Alle sociale rechten gebundeld op één website

Het Departement Zorg van de Vlaamse Overheid lanceerde de website rechtenverkenner.be. Daarop vinden mensen die het financieel of sociaal wat moeilijker hebben de weg naar waardevolle informatie over alle mogelijke vormen van ondersteuning, premies en toeslagen.

Denk maar aan werkloosheidsuitkeringen, sociale tarieven voor nutsvoorzieningen, korting op het openbaar verover, schooltoelages, gratis bijstand door een tolk voor doven of slechthorenden, … Het gaat om een overzicht van maar liefst 3.935 sociale rechten in diverse sectoren, waaronder welzijn en gezondheid. De website is voor iedereen vrij toegankelijk en richt zich vooral op welzijnswerkers die zo hun klanten kunnen adviseren.


TikTok brengt Gezondheid & Wetenschap dichter bij jongeren

Samen met ‘dokter Maarten’ maakt Gezondheid & Wetenschap via TikTok gezondheidsinformatie toegankelijker voor jongeren. Via sociale media circuleert nog te vaak foute informatie. Daar wil de organisatie nu tegengewicht aan geven door de doelgroep te benaderen op TikTok. De weetjes van dokter Maarten vind je via tiktok.com/@zoek.gezond.


Wetenschappelijk lezen in zakformaat

Als verpleegkundige is het belangrijk om evidencebased tewerk te gaan. Er zijn heel wat mogelijkheden om op zoek te gaan naar wetenschappelijke bronnen. Maar hoe betrouwbaar zijn wetenschappelijke artikels? Wat zegt de naam van een tijdschrift over het artikel? Hoe interpreteer je de resultaten? Dat wordt eenvoudig uitgelegd in het zakboekje ‘Wetenschappelijk lezen voor zorgverleners’.

Veerle Duprez is diensthoofd van het verpleegkundig expertisecentrum van het UZ Gent. Simon Malfait is zorgmanager in hetzelfde ziekenhuis, klinisch professor aan UGent en lid van de raad van bestuur en van de werkgroep Geestelijke Gezondheidszorg van NETWERK VERPLEEGKUNDE. Samen brengen ze het boek ‘Wetenschappelijk lezen voor zorgverleners’ uit bij Uitgeverij Lannoo. Het is een uitgave in zakformaat, waarin de auteurs zorgverleners op bachelor- en op HBO5-niveau meenemen doorheen het lezen van een wetenschappelijk artikel. De compacte afmetingen en de stap-voor-stapaanpak helpen zorgverleners om de inzichten uit onderzoek toe te passen en te verbinden aan hun eigen werkcontext. Zo waarborgt deze gids een veilige en kwaliteitsvolle zorg, ook door wie geen ervaring heeft met onderzoeksmethoden, statistiek of theorievorming.


Na de hervorming in de verpleegkunde, wat nu?

Het beroep van de verpleegkundige werd afgelopen twee legislaturen ingrijpend hervormd. Alle betrokken partijen – van de overheid over de beroepsorganisaties tot vertegenwoordigers, werkgeversorganisaties en stakeholders uit het werkveld – hebben intensief samengewerkt om het verpleegkundig beroep toekomstgericht te herstructureren. Deze hervorming moet een antwoord bieden op de enorme werkdruk en de grote tekorten in de sector. Wat zijn nu de volgende stappen?

De verpleegkunde heeft haar werk gedaan. De recente hervormingen van het wetgevende kader zijn een stevige basis en een onderbouwd startpunt. Dat is het resultaat van hard werken, sleutelen en overleggen om tot een structureel akkoord te komen. Mits enkele vereenvoudigingen en verduidelijkingen in de wetgeving zijn we ervan overtuigd de komende 25 jaar een antwoord te kunnen bieden op de kwantitatieve en kwalitatieve vraag van het verpleegkundig personeel in ons land en Europa. Maar het zijn niet enkel de verpleegkundigen die met oplossingen moeten komen. We hebben het merendeel gedaan van wat binnen onze mogelijkheden lag. De andere beroepsgroepen, vertegenwoordigers, werkgeversorganisaties en stakeholders in de zorg zijn nu aan zet om hun huis op orde te zetten en stappen te nemen. In de nieuwe verpleegkundige wetgeving zitten mits verdere dialoog en bijsturing op dat vlak heel wat opportuniteiten die deuren kunnen openen voor de algemene zorgsector en die niet noodzakelijk meer financiële middelen vragen.

Verantwoordelijkheid van de volledige zorgsector

Ons land kent een zeer breed zorgaanbod, waar de huidige financiering niet op voorzien is. Daarom worden verpleegkundigen te vaak ingezet in functies en taken waarvoor ze niet opgeleid zijn en waardoor ze hun noodzakelijke vaardigheden niet ten volle benutten. Deze niet­verpleegkundige taken moeten voortaan worden uitgevoerd door ondersteunend personeel. Dat is met de nieuwe wetgeving mogelijk, onder meer door de wettelijke verankering van het gestructureerde zorgteam met de verpleegkundige verantwoordelijk voor de algemene zorg (VVAZ) aan het stuur, met extra delegatiemogelijkheden naar andere zorgberoepen uit de Wet op de Uitoefening van de Gezondheidszorg (WUG) en naar personen in de omgeving van de zorgvrager door de bekwame helper, de mantelzorger en de activiteiten die tot het dagelijkse leven behoren (ADL).

Voortaan heeft de VVAZ meer autonomie, met focus op verpleegdiagnostiek en het bepalen van verpleegkundige zorg door onder meer de mogelijkheid om handelingen te delegeren, verpleegkundige consultaties en verpleegkundige zorgen voor te schrijven. Het doel: door de VVAZ, de basisverpleegkundigen en de zorgkundigen efficiënt en doelmatig in te zetten de workforce optimaal benutten en zo substantieel verhogen om personeelstekorten aan te pakken en de werkdruk te verlagen.

Kortom: de verpleegkundige functies[1] zijn klaar voor de toekomst, de rest van het zorgsysteem dient nu ook te veranderen. Vanuit NETWERK VERPLEEGKUNDE zijn we overtuigd dat dit kan op basis van enkele fundamentele principes.

1.     Verschuivingen om de werkdruk te verlagen

De bijzonder hoge werkdruk in de zorgsector, veroorzaakt door een uitgebreid zorgaanbod en een gebrek aan afgestemde financiering, vraagt om een structurele aanpak om zorg toegankelijk te houden. Cruciaal hierbij is dat verpleegkundigen 24/7 ondersteund worden door logistieke medewerkers, maar ook onderhoudsmedewerkers, medewerkers van patiëntenvervoer, apotheekassistenten en zo meer. Dit naargelang de functie en de noodzaak van de gevraagde hulp. Zo worden de niet­verpleegkundige taken bij de verpleegkundigen verantwoordelijk algemene zorg, de basisverpleegkundige, maar ook bij de zorgkundige weggehaald.

Daarnaast dient ook de 24 uur permanentie door verpleegkundigen te worden verruimd naar andere beroepen. De therapie voor zorgvragers stopt niet aan de muren van zorginstellingen, maar ook niet aan de grenzen van werkshiften. Waarom stoppen behandelingen bijvoorbeeld om 17 uur en wordt de zorg hierna vanzelfsprekend overgedragen aan de VVAZ en de basisverpleegkundigen? De permanente beschikbaarheid van psychologen, kinesitherapeuten, ergotherapeuten, sociaal assistenten, medisch management assistent,… tijdens de weekends en avonden zullen het werk voor verpleegkundigen verlichten. Ook zullen we zo meer tegemoetkomen aan de noden van de zorgvrager en bijgevolg onze samenleving. De zorg valt immers niet stil in het weekend of in de avond.

Zorg verschuift meer en meer over de verschillende sectoren heen. Door de afbouw van de opnameduur vindt veel ziekenhuiszorg vandaag onder meer al plaats in de thuisomgeving en in de woonzorgcentra. Afstemming van beschikbare capaciteit, competenties en specialisaties zal in het kader van deze verschuiving van belang zijn.

Verder merken we hier ook een discrepantie van de financiële middelen op. Zo is de gezinszorg aan huis en het verblijf in een woonzorgcentrum betalend, maar krijgt de zorgvrager voor zorgen van een thuisverpleegkundige geen factuur in de bus, wat de indruk wekt dat deze professionele zorg gratis is. De thuisverpleging moet dringend een nieuw organisatie­ en financieringsmodel krijgen waarin samenwerking, coördinatie van zorg, delegatie, planning van zorg en evaluatie een centrale en betekenisvolle rol krijgen. Zo verlagen we de werkdruk voor de thuisverpleegkundige, krijgt die loon naar werk en wordt er ruimte gemaakt om niet enkel prestatiegericht te werken, maar de noden van de zorgvrager centraal te stellen, door aan preventie, educatie en coaching te doen om zo eventuele (her)hospitalisaties te voorkomen.

Verschuivingen zullen enkel slagen wanneer het onderwijs, zoals op heden, een belangrijke rol opneemt. Onder meer door de coördinatie van taken zoals omschreven in de wet rond het gestructureerde zorgteam te verwerken in het curriculum van de VVAZ. Hiervoor dient dringend het beroeps­ en kwalificatiedossier van de VVAZ en de hierop volgende DLR’s[2] te worden aangepast, zoals in 2023 en 2024 gebeurde voor de basisverpleegkundige. Zo staat de VVAZ sterker in haar schoenen om die coördinerende rol op te nemen, de complexiteit van de zorg te bepalen en om autonomer te werken.

Autonomie kan extra versterkt worden door nieuwe handelingen toe te voegen aan de verpleegtechnische lijst en door zorgvragersdossiers intra­ en extramuraal toegankelijk te maken, over de zorglijnen heen. Daarvoor dienen de digitale platformen zoals Vaccinnet, eHealth, Recip­e, Vitalink, … beter door de verschillende overheden te worden afgestemd en moeten verpleegkundigen onversnipperd toegang krijgen.

2.     Een sterkere stem voor verpleegkundigen

Het aantal patiënten waar één VVAZ of basisverpleegkundige zorg voor draagt (patient-nurseratio) staat omschreven als een belangrijke, beïnvloedende factor voor veilige zorg. Een efficiëntere inzet van verpleegkundigen vereist een patient-nurseratio die voor alle zorginstellingen voortaan op instellingsniveau wordt bepaald en niet meer op het huidige afdelingsniveau. Dit zal meteen de vrijheid bieden aan zorginstellingen om hun personeel gedifferentieerder in te zetten en lokaal de patient-nurseratio af te stemmen in functie van de noodzakelijke zorgvraag.

Om dit gevrijwaard te laten verlopen zijn inspraak en aanwerving van verpleegkundigen op de verschillende echelons van het beleidsniveau van zorginstellingen onontbeerlijk[3]. Door overleg en samenwerking op niveau van de hoofdverpleegkundige, het verpleegkundige middenkader en de directeur van het verpleegkundig departement samen met de medische diensthoofden en hoofdartsen kunnen het essentiële zorgaanbod en de hieraan verbonden zorgtaken op een constructieve manier worden afgesproken. Zo kan ook de ziekenhuisfinanciering beter afgestemd worden op de realiteit en de wezenlijke zorgvraag. In die hervorming moeten verpleegkundigen op ziekenhuisnetwerkniveau en eerstelijnszones betrokken worden zodat zorg­ en financieringsbeleid aansluiten bij de beschikbare capaciteit en specialisatiedomeinen van artsen en verpleegkundigen.

3.     Groei en ontwikkeling stimuleren om uitstroom te voorkomen

Er is de voorbije legislatuur sterk ingezet op een toekomstvisie voor de zorg. Die staat onder meer genoteerd in het rapport Toekomstagenda voor het werken in de zorg. Het biedt een referentiekader om zorgpersoneel te erkennen, te stimuleren en zo de uitstroom te voorkomen. Dit kan door in eerste instantie de nodige mankracht en ruimte te voorzien voor permanente vorming en innovatieve projecten met aandacht voor technologie in de zorg. Specifieke aandacht dient hierbij te gaan naar omgaan met agressie op het werk.

Wie financiering zegt, denkt aan de nomenclatuur die gerevalueerd moet worden, zeker in functie van de toenemende complexiteit en zwaarte van zorg.

Wie financiering zegt, denkt ook aan IFIC. Nieuwe functies zoals de basisverpleegkundige en de verpleegkundig specialist moeten dringend ingeschaald worden. Voor de reeds bestaande gespecialiseerde verpleegkundige functies dient op korte termijn een herweging binnen IFIC, naargelang hun competenties en verantwoordelijkheden, tot uitvoering te worden gebracht. De huidige procedures voor herweging binnen IFIC zijn ontoereikend om tegemoet te komen aan de tijdgebonden verwachtingen van de werknemers in de betrokken zorgsectoren.

Een juridische verankering van de functie van gespecialiseerde verpleegkundigen dient dringend te gebeuren, zodat specifieke voorwaarden worden gebetonneerd en specialisaties vlotter kunnen worden erkend.

Verder dient de financiële ongelijkheid op twee niveaus te worden weggewerkt. Het Nederlandstalig onderwijs ontvangt sinds 2019 geen subsidies voor het opzetten van de opleidingen die leiden tot specialisaties (BBT/BBK[4]) binnen verpleegkunde. In het Franstalig onderwijs is dit wel nog het geval, waardoor verpleegkundigen hier kunnen inschrijven aan verlaagde tarieven in vergelijking met de Nederlandstalige verpleegkundigen.

Het tweede niveau van financiële ongelijkheid heerst tussen de aanspraak op premies verbonden aan de BBT/BBK in de Vlaamse en de federale zorginstellingen. In 2019 werd de premie afgebouwd in beide sectoren, in 2022 werd deze beslissing evenwel herzien voor de federale zorginstellingen. Hierdoor krijgen verpleegkun­digen met een BBT/BBK, die tewerkgesteld zijn in een Vlaamse zorginstelling geen premie en zij die tewerkgesteld zijn in een federale zorginstelling, inclusief de thuisverpleging, wel een premie.

Duidelijke criteria en normen naargelang de zorginstelling en zijn zorgcontext, bepalen hoe de samenstelling van een gestructureerd team eruit zal zien, om zo kwaliteitsvolle zorg te vrijwaren voor elke zorgvrager. De aanwezigheid van voldoende verpleegkundigen en verpleegkundigen met een VVAZ diploma in elke zorginstelling, samen met een stimulerende werkomgeving die doorgroeikansen creëert, zal leiden tot gespecialiseerde verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten, ingebed in elke zorgsector.

4.     Instroom te allen tijde verhogen

Met maatregelen om de uitstroom aan verpleegkundigen te verminderen en hen aan de slag te houden komen we er niet. Er is ook een verhoogde instroom nodig. Dit begint met een beter imago voor de zorg, net zoals een helder beeld over de effectieve carrièremogelijkheden in zeer diverse zorgcontexten. Diezelfde boost is nodig voor de opleidingen en de stageplaatsen voor de verschillende verpleegkundige functies in opleiding. De bevolking moet een beter beeld krijgen over de meerwaarde van verpleegkundige zorg en de specialisatie­ en doorgroeimogelijkheden van het beroep. De rol van de Vlaamse Zorg­ en Welzijnsambassadeur is hierin van doorslaggevend belang. Deze functie dient dan ook administratief te worden versterkt.

Momenteel zijn er in België heel wat werkzoekenden en zo’n 1,6 miljoen niet­actieven[5]. Als een deel van hen geactiveerd of geheroriënteerd kan worden naar een job[6] in de verpleegkunde, dan zijn er al belangrijke stappen gezet. Met een duidelijk actieplan en hieraan verbonden regelgeving voor gegevensregistratie en ­deling per sector, kunnen we het aantal zij­instromers verhogen. Financiële stimulansen en flexibele opleidingsprogramma’s kunnen hierin een extra motivatie zijn.

Wat nu?

Verder werken. Wettelijke hervormingen hebben een impact op de verschillende actoren en sectoren in de zorg. Deze moeten nu rond de tafel gaan zitten en de nodige transversale hervormingen bespreken en doorvoeren op basis van de vier bovenstaande pijlers. Tal van uitvoeringsbesluiten dienen nog te worden uitgewerkt en gepubliceerd. Verder dringt zich ook een vereenvoudiging op van bestaande wetgeving en lijsten verpleegkundige handelingen die hier en daar overlappend zijn of voor het werkveld onduidelijkheden heeft gecreëerd. Alleen zo kunnen we werken aan toekomstbestendige zorg, voor het zorgpersoneel en voor de zorgvragers.

[1] Zorgkundigen (niveau 4), basisverpleegkundigen (3 jaar HBO5), verpleegkundigen verantwoordelijk algemene zorg (4 jaar bachelor), gespecialiseerde verpleegkundigen (BBT, BBK), verpleegkundig specialisten (master) en de verpleegkundigen klinisch onderzoeker (PHD)

[2] Domeinspecifieke Leerresultaten (DLR)

[3] Ziekenhuiswetging vereist voor deze functies de aanwerving van verpleegkundigen. Enkel voor de functie van hoofdverpleegkundige medische beeldvorming, wensen we een afwijking in deze regelgeving.

[4] Bijzonder Beroepstitel (BBT) en Bijzondere Beroepsbekwaamheid (BBK)

[5] netwerkverpleegkundemagazine.be/hoe-ziet-de-arbeidsmarkt-van-de-toekomst-eruit

[6] Zoals het Project 600: studeren voor verpleegkunde zonder loonverlies en andere initiatieven


De bekwame helper: wie, wat, hoe?

Verpleegkundige handelingen zijn bij wet bepaald en voorbehouden aan artsen, basisverpleegkundigen, verpleegkundigen verantwoordelijk voor de algemene zorg (VVAZ) en andere zorgverleners. Dit wordt bepaald op basis van hun bevoegdheid. Het statuut van de bekwame helper brengt daar voor bepaalde vastgelegde handelingen verandering in en ondersteunt zo mensen in hun dagelijkse zorgen.

Wie niet bevoegd is om verpleegkundige handelingen uit te voeren en dit toch doet pleegt een strafbaar feit. Toch heb je niet voor alle dagelijkse zorgen meteen gecertificeerde zorgverleners nodig. NETWERK VERPLEEGKUNDE ijvert al enkele jaren voor het wettelijk verankeren van het statuut van de bekwame helper. Dat werd in 2024 een feit. Voor het werkveld brengt dit veel vragen met zich mee. Wat mag de bekwame helper doen? Wie kan bekwame helper zijn? Hoe gaat de opleiding van een bekwame helper in zijn werk? Daarom ontwikkelde NETWERK VERPLEEGKUNDE een handige brochure waarin de wettekst stap voor stap klaar en duidelijk wordt uitgelegd. We zetten in ons magazine alvast de belangrijkste zaken op een rijtje.

Wie is de bekwame helper?

Een leerling met diabetes in de klas of in een jeugdinstelling, een persoon met een handicap die meegaat op reis, … Ze hebben allemaal op dagelijkse basis zorg nodig. Een verpleegkundige kan niet elke dag langskomen en dus de hulp van een bekwame helper nodig hebben. De bekwame helper is zelf geen arts of verpleegkundige, maar kan bepaalde verpleegkundige handelingen uitvoeren tijdens zijn of haar beroep of vrijwillige activiteit, buiten een zorginstelling. Daarvoor gelden een aantal voorwaarden. De belangrijkste is dat een persoon nooit verplicht mag worden om als bekwame helper op te treden en dat een arts of verpleegkundige ook niet verplicht kan worden om een handeling toe te vertrouwen aan een bekwame helper.

Wat doet de bekwame helper?

De bekwame helper wordt opgeleid door een arts, een VVAZ of een basisverpleegkundige. Diezelfde zorgverlener maakt een attest op waarin staat of de bekwame helper de specifieke verpleegkundige techniek kan en mag uitvoeren bij verschillende personen buiten een ziekenhuis of een woonzorgcentrum. Dit mag enkel in een stabiele situatie, wanneer er dus geen extra onderzoeken aan de orde zijn en zolang de gezondheidstoestand van de zorgvrager niet wijzigt. Let op, de zorgvrager of zijn vertegenwoordiger moet hier altijd toestemming voor geven.

Het meten van parameters (lengte, gewicht, temperatuur, hartslag, bloeddruk, zuurstofsaturatie, glycemie) is een Activiteit van het Dagelijkse Leven (ADL) die de bekwame helper mag uitvoeren zonder opleiding. Voor het nemen van andere parameters is die opleiding wel nodig. Daarnaast kan de bekwame helper ook bevoegd gemaakt worden voor volgende handelingen: hygiënische zorgen, functionele houding met technische hulpmiddelen, voedsel- en vochttoediening, meting glycemie, aspireren, subcutane medicatietoediening, O2-toediening, decubituspreventiemaatregelen, condoomkatheter, urinezak, TED-kousen, maatregelen om lichamelijke letsels te voorkomen (valpreventie), urinaire autosondage, enterale vocht- en voedseltoediening, gecontroleerde en geassisteerde niet-invasieve beademing.

Hoe krijg je het attest van bekwame helper?

Het attest voor een bekwame helper wordt opgemaakt in drievoud: één voor de arts of verpleegkundige, één voor de zorgvrager en één voor de bekwame helper. Dit kan enkel na een opleiding. De verpleegkundige beoordeelt na de opleiding of de bekwame helper de handeling goed uitvoert. Op basis daarvan stelt de verpleegkundige het attest op. De bekwame helper mag geen opleiding geven aan anderen en moet de zorg waarvoor hij of zij is opgeleid zelf uitvoeren.

De VVAZ of basisverpleegkundige die de opleiding geeft, is en blijft aansprakelijk voor de toelating aan persoon waarvan hij of zij wist dat deze persoon niet bekwaam genoeg is voor de handeling. Ook voor de inhoud van het attest en het onvoldoende toezicht houden op de bekwame helper kan je aansprakelijk worden gesteld.

Om het attest in orde te brengen stelde NETWERK VERPLEEGKUNDE een handig stappenplan op, verwerkt in een praktische brochure waarin alle do’s-and-don’ts op een rijtje gezet worden. Je vindt er ook enkele getuigenissen en een voorbeeld van hoe een attest er moet uitzien. Extra exemplaren van dat attest kan je ook terugvinden op de website netwerkverpleegkunde.be via de zoekterm ‘bekwame helper’.


Nieuw portaal ProGezondheid

De FOD Volksgezondheid en het RIZIV werkten samen aan een nieuw portaal voor artsen, verpleegkundigen, tandartsen, apothekers en andere zorgverleners. ProGezondheid richt zich tot wie nog geen RIZIV-nummer heeft, zodat deze zorgverleners hun werkadressen eenvoudig kunnen aanduiden.

Via ProGezondheid.be kunnen zorgverleners data en documenten raadplegen en uitwisselen met het RIZIV. Zo kunnen ze:

  • contactgegevens en informatie doorgeven
  • officiële RIZIV-documenten downloaden
  • hun RIZIV-nummer doorgeven, of ze nog actief zijn als zorgverlener en op welk adres dat dan is

Via dit portaal voldoet de zorgverlener aan het praktijkregister, verplicht via de Kwaliteitswet. Het laat ook een optimale communicatie en coördinatie toe, net zoals een actuele kennis van de arbeidskrachten voor elk beroep.

“Het communiceren van gegevens is een eerste stap om ons gezondheidszorgsysteem meer verenigd te maken”, klinkt het bij het RIZIV. “Door bereikbaar te zijn en klaar te staan ​​om te reageren op oproepen in geval van een crisis, draagt ​​elke dienstverlener bij tot de veiligheid en het welzijn van de bevolking.”


Adviesvraag rond complexe zorgen

De functie van de basisverpleegkundige is intussen een feit. In minder complexe zorgsituaties mag dit profiel autonoom bepaalde handelingen uitvoeren. In complexe situaties gebeurt dat via het gestructureerde zorgteam na delegatie en in nauwe samenwerking met de verpleegkundige verantwoordelijk voor de algemene zorg (VVAZ) of met de arts.

Wat is nu complex en wat niet? Die inschatting wordt in eerste instantie gemaakt door het klinisch oordeel van de VVAZ of de arts. Zij staan ook in voor een herbeoordeling van de complexiteit van een situatie. Maar er zijn nog andere factoren, zoals patiënteigenschappen, teamsamenstelling, planbaarheid en voorspelbaarheid van zorg. Complexiteit is ook niet sector- of settinggebonden.

Daarom vraagt de FOD Volksgezondheid om advies aan de Federale Raad voor de Verpleegkunde (FRV) om richtlijnen uit te werken voor de basisverpleegkundige, de VVAZ en de arts om de complexiteit te kunnen inschatten. Het advies wordt verwacht op 15 november 2024 en zo moet een verdere implementatie van de zorgladder een feit worden.


‘Buiten verwachting’: podcast over IVF-behandeling

Het centrum voor reproductieve geneeskunde van het UZ Brussel (Brussels IVF) heeft een podcastreeks gericht op mensen die te maken krijgen met vruchtbaarheidsproblemen. Over dat onderwerp bestaan nog heel wat misverstanden. Daarom kwamen fertiliteitsartsen prof. dr. Shari Mackens en dr. Caroline Roelens op het idee om een podcast te maken met inzichten en antwoorden op veelvoorkomende vragen. Radiopresentatrice Sofie Engelen begeleidt de gesprekken die wetenschappelijke kennis, praktische ervaring en persoonlijke verhalen combineren. Verschillende onderwerpen worden aangesneden. Van de menstruatiecyclus, zaadkwaliteit, kinderwens en impact op je relatie en seksleven, over de meer technische aspecten van de behandeling tot de verschillende mogelijkheden voor bijvoorbeeld alleenstaanden of LGBTQ+koppels. Wetenschappelijk onderbouwd en met aandacht voor de persoon achter de behandeling en diagnose. De acht afleveringen zijn beschikbaar op verschillende podcastplatforms.


Gezondheidsongelijkheden tussen mannen en vrouwen

In een studie[1] legt Sciensano de ongelijkheid uit tussen mannen en vrouwen op het vlak van gezondheid. Historisch gezien wordt de gezondheid van vrouwen en van meisjes vaak verwaarloosd, waardoor zij vaak hun volledige gezondheidspotentieel niet kunnen bereiken en gegevens over de gezondheid van vrouwen onbestaande of moeilijk toegankelijk is.

Daardoor blijven ook analyses achterwege en dat leidt dan weer tot een onvolledige blik op het vlak van welzijn, preventie en gezondheidszorg. Dit nieuwe gezondheidsrapport van Sciensano geeft een uitgebreid overzicht en een stand van zaken van de gezondheid van Belgische vrouwen. Daarbij wordt ingezoomd op geestelijke gezondheid, maar ook op seksuele en reproductieve gezondheid. Het rapport gaat dieper in op de gezondheid van meisjes in de puberteit, op die van volwassen vrouwen en die van oudere vrouwen. Het volledige onderzoek raadpleeg je op de website van Sciensano.

[1] Sciensano. Gezondheid van vrouwen, Health Status Report, 29 Apr 2024, Brussel, België, https://www.gezondbelgie.be/nl/gezondheidstoestand/gezondheid-van-vrouwen


Omgaan met chronische pijn

Chronische pijn en aanhoudende lichamelijke (psychosomatische) symptomen zijn alomtegenwoordig in onze huidige maatschappij. Ook verpleeg- en zorgkundigen worden steeds vaker geconfronteerd met complexe casussen waarin heel wat psychosociale factoren impact hebben op de pijnklachten van de zorgvrager. Het boek ‘Complexe pijn, wat je lichaam je vertellen wil’, geeft zorgverleners extra handvaten om in de dagelijkse praktijk aan de slag te gaan met deze ingewikkelde materie.

Personen die chronische pijn en aanhoudende lichamelijke symptomen ervaren staan voor heel wat uitdagingen. Als zorgverlener is het bovendien vaak niet eenvoudig om door het veelvoud van factoren te ontdekken welke elementen een positief of negatief effect hebben. Met ‘Complexe pijn, wat je lichaam je vertellen wil’, ontwikkelden Katrien Van Pamel en Eva Plasschaert een interactieve gids om op een eenvoudige manier om te gaan met het complexe verhaal van chronische pijn, gebaseerd op recente wetenschappelijke bronnen en de dagelijkse zorgcontext. Katrien is kinesitherapeut, fysiotherapeut en gezondheidspromotor in een wijkgezondheidscentrum. Eva is arts-specialist in opleiding in de urgentiegeneeskunde.

Bij het boek hoort ook een set met drie keer 25 gespreksplaten. Die bevatten laagdrempelige illustraties om het gesprek met de zorgvrager aan te gaan. De auteurs willen zo op een creatieve manier toegankelijke zorg en een holistische kijk op lichaam en geest stimuleren, samen met heldere communicatie.