Bouwstenen voor een positief lichaamsbeeld
Een op de vier jongeren kampt met een negatief lichaamsbeeld. Dit beeld wordt al heel vroeg gevormd en heeft een grote impact op hun welzijn en toekomst. Het boek ‘Het lichaam leren omarmen’ biedt waardevolle inzichten en praktische adviezen voor zorgprofessionals om jongeren te ondersteunen. Ook als verpleegkundige speel je een sleutelrol in het bevorderen van een gezondere relatie tussen jongeren en hun lichaam.
25 procent van de jongeren worstelt met een negatief lichaamsbeeld. Bewustwording over het lichaam begint in de kindertijd, het lichaamsbeeld kan dan al onder druk staan. De omgeving speelt hier onder andere een rol in. Denk aan onschuldig bedoelde opmerkingen over de kloeke billetjes van een kind of de negatieve bijklank van ‘je wil toch niet dik worden?’ Ook de invloed van sociale media op het lichaamsbeeld is niet te onderschatten. “De constante vergelijking met onrealistische beelden leidt vaak tot gevoelens van onzekerheid”, vertelt Jolien De Coen, één van de auteurs van het boek, klinisch psychologe en onderzoeker aan de Universiteit Gent. “Daarnaast zijn jongeren die geconfronteerd worden met een veranderd lichaamsbeeld door ziekte of medische behandelingen kwetsbaar. Deze veranderingen kunnen hun zelfvertrouwen en lichaamsacceptatie onder druk zetten.”
Alert zijn voor signalen
Jongeren kunnen een obsessie ontwikkelen om slanker te willen zijn door bijvoorbeeld overmatig te sporten of strikte diëten te volgen om aan een ideaalbeeld te voldoen. Hierdoor lopen ze het risico op eetstoornissen. Sombere emoties, gevoelens van schaamte en het vermijden van sociale of lichamelijke activiteiten zijn eveneens veelvoorkomende uitingen van een negatief lichaamsbeeld. Deze gedragingen en gevoelens beïnvloeden hun fysieke gezondheid en hun psychische welzijn. “Als verpleegkundige is het goed de signalen te kennen en eventueel te capteren”, vult co-auteur Sandra Verbeken aan, docente klinische ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Gent. “Uiteraard verwijs je patiënten waar je je zorgen om maakt door naar gespecialiseerde hulp. Toch kan je ook zelf het verschil maken. Naast empathisch luisteren en jongeren laten merken dat ze gehoord worden, is het voor de verpleegkundige belangrijk om aandacht te hebben voor de manier van communiceren over het lichaam. Communicatie gericht op de functies, vaardigheden en kwaliteiten van het lichaam helpen om meer veerkracht op te bouwen.”
Praktische tips
Een holistische benadering, waarin we samenwerken met psychologen en andere experts, maakt dat zorg voor jongeren nog beter wordt afgestemd. In dat kader ontwikkelden Jolien en Sandra samen met Juliette Taquet, Jakke Coenye, Lien Goossens en Eva Van Malderen het boek ‘Het lichaam leren omarmen. Therapeutische technieken voor een gezonder lichaamsbeeld bij kinderen en jongeren’. Verpleegkundigen kunnen jongeren aanmoedigen om trots te zijn op wat hun lichaam kan en hoe dit bijvoorbeeld bijdraagt aan zelfzorg en de communicatie met anderen. Jolien: “Lichaamsbeeld gaat niet alleen over hoe je eruitziet, maar ook over wat je lichaam allemaal kan: de zintuigen, het bewegen en het functioneren van organen. Dit bewustzijn kunnen we vergroten door hen daarover positief te benaderen of door zelf een rolmodel te zijn, bijvoorbeeld. In dit boek bieden we concrete handvaten voor zorgprofessionals om hierover het gesprek aan te gaan met kinderen, jongeren en hun ouders, en technieken die ingezet kunnen worden bij een negatief lichaamsbeeld of als aanvulling bij de behandeling van eetstoornissen. Bewust omgaan met de impact van woorden en samenwerken met anderen maken alvast een wereld van verschil.”
AI waarschuwt voor eetbui of bingedrinken
Wat als je smartphone of je smartwatch je kon vertellen wanneer je het risico loopt op een eetbui of om te bingedrinken jij daardoor tijdig maatregelen kan nemen? Nieuw onderzoek van de Mind-Body Research groep van de KU Leuven en de Universiteit van California in Berkeley verduidelijkt de omstandigheden die deze events veroorzaken bij mensen met boulimia nervosa en een alcoholgebruikstoornis.
Onderzoekers van de Mind-Body Research groep van de KU Leuven en de Universiteit van California in Berkeley volgden 120 patiënten tijdens een periode van twaalf maanden. Naast hun eet- en drinkgedrag bestudeerden ze ook verschillende emotionele, gedrags- en contextuele factoren aan de hand van de experience sampling methode (ESM). Die houdt in dat de deelnemers hun gedrag en ervaringen verschillende keren per dag rapporteren – in dit geval acht keer op specifieke dagen in de week.
De oorzaak achterhaald
Uit de analyse van die gegevens – gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Psychological Medicine – bleek dat er verschillende voorspellers zijn voor eetbuien en bingedrinken. De belangrijkste waren het tijdstip van de dag en het ervaren van een drang om te eten of drinken. Ook sociale context en emotionele factoren spelen een belangrijke rol. “Deze inzichten zijn een belangrijke stap voorwaarts in het begrijpen en aanpakken van de complexiteit bij boulimia nervosa en alcoholgebruikstoornis”, vertelt onderzoeker Nicolas Leenaerts (KU Leuven). “Door gebruik te maken van artificiële intelligentie kunnen we beter voorspellen wanneer eetbuien en bingedrinken zullen optreden en effectiever ingrijpen.”
Wat betekent dit voor patiënten?
De inzichten uit het onderzoek maken namelijk just-in-time adaptieve interventies mogelijk. Die interventies bieden ondersteuning wanneer de patiënt die het meeste nodig heeft. Wanneer je een app gebruikt om je emoties en gedrag te rapporteren, kan een algoritme de risico’s voorspellen en een waarschuwing versturen, afgestemd op de situatie waarin je je op dat moment bevindt. Die aanpak kan de effectiviteit van behandelingen voor boulimia nervosa en alcoholgebruikstoornissen aanzienlijk verbeteren.
Ook uit de studie blijkt dat de sociale context en emotionele toestand van patiënten significant verschilde bij eetbuien en bingedrinken. Positieve emoties en bepaalde sociale situaties bleken bijvoorbeeld meer voorspellend voor bingedrinken, terwijl negatieve emoties nauwer verbonden zijn met eetbuien. Context is dus cruciaal. Leenaerts: “Dit inzicht stelt ons in staat tussenkomsten te ontwikkelen die niet alleen op tijd komen, maar ook contextueel relevant zijn en rekening houden met de emotionele toestand van patiënten.”
Vertrouwen op je buikgevoel? Een goed idee
Durf jij aandringen op een bijkomend onderzoek als je het gevoel hebt dat er iets niet klopt? Of handel je puur volgens objectieve feiten? Onderzoekers van de UAntwerpen lieten verpleegkundigen hun buikgevoel definiëren en onderzochten hoe accuraat dat gevoel was in de uiteindelijke diagnose of behandeling. Wat blijkt? Het fingerspitzengefühl van onze verpleegkundigen zou wel eens het verschil kunnen betekenen.
Onderzoekers van de Universiteit Antwerpen[1] onderzochten hoe betrouwbaar het buikgevoel van verpleegkundigen is in vergelijking met klassieke methoden om te voorspellen of een patiënt sterk zal achteruitgaan of zelfs zal overlijden binnen de 24 uur. Het onderzoek vond plaats in twee Belgische ziekenhuizen. Het richtte zich op hoe verpleegkundigen hun buikgevoel definiëren en in hoeverre dit betrouwbaar is als voorspellend instrument.
De klassieke methode om de toestand van een patiënt te monitoren maakt gebruik van de National Early Warning Score (NEWS). Die is gebaseerd op vitale parameters zoals hartslag, bloeddruk en lichaamstemperatuur. Als een aantal van deze waarden afwijkt, wordt er ingegrepen, bijvoorbeeld door een arts op te roepen. Deze methode heeft een voorspellende waarde van 0,83 op een schaal van 0 tot 1, waarbij een score van 0,80 of hoger als goed wordt beschouwd.
Patronen herkennen vanuit expertise
Het onderzoek toonde aan dat het buikgevoel van verpleegkundigen een voorspellende waarde had van meer dan 0,95. Dat is aanzienlijk hoger dan de klassieke methode. Een verpleegkundige voelt soms aan dat er iets mis is, nog voordat het objectief waarneembaar is. Dit buikgevoel is vorm van patroonherkenning gebaseerd op zowel medische kennis als praktijkervaring. De onderzoekers identificeerden negen parameters die verpleegkundigen kunnen gebruiken bij hun beslissingen. Het gaat bijvoorbeeld over een veranderd reactievermogen van de patiënt, een veranderde mimiek en een zichtbare verandering in huidskleur of gedrag. Zodra er vijf parameters aanwezig zijn, is een belangrijke achteruitgang in de toestand mogelijk.
Doordacht handelen
Hoewel het onderzoek veelbelovende resultaten laat zien, is er nog veel meer onderzoek nodig. Factoren zoals bias en onderlinge verschillen tussen ziekenhuizen moeten bijvoorbeeld in rekening gebracht worden. Het onderzoek pleit daarom voor een combinatie van de klassieke methode en het fingerspitzengefühl van verpleegkundigen voor de beste zorg. De kern van de zaak? Luisteren naar je buikgevoel kan levens redden. Spreek erover met je team.
[1] Predicting patient deterioration by nurse intuition: The development and validation of the nurse intuition patient deterioration scale. Filip Haegdorens, Carolien Wils, Erik Franck, e.a. International Journal of Nursing Studies. Elsevier June 2023.
Groeien meisjes nog na hun eerste menstruatie?
Vrouwen hebben het zelf meegemaakt: ontluikende borstjes, het prille schaamhaar, maar ook buikpijn, kramp, geen eetlust en ‘s avonds die craving naar zoet. Dat alles vaak met de nodige gemengde gevoelens: enerzijds schaamtegevoel en verwarring, anderzijds trots en vreugde in het besef aan de drempel van iets nieuws en groots te staan. En net in die periode wordt nog maar eens een groeispurt ingezet. In de volksmond wordt nochtans gezegd dat meisjes stoppen met groeien zodra ze hun maandstonden krijgen. Maar is dat wel zo?
Erfelijke en etnische factoren
De lengte van de ouders is een sterke voorspeller van de uiteindelijke lengte van een kind. Lange ouders krijgen dus eerder lange kinderen. Bovendien worden jongens gemiddeld langer dan meisjes en Aziatische kinderen zijn doorgaans kleiner dan bijvoorbeeld Europese kinderen.
Gezondheid en voeding
Of het kind gezond is en een adequate voeding met voldoende eiwitten en calorieën krijgt, is dan weer belangrijk voor de aanmaak van hormonen en optimale groei. Zo zijn calcium, vitamine D en ijzer essentiële nutriënten in de botontwikkeling.
Levensstijl
Regelmatige lichaamsbeweging stimuleert de productie van groeihormonen en draagt bij aan een gezonde botontwikkeling. Extreem intensief trainen, vooral bij sporten zoals ballet en turnen, kan de groei bij meisjes dan weer vertragen. Blootstelling aan straling zoals langdurig kijken naar tv en computer of een smartphone gebruiken, beïnvloeden onze diepe slaap net als stress en emotionele problemen. En laat slaap net het moment zijn waarop het groeihormoon geproduceerd wordt.
Groeihormoon
Dat groeihormoon is een eiwit dat door de hypofyse, de hormoonproducerende klier onderaan de hersenen, wordt aangemaakt. Het heeft directe invloed op de groei en indirect ook op de andere groeifactoren. Zo wordt in de lever IGD-I(Inyul-like-Growth Factor) aangemaakt, dat – net als het groeihormoon – kraakbeen laat omzetten in botweefsel en zo de botten langer maakt.
Geslachtshormonen jagen de groeispurt aan
Kinderen groeien niet alleen door groeihormoon, maar ook door geslachtshormonen die vooral tijdens de puberteit worden geproduceerd. Daardoor vindt de grootste groeispurt plaats vanaf het begin van de puberteit, op een gemiddelde leeftijd van 10,5 jaar. Dit kan verschillende jaren duren.
De groeispurt vertraagt na de eerste menstruatie
De menarche of eerste menstruatie vindt gemiddeld plaats op 13,1 jarige leeftijd. Meisjes kunnen dan gemiddeld nog enkele centimeters per jaar groeien. Door de groei van de eierstokken wordt oestrogeen aangemaakt. Dit hormoon speelt een cruciale rol in de sluiting van de groeischijven in de botten. Groeischijven zijn kraakbeenachtige gebieden aan het einde van de lange botten, waar nieuwe botcellen worden aangemaakt, waardoor ze langer kunnen worden. In een eerste fase stimuleert oestrogeen de groei, maar aan het einde van de puberteit – tussen 16 en 18 jaar – leiden ze tot de sluiting van de groeischijven en is het kind volgroeid.
Maar ze groeien wel nog?
Meisjes groeien wel degelijk nog na hun eerste menstruatie. Sterker nog: ze bereiken hun volwassen lengte ongeveer één tot twee jaar erna. Ze groeien nog 20 centimeter na de start van de puberteit. Na de eerste maandstonden komt daar gemiddeld nog 5 tot 7,5 centimeter bij.
Bronnen:
Pubertal Development and Behavior: Hormonal and Neurobiological Interactions** – Dit werk onderzoekt de interacties tussen hormonale veranderingen en lichamelijke groei tijdens de puberteit, inclusief de groei na de eerste menstruatie.
Susman, E. J., Dorn, L. D., & Schiefelbein, V. L. (2003). *Journal of Adolescent Health*.
De kracht van helemaal niets doen
We zijn de hele dag bezig: of we nu thuis een was insteken, gaan sporten en snel wat mailtjes beantwoorden, of op het werk van patiënt naar dossier naar volgende patiënt gaan. Zodra we onze ogen ’s ochtends openen, lijkt het alsof iemand ‘Actie!’ in onze oren roept. Actie wordt gezien als iets goeds. We zijn allemaal druk bezig en daar zijn we trots op. Maar is druk zijn wel hetzelfde als in actie zijn? En is rust niet ook noodzakelijk?
Je hebt druk en je hebt druk druk. Soms zit je dag vol taken en bezigheden, en heb je ’s avonds niet het gevoel iets bereikt te hebben. Els Dejonghe, holistisch coach en performer: “Druk druk wordt gezien als succes. Veel mensen zijn in actie omdat ze denken dat het zo hoort. Maar is dat zo? Kunnen we niet veel kwalitatiever leven als we bewuster kiezen voor onze acties? Door mij die vraag te stellen kwam ik uit op effectieve actie. Daarbij ga je na welke actie aansluit bij je visie en je waarden. De opzet is om de kennis van wat je moet doen te combineren met hoe je dat het beste aanpakt. Daardoor ben je niet zomaar druk bezig, maar koppel je actie aan een doel.”
Totale rust
Effectieve actie betekent dat je momenten van activiteit bewust kan afwisselen met rustmomenten. Ontspanning is essentieel als je een bepaald doel wil bereiken. Els: “We hebben veel nood aan echte rust. Vandaag vindt onze ontspanning vaak plaats voor een scherm, maar dat is geen echte rust. We hebben de neiging om continu prikkels op te zoeken. Het is goed om dat ook bewust te kunnen loslaten. Zo creëer je helderheid over wat voor jou echt belangrijk is: door helemaal aanwezig te zijn in het moment – zelfs al is dat maar tien minuten per dag. Jammer genoeg zijn we dat volledige nietsdoen kwijt geraakt.”
Een goede manier om totale ontspanning te bereiken is meditatie, al bestaan daar veel misvattingen over. “Mensen denken dat ze nergens aan mogen denken en compleet stil moeten zitten. Dat is moeilijk als je hoofd blijft teruggaan naar je takenlijst die afgevinkt moet worden. De kunst is om gedachten te observeren, voorbij te laten waaien en er geen actie rond te ondernemen. Dat is effectieve ontspanning.”
Een simpele techniek
Zelf raadt Els de bodyscan aan als een eenvoudige manier om aanwezig te zijn in het moment, in rust te gaan en een opening te maken voor zelfreflectie. Daarbij scan je je lichaam van onder tot boven en geef je aandacht aan elk plekje. Voel je je tenen? Hoe voelt het contact met de vloer waarop je voeten staan? Je observeert je lichaam zonder moeite te doen. Els: “Het is een heel simpele methode die veel mensen al kennen. Wat ik er krachtig aan vind, is dat je het overal kan doen. Zelfs als je bijvoorbeeld op de tram staat te wachten. Door het regelmatig te doen, creëer je rust. Je lichaam is de sleutel om in het moment te zijn, want er is geen gisteren of over een uurtje. Je lichaam is altijd in het nu en door daarop te focussen kan je hoofd dat voor tien minuten ook.”
Holistisch coach Els Dejonghe is tijdens verschillende intermezzo’s aan het werk te zien tijdens de Week van de Verpleegkundigen.
Moet je je verantwoorden als je bewust kindervrij wil zijn?
Is het egoïstisch om bewust geen kinderen te willen of net een verstandige beslissing? De ene persoon wil de verantwoordelijkheid niet dragen, de ander geeft niet graag zijn vrijheid op of vindt het ongepast in de huidige maatschappelijke context van overbevolking en klimaatopwarming. Wat je reden ook is, kinderloos door het leven gaan is een vrije keuze die gerust uit de taboesfeer mag.
Voor het merendeel van de bevolking is het ouderschap een evidentie. Kies je er overtuigd voor om geen kinderen te hebben, dan kan je beslissing op onbegrip stuiten. Nochtans hebben tal van mensen gegronde redenen om niet aan kinderen te beginnen. En zelfs zonder reden, is niet iedereen vrij om te beslissen hoe je je leven vormgeeft?
Overweeg je vraag
Wat meteen opvalt als het over het onderwerp ‘kindervrij door keuze’ gaat, is dat vrouwen zich doorgaans veel meer moeten verantwoorden dan mannen. Alsof bij hen de biologische klok luider tikt. Vrouwen krijgen te pas en te onpas de vraag voorgeschoteld of ze al kinderen hebben en indien niet, wanneer dan wel. De sociale druk vanuit de maatschappij ligt hoog. De persoon die deze vragen stelt, staat vaak niet stil bij de mogelijke achterliggende redenen. Misschien spreek je iemand aan die wel kinderen wil, maar bij wie het niet lukt omwille van vruchtbaarheidsproblemen of een ziekte. Misschien maakte de persoon een heftig trauma mee in zijn kindertijd, zijn recente zwangerschappen eerder misgegaan of is het een overtuigde keuze vanuit ideologische overwegingen. Hoe dan ook, wees je bewust van wat je vraagt en overweeg vooraf of je gesprekspartner er wel op zit te wachten dat jij dit onderwerp aansnijdt.
Andere invulling
De meest voorkomende redenen om bewust kindervrij te blijven, zijn:
- Je wil je vrijheid behouden.
- Jij en/of je partner hebben geen kinderwens.
- Kinderen opvoeden kost veel tijd, energie en geld.
- De combinatie werk en kinderen is te moeilijk.
- Je hebt geen behoefte aan kinderen.
- Kinderopvang is niet makkelijk te regelen.
Vaak wordt verondersteld dat koppels zonder kinderwens later spijt zullen krijgen van hun beslissing. Toch blijkt dit niet zo te zijn. Zij geven een andere invulling aan hun leven, bijvoorbeeld door veel te investeren in hun job of hobby’s. Het stigma dat zij egoïstisch zijn of nooit een volwaardig bestaan kunnen leiden, is dan ook compleet achterhaald. Het is niet aan de buitenwereld om over iemands kinderwens te oordelen.
Adem in, adem uit
Ademen: we doen het allemaal zonder erbij stil te staan. Tenzij een verkoudheid je met je verstopte neus op de feiten drukt natuurlijk. Dan merk je de impact van je adem op je algemene welzijn. Ook de snelheid waarmee je ademt en het aantal keer dat je het per minuut doet, beïnvloeden hoe je je voelt. Zes ademteugen per minuut zouden de heilige graal tot ontspanning zijn.
Zes keer per minuut ademen is het ideaal, of toch volgens de bestseller ‘Intermittent Living’ van gezondheidscoach Siebe Hannosset. Een snelle berekening leert ons dat elke ademhaling tien seconden moet duren. Probeer het gerust even: het voelt erg traag. Dat bevestigt ook Gezondheidspsycholoog Ilse Van Diest van de KU Leuven op Radio 1. “Het vraagt van de meeste mensen wat oefening om op dit tempo te ademen, maar het is zeker haalbaar. Wanneer je je ademritme gebruikt om stress of angst te verminderen, raden we aan om je inademing korter te maken dan uitademing.”
Optimaal ritme
Wetenschappelijk onderzoek zegt dat je hartslagvariabiliteit bij dit ritme optimaal is. Door langzaam en diep adem te halen, wordt een ontspanningsrespons in onze hersenen geactiveerd. Daardoor bereik je een diepere staat van relaxatie dan bijvoorbeeld bij passieve mindfulness-oefeningen. Het verlaagt je bloeddruk en vergroot je controle over je longen. Trager ademen heeft dus zowel fysieke als mentale voordelen. Toch raadt Ilse niet aan om elke ademhaling tien seconden te laten duren. Het is niet de bedoeling om altijd ontspannen te zijn. Als je met iemand praat, fietst, staat te koken of zwanger bent, zal je vaker ademhalen. De situatie vraagt dat van je lichaam.
Op de schoolbanken
Je kan niet leren om in elke situatie automatisch traag te ademen. Je ademhaling is voor een groot stuk automatisch gereguleerd, en gelukkig ook. Zo vergeet je in stresssituaties of in je slaap niet simpelweg te ademen. Wat je wel kan leren is om er aandachtig voor te zijn en op te merken wanneer je ademhaling een loopje met je neemt. Wanneer je gestresseerd of boos bent, bijvoorbeeld. Door op zulke momenten te beseffen dat je snel of oppervlakkig ademt en opnieuw controle te nemen over je ademhaling, kan je je heftige emoties reguleren.
Om je ademhaling te leren controleren, installeer je simpelweg een van de vele apps zoals The Breathing App (iOS, gratis) of Breathe Easy (Android, gratis) op je smartphone en ga je ermee aan de slag. Er zijn ook heel wat cursussen over breathwork op de markt, maar de basis krijg je makkelijk onder de knie. Wil je het grondig aanpakken, dan kan je ook aankloppen bij je kinesitherapeut of psycholoog. Een belangrijke tip geeft Ilse nog mee op Radio 1: “Wees mild voor jezelf als je dit oefent en doe niet te hard je best. Als je te diep gaat ademen op dit ritme, bestaat de kans dat je begint te hyperventileren. Je moet er een comfortabel gevoel bij hebben. Het is niet de bedoeling dat je ademhaling een extra stressfactor wordt.”
Wat doen de seizoenen met je lichaam?
Misschien heb je het zelf al gemerkt: nu de lente voor de deur staat, hebben we meer energie en zijn we vrolijker. Nadat de natuur in de herfst vertraagde en in de winter helemaal een pauze nam, brengt het voorjaar opnieuw leven. Dat is buiten zo, maar ook in onszelf. Alleen zijn we ons daar niet altijd van bewust en verwachten we dat ons lijf het hele jaar door dezelfde uitstraling en vitaliteit heeft. Is dat wel realistisch en wat vertellen de seizoenen ons?
Worden de dagen korter, dan heeft dat een impact op lichaam en geest. Denk maar aan het ‘seasonal affective disorder’ wanneer we onvoldoende daglicht zien in de herfst en winter, en daardoor depressieve symptomen vertonen. In de natuur is het najaar een periode van rust. We kunnen natuurlijk niet als een egels of vleermuizen een winterslaap houden, maar door te vertragen en even naar binnen te keren, leven we toch op het ritme van het seizoen. Zo sparen we energie om in de lente en zomer weer voluit te gaan.
Want eens de langere dagen aanbreken, krijgt ons lichaam signalen om wakker te worden. Letterlijk, je komt makkelijker uit je bed door de stralende zon. De lente betekent meer licht, warmere temperaturen en de start van nieuw leven. Reden te meer om naar buiten te gaan nu het kan. Je maakt nu eenmaal sneller een wandeling in het lentezonnetje dan wanneer de regen met bakken uit de lucht valt. En bewegen maakt gelukkig en gezond.
Vitamine zon
Dat zonlicht goed voor je is, weet je waarschijnlijk al. Door blootstelling aan uv B-straling maakt ons lichaam vitamine D aan. Een belangrijke vitamine voor het behoud van stevige botten en tanden, en voor een goede werking van de spieren en het immuunsysteem. Wist je trouwens dat je haar effectief sneller groeit in de zomer? Ook dat is een gevolg van de hoeveelheid vitamine D in je lichaam.
Langere dagen stimuleren de aanmaak van serotonine, een stof met een stimulerende werking die invloed heeft op je geheugen, stemming, zelfvertrouwen, slaap, emotie, orgasme en eetlust. Deze neurotransmitter speelt dus een belangrijke rol in je geluksniveau. Een boost in serotonine is een boost voor je vrolijkheid.
Ook onze huid verandert in het voorjaar. In de winter droogt je huid uit door (centrale) verwarming en temperatuurswisselingen. Eens de lente aanbreekt, verandert de luchtvochtigheid en wordt onze huid meer blootgesteld aan de zon. Misschien zie je de eerste sproeten al verschijnen? Toch wil dit niet zeggen dat we in de zomer onbezonnen met ons lichaam mogen omgaan. Bij heel hete momenten is het eveneens belangrijk te luisteren naar de signalen van je lijf en zonnebescherming neemt een steeds grotere rol in kankerpreventie in. Geniet dus van de langere dagen, maar neem je voorzorgen waar nodig.
Op het gemak naar het gemak?
Toiletangst, poepangst, parcopresis of psychogenic fecal retention: het verwijst allemaal naar een alledaags maar hinderlijk fenomeen. Vier op tien mensen zou buitenshuis geen stoelgang durven te maken. Het is nochtans een universeel erkende waarheid dat als je moet kakken, je moet kakken. Ga je niet op het moment zelf op die aandrang in, dan kan dat gevolgen hebben. Wat die zijn en hoe we toiletangst de wereld uit kunnen helpen? Dat lees je hier.
Volgens een online onderzoek van een Nederlandse badkamerspecialist zou 41 procent van de mensen lijden aan toiletangst. Vier op tien Nederlanders houdt zijn kleine of grote boodschap liever op, dan buitenshuis naar het toilet te gaan. Maag- en darmspecialist Danny De Looze (UGent) bevestigt dat die cijfers aanleunen bij zijn ervaringen.[1] Echt grote studies zijn er niet naar gedaan, maar volgens De Looze zijn er twee belangrijke redenen waarom we in het openbaar – op het werk, op school of als we simpelweg op reis zijn – onze billen liever dichtknijpen.
Waarom doen we het?
Allereerst vinden we het gênant. We weten diep vanbinnen dat iedereen naar de grote wc moet – zelfs Beyoncé – maar we willen niet dat anderen weten dat wij het ook doen. Een plofje als je ontlasting het wateroppervlak raakt of een zuchtje wind dat meekomt: we houden het liever privé. Moeilijk als je op een toilethokje zit waarvan de schutting van papier gemaakt lijkt. Zeker op scholen is dit een probleem, wanneer kinderen elkaar lastigvallen door onder en over de deuren te kijken.
Een tweede belangrijke reden is de hygiëne. Een toilet dat tientallen bezoekers per dag te verwerken krijgt, blinkt niet altijd uit in netheid. Voeg daar vervelende geurtjes en remsporen in het toilet aan toe, en je drang verdwijnt vanzelf. Sowieso is dit een groter probleem bij meisjes en vrouwen, omdat zij op de pot gaan zitten. Zij hebben dan ook meer last van toiletangst dan mannen.
Een keer je plas of stoelgang ophouden kan geen kwaad, maar wanneer je het herhaaldelijk doet, zijn de gevolgen niet min. Als je de drang voelt om stoelgang te maken maar daar niet op ingaat, verdwijnt de drang. De stoelgang blijft zitten en er wordt vocht aan onttrokken. Daardoor wordt je ontlasting harder en is het moeilijker om een grote boodschap te maken. Je buik raakt opgeblazen door bacteriën die gas produceren, waardoor je winderig wordt. Het resultaat: pijn, constipatie en in sommige gevallen ook aambeien. Hou je je plas op, dan kan dat ook in infecties en plasproblemen resulteren.
Een gedeelde verantwoordelijkheid
Hoe kunnen we toiletangst de wereld uithelpen? Het belangrijkste advies is om altijd naar het toilet te gaan wanneer de aandrang er is. Neem je tijd en schaam je niet: iedereen doet het. Heb je al last van harde stoelgang, probeer dan meer vezelrijke voeding te eten. Laat het toilet ook altijd proper achter voor de volgende persoon: daar dient die wc-borstel voor. Maar het individu kan een probleem niet wegnemen waar vier op tien mensen last van heeft. Het is belangrijk dat er altijd hygiënische toiletten voorhanden zijn, waar we kunnen rekenen op privacy. Zo hebben Japanse toiletten standaard een privacyfunctie, waarbij er geluid afgespeeld wordt zodra iemand op de wc-bril plaatsneemt. Zo hoor je het geluid van water of fluitende vogeltjes wanneer je je gevoeg doet. Is dat niet een pak ontspannender dan de geluiden uit het toilethokje naast je?
[1] https://radio1.be/luister/select/nieuwe-feiten/waarom-hebben-zoveel-mensen-last-van-toiletangst
De menopauze: een alom bekend begrip of een wereld vol misvattingen?
Bijna iedereen in de samenleving associeert de menopauze met opvliegers, maar daar stopt het voor velen. Wat weten we over deze periode die zowat alle vrouwen tussen veertig en zestig jaar meemaken? Is ons begrip over wat de menopauze omvat wel correct? “De menopauze is eigenlijk geen pauze, maar een stop”, vertelt prof. dr. Herman Depypere van het UZ Gent. “Tegelijk kan het ook een tweede start zijn, mits je als vrouw de juiste behandeling krijgt die bijdraagt tot de kwaliteit van leven.”
Laten we alvast een eerste misverstand uit de wereld helpen: de menopauze is niet de periode die voorafgaat aan het uitblijven van de maandstonden. Als vrouw ben je in je menopauze wanneer je twaalf opeenvolgende maanden geen menstruatie meer had. Eenmaal in de menopauze, blijf je in de menopauze tot op het einde van je leven. De periode voor de menopauze wordt perimenopauze of overgang genoemd. Prof. dr. Herman Depypere (UZ Gent) spreekt liever van de transitie: “De menopauze treedt niet van de ene op de andere dag op. Naarmate de eierstokken ouder worden, zitten er steeds minder goede eicellen in, waardoor de hormoonproductie wisselt en de cyclus verstoord wordt. In de menopauze zijn er geen eicellen meer in de eierstokken en valt de hormoonproductie definitief stil. Aanvankelijk verschuiven de maandstonden eens een week, dat is de vroege transitieperiode. Blijven de maandstonden een of twee maanden uit, dan zit de vrouw in de late transitieperiode.”
Juiste diagnose
Van zodra een vrouw een slechtere of mindere hormoonproductie heeft en dus een onregelmatige cyclus, kan ze te maken krijgen met uiteenlopende symptomen zoals warmteopwellingen, hartkloppingen, slecht slapen en stijfheid van de gewrichten. Dit laatste symptoom komt voor bij zo’n zestig procent van alle vrouwen met menopauzeklachten. Algemeen genomen worden de transitieklachten vaak verward met andere aandoeningen. “Er is veel meer aandacht nodig voor de transitie en de menopauze. Zo’n 77 procent van de Belgische vrouwen heeft klachten tijdens hun transitie en tijdens de menopauze. Vrouwen nemen heel wat taken op zich, van het huishouden en de zorg voor anderen tot hun carrière. Door die sandwichfunctie zijn ze vaak overbelast”, vertelt prof. dr. Depypere. “Als ze naar de huisarts stappen, dan associeert die symptomen zoals vermoeidheid of hartkloppingen niet altijd met menopauze. Zorgverleners denken aan overbelasting, overmatige stress of depressie. Soms krijgen deze vrouwen antidepressiva of slaapmedicatie voorgeschreven, terwijl in eerste instantie moet geluisterd worden naar hun verhaal.”
Minder diabetes, kanker of dementie
Volgens prof. dr. Depypere is een betere ondersteuning tijdens de transitie dus essentieel, al stopt het daar niet. “De menopauze duurt soms dertig jaar lang. De impact van het wegvallen van de hormoonhuishouding op het vrouwenlichaam valt niet te onderschatten. Vrouwen hebben na hun transitie meer kans op hart- en vaatziekten, osteoporose en dementie. Dat beïnvloedt hun kwaliteit van leven. Haarverlies, een droge huid, meer rimpels en buikvet hebben een negatieve impact op hun zelfzekerheid. We moeten veel meer inzetten op het voorkomen van deze aandoeningen. Bijvoorbeeld, we weten dat zo’n vijftien procent van de vrouwen drager is van het ApoE4-eiwit, waardoor ze een verhoogde kans hebben op dementie. Bij die vrouwen kan hormoontherapie, waarbij ze natuurlijke hormonen krijgen, een uitweg bieden. Door hormoonbehandeling neemt de kans op hart- en vaatziekten voor sommige vrouwen met vijftig procent af. Is dit daarom de juiste behandeling voor elke vrouw? Zeker niet, maar we moeten wel overwegen wat voor wie mogelijk is. Dit kan alleen door verder te kijken dan een specifiek symptoom op zich en een meer holistische benadering te hanteren.”
Hoe herken je als zorgverlener de menopauze?
Heeft een vrouwelijke patiënt last van een onregelmatige cyclus in combinatie met een of meerdere van onderstaande symptomen, dan kan dit wijzen op de transitie naar de menopauze.
- warmteopwellingen
- slecht slapen
- vermoeidheid
- libidoverlies
- hartkloppingen
- stijfheid van de gewrichten