis voor leden van NETWERK VERPLEEGKUNDE. Je stelt je vraag eenvoudigweg via juridisch.advies@netwerkverpleegkunde.be en de juridische adviesgroep NETWERK VERPLEEGKUNDE gaat voor jou op zoek naar het antwoord.

Mag een patiënt gefixeerd worden aan een brancard?

“Volgens bepaalde politiemensen zou een patiënt niet mogen gefixeerd worden aan een brancard. Klopt dit?”

Antwoord:

Als het gaat over de fysieke beveiliging van de patiënt of omgeving maakt dit deel uit van de verpleegkundige handelingen, namelijk ‘Maatregelen ter voorkoming van lichamelijke letsels: fixatiemiddelen, isolatie, valpreventie, toezicht.’ (K.B. 18/06/1990). Dit is een B1-handeling dus de verpleegkundige kan dit autonoom beslissen en uitvoeren op basis van een procedure van de dienst die zeker ook het juiste gebruik van de middelen en de observatie bevat. Die moet de veiligheid waarborgen en letsels voorkomen. Het gebruik van metalen handboeien van de politie moet vermeden worden tenzij er geen andere oplossing mogelijk is.

Gaat het om de uitvoering van een bestuurlijke of gerechtelijke maatregel door de politie, dan worden de procedures van de politie gevolgd maar moet overlegd worden om de nodige medische behandeling en veiligheid van de patiënt mogelijk te laten.

Is het hoofd van het verpleegkundige departement in een ziekenhuis ondergeschikt aan de medische directeur?

“Is het hoofd van het verpleegkundige departement binnen een ziekenhuis ondergeschikt aan de medische directeur? Blijkbaar staat dit in de wetgeving van 1989 en 2006?”

Antwoord:

Het KB van 14 december 2006 bepaalt de plaats van het hoofd van het verpleegkundige departement: ‘Het hoofd van het verpleegkundige departement is rechtstreeks hiërarchisch afhankelijk van de directeur, zoals bepaald in het organogram van het ziekenhuis.’ Dit betreft de algemeen directeur, over de medische directeur wordt hierin niet gesproken.

De Gecoördineerde ziekenhuiswet van 10 juli 2008 regelt in art. 23 de structuur van de verpleegkundige activiteit: ‘In ieder ziekenhuis moet de verpleegkundige activiteit gestructureerd zijn. Ieder ziekenhuis omvat: 1) een hoofd van het verpleegkundige departement, die verantwoordelijk is voor de organisatie en de coördinatie van de verpleegkundige verzorging in het kader van het verpleegkundige departement en die, onverminderd de bepaling van artikel 8, 2) de dagelijkse leiding heeft over de ziekenhuisverpleegkundigen, de zorgkundigen en het ondersteunende personeel van de gehele inrichting. Het hoofd van het verpleegkundige departement wordt benoemd en/of aangewezen door de beheerder, na advies van de directeur en van de hoofdarts.’

Deze laatste bepaling is ingevoegd in 2016. Art. 24 stelt wel: ‘Het hoofd van het verpleegkundige departement werkt nauw samen met de hoofdarts met het oog op de realisatie van de in § 1 gestelde doelstelling.’ Uiteraard moeten beiden samenwerken maar er is geen hiërarchisch of ondergeschikt verband.


“Niet gewoon doen, maar echt iets betekenen”

We zetten graag de mensen achter de werkgroepen in de kijker. Wie zijn ze en waar komt hun passie voor verpleegkunde vandaan? Filip Vandaele (50 jaar) is IT-manager in vzw zorg-saam en lid van de werkgroep ICT4Care.

Waarom ben je verpleegkundige geworden?

Ik ben een sociaal beestje en was van jongs af aan getriggerd door mensen. Vooral door personen in een kwetsbare positie die het mentaal moeilijker hadden. Voor hen wilde ik iets betekenen. Mijn oudere zus volgde een opleiding verpleegkunde en ze inspireerde mij, dus volgde ik haar voorbeeld. Weliswaar met een duidelijk doel: ik zou psychiatrisch verpleegkundige worden.

Wat boeit je in je job?

Al werk ik nu in een managementfunctie, ik kom nog dagelijks op de werkvloer en zou het niet anders willen. Zo hou ik contact met de basis om van daaruit het beleid vorm te geven. Via opleidingen, gesprekken en goede voorbeelden versterken we ons zorgpersoneel. Het leukste vind ik dat ik vanuit mijn functie zorginnovaties op de werkvloer mag introduceren. Het team gaat er vervolgens mee aan de slag. Op basis van hun succeservaringen kiezen we welke tools we al dan niet integreren. Zo lopen er nu projecten met slimme luiers, een taalapp en virtual reality.

Wat is een belangrijke eigenschap van een verpleegkundige?

Competent zijn. Het woord verpleegkunde bevat niet voor niets de term ‘kunde’. Evidencebased werken, je durven afvragen waarom je bepaalde dingen zus of zo aanpakt en vooral niet gewoon doen, maar echt iets betekenen. Dan maak je het verschil. Daar mogen we fier op zijn.

Wat zijn de mooie momenten op de werkvloer?

Het lijkt misschien eenvoudig, maar ik ben vaak verrast over de creatieve, toffe activiteiten. Als je ziet hoe tevreden de bewoners zijn, dat maakt me gelukkig. Het hoeft niet groots te zijn. Onlangs heetten enkele bewoners mij welkom aan de ingang van hun wzc, dat raakte me. We mogen nooit vergeten dat wij de gasten zijn en dat zij hier wonen. Als ze met trots en een brede glimlach hun deuren openstellen, dan weet je: we zijn goed bezig.

Zijn er ook minder fijne momenten?

Jammer genoeg botsen we hier ook tegen de arbeidsschaarste aan. Vaak kunnen we niet kiezen uit verschillende sollicitanten, maar moeten we tevreden zijn dat er iemand is. Maar die persoon past soms niet bij onze manier van werken, daar moeten we alert voor zijn. Ook het overjuridiseren vind ik moeilijk. In de plaats van juridische procedures gaan we beter een opbouwend gesprek aan. Dat lijkt me een logischere gang van zaken.

Wat zijn de uitdagingen voor vandaag en morgen voor verpleegkundigen?

We mogen niet bang zijn voor de hervormingen in de sector. Vanuit onze nieuwe rol moeten we het overzicht bewaren en durven delegeren naar nieuwe profielen. Als kundige in een evidencebased rol geven we zo de zorg krachtig vorm.

Wat doe je in je vrije tijd?

Zoals ik eerder zei ben ik heel sociaal, dat uit zich ook in mijn vrije tijd. Ik zing in het koor Plicae Vocalis in Deinze. Daarnaast hou ik van wandelen en koken, en ik ontvang heel graag bezoek bij mij thuis. Een bezige bij, dus.

Wil jij ook lid worden van de werkgroepen of Regionale Netwerken van NETWERK VERPLEEGKUNDE? Schrijf je in met een mailtje naar info@netwerkverpleegkunde.be.


Mijn laatste werkdag

Yvette H. werkte tijdens haar volledige loopbaan op de dienst geriatrie van het AZ Diest. 30 juni 2024 was haar laatste werkdag. Vandaag geniet ze van haar pensioen, maar niet zonder afscheid te nemen van haar collega’s met deze pakkende brief.

Als het werk een spel was, startte ik nu aan het laatste level. Ik wil wel doorwerken, maar dat kan mijn baas niet betalen. Ik ben volledig klaar voor het volgende, laatste hoofdstuk van mijn leven.

Beste collega’s,

Als jullie deze brief vinden, zullen sommigen niet verrast zijn. Mijn allerlaatste, want nu scheiden onze wegen. Ik wilde niet zomaar verdwijnen zonder een boodschap na te laten. Ik wil jullie wat richtlijnen meegeven om mij met de allerbeste zorgen te omringen wanneer dat ooit nodig zou zijn. Dus hou hem heel goed bij en – beter nog – bewaar hem in de kluis, en haal hem te gepasten tijde van onder het stof.

  • Schud regelmatig mijn kussens op.
  • Laat pyjamabroek aan want anders is het te koud.
  • Bedsokjes aan in de winter.
  • Absoluut geen fixatie.
  • Niet wassen voor negen uur.
  • Wassen met lekker warm water en zeep, geen opgewarmde washandjes.
  • Kijk erop toe dat ik niet geobstipeerd geraak, want lavementen zijn vervelend.
  • Leg mij op een privékamer zodat ik rustig tv kan kijken en zet de koers op.
  • Praat tegen mij en maak grapjes ook al weet ik het niet meer.
  • Verleng mijn leven op het einde niet nodeloos.
  • Laat mij niet lijden voor al het onrecht dat ik jullie heb aangedaan.

Dan zeg ik nu al ‘bedankt’. Want ik laat jullie achter met een hart vol dankbaarheid. Voor alle momenten met een traan, maar vooral die met een brede glimlach om de gekste dingen. Ik neem een koffer vol herinneringen mee.

Lieve collega’s, steun elkaar in goede, maar vooral in slechte tijden Dat is hard nodig om dit zware beroep vol te houden. Het is soms leuk en interessant, soms spannend en uitdagend, en ook zeer vermoeiend. Waardeer de kleine dingen, zoals een glimlach of een dankjewel. Deel jullie kennis, want die is er om te delen. Vergeef, want iedereen maakt fouten en dat is oké. Zorg voor elkaar, zoals we voor onze patiënten zorgen.

Bedankt voor de steun, de vriendschap en de onvergetelijke momenten. Ik wens jullie tot slot nog heel veel succes met het vinden van een nieuwe collega die net zo leuk is als ik.

Het ga jullie goed, dierbare collega’s.

Nog een laatste warme knuffel en ik … ik ga met PENSIOEN!

Yvette H.


Betere interactie tussen jonge patiënten en zorgpersoneel

Het kinderziekenhuis van het UZ Brussel KidZ Health Castle heeft een ietwat ongewone naam, toch geeft die exact weer wat de zorginstelling nastreeft. KidZ Health Castle brengt namelijk alle zorg voor kinderen en tieners samen op één locatie en focust op het behouden van de gezondheid van de patiënt. Daarnaast zet de afdeling sterk in op de betrokkenheid van de omgeving en plaatst ze de patiënt zoveel mogelijk in zijn natuurlijke setting.

In het KidZ Health Castle staat de patiënt centraal. Je vindt er alle zorg terug die een kind of tiener nodig heeft tijdens een behandeling. Dat maakt het voor de patiënt een stuk aangenamer en is ook voor het medische personeel efficiënter. “We proberen de werking van intensieve zorg naar neonatale, kinderpsychiatrie, ambulante zorg en daghospitalisatie zoveel mogelijk bij elkaar te bundelen en met één team te besturen. Ons multidisciplinaire team omvat dan ook artsen, verpleegkundigen, diëtisten, logopedisten, kinesitherapeuten, psychologen, …”, vertelt prof. dr. Inge Gies, diensthoofd van het KidZ Health Castle. “Onze gespecialiseerde pediatrisch geschoolde verpleegkundigen weten hoe ze met jonge patiënten en hun familie moeten omgaan. Ze zijn in staat een kind op zijn gemak te stellen en de eventuele pijn en angst weg te nemen. Voor de behandelende arts betekent dit een tijdswinst.”

Het woord ‘Health’ is een belangrijk element in het KidZ Health Castle. Het kinderziekenhuis focust niet alleen op een kind gezond maken, maar ook gezond houden. Prof. dr. Gies: “Hier willen we nog meer op inzetten via secundaire preventie. Zo gaan we patiënten met een bepaalde aandoening screenen zodat ze geen bijkomende aandoeningen ontwikkelen. Denk bijvoorbeeld aan een kind met obesitas. We willen andere mogelijke complicaties zoveel mogelijk beperken. Dat reikt verder dan louter het medische. We hebben aandacht voor het psychosociale functioneren van de patiënt en betrekken zijn omgeving.”

De Appeltuin

Naast de medische zorg zet het KidZ Health Castle volop in op een healing environment. “We trachten stress zoveel mogelijk te reduceren bij de patiënt en de naasten. Bijvoorbeeld door het gebruik van een VR-bril of de projectie van beelden, om een patiënt af te leiden of te kalmeren. Tegelijk streven we ernaar de patiënt in een vertrouwde setting te laten”, aldus prof. dr. Gies.

De Appeltuin speelt hier perfect op in. Deze ruimte binnen het kinderziekenhuis biedt een speel- en klaslokaal, en heeft een volledig ingerichte buitenruimte met tuin. “Kinderen spelen hier of volgen les en ontsnappen zo aan de traditionele ziekenhuissetting. Ouders komen hier tot rust”, vult coördinerend hoofdverpleegkundige Bart Troyckens aan. “Het is een laagdrempelige manier om zorg aan te bieden en om ouders te laten participeren in de zorg van hun kind. Door patiënten en hun naasten hier naartoe te brengen, verbetert de interactie met het zorgpersoneel. Dat creëert openheid en leidt tot een betere samenwerking. Ook binnen het zorgteam. Kinderen komen spelenderwijs in contact met de behandelende zorgprofessional waardoor ze minder angst en stress ervaren, en we makkelijker tot hen doordringen. Het stelt ons in staat om als team samen met de ouders naar oplossingen te zoeken en zo de best mogelijke zorg aan te bieden op maat van het kind.”

In de toekomst wil het KidZ Health Castle de werking van de Appeltuin ook beschikbaar maken voor patiënten in isolatie en doortrekken naar de ambulante zorg in daghospitalisatie. Troyckens: “Voor een paar pathologieën gaan de consultaties nu al door in de Appeltuin waardoor het multidisciplinair overleg een stuk vlotter verloopt. Door kinderen uit de context van het ziekenhuisgebeuren te halen en samen te brengen met lotgenoten, bereik je echt betere resultaten.”


“Onze glimlach werkt aanstekelijk”

Met z’n achten zijn ze, de thuisverpleegkundigen van het Wit-Gele Kruis van team Brasschaat. Alle teamleden nemen een eigen buurt voor hun rekening. Door deze efficiënte werking en een goede onderlinge communicatie garandeert het team de beste zorg. Behalve patiëntendossiers delen ze ook een onmetelijk enthousiasme voor hun beroep. Verpleegkundigen Jelle en Melissa vertellen met trots over hun team.

Brasschaat is een grote gemeente met heel wat inwoners. Dat betekent ook een groot aantal patiënten voor het team van het Wit-Gele Kruis in deze regio. Verpleegkundige Jelle van de Riet vertelt: “De afdelingsleiding deelt patiënten in volgens ligging en maakt dan verschillende toeren op. Bij de organisatie van zo’n toer komt heel wat kijken. We willen dat patiënten zo vaak mogelijk verzorgd worden door de vaste verpleegkundige. Dat creëert rust, duidelijkheid en vertrouwen, zowel voor hen als voor ons.”

Collega Melissa Cristaldi springt bij: “Hoewel we elk afzonderlijk op pad zijn, vormen we een hechte groep. Je staat er niet alleen voor. We hebben tweewekelijks een patiëntenoverleg waar we onze successen of bezorgdheden bespreken. Daardoor komen we samen tot oplossingen of een aanpak waar we gezamenlijk mee aan de slag gaan.”

De Brasschaatse zusterkes

Om de verbondenheid in het team te bevorderen, hebben de collega’s een WhatsApp-groep: De Brasschaatse zusterkes. Daarin delen ze vooral informele zaken. “Onlangs had een collega een operatie. Via deze weg staken we haar regelmatig een hart onder de riem. We vragen elkaar om hulp op drukke of moeilijke momenten en laten weten waar er wegomleggingen zijn. Alles wat elkaars werk comfortabeler maakt. Of we maken de anderen lichtjes jaloers met onze vakantiefoto’s”, lacht Melissa.

De gemeenschappelijke factoren in de hele groep zijn volgens Jelle de deskundigheid en het onmetelijke enthousiasme. “Soms zijn er patiënten die aanvankelijk liever niet geholpen willen worden. Maar na het eerste bezoek van een van ons, ontvangen ze ons later met een grote glimlach. Ze zien ons graag komen. En wij hen, natuurlijk.”