Mogen verpleegkundigen voorschrijven?
In de recente wetswijzigingen is verankerd dat verpleegkundigen geneesmiddelen en gezondheidsproducten mogen voorschrijven. Op advies van de Federale Raad voor de Verpleegkunde (FRV) bepaalt de koning de regels en criteria. Op advies van de Hoge Raad van artsen-specialisten en van huisartsen en de FRV bepaalt de koning ook de categorieën van geneesmiddelen en gezondheidsproducten en of die autonoom voorgeschreven mogen worden.
Hiervoor schrijft de FOD Volksgezondheid nu een adviesvraag uit naar de desbetreffende raden en aan de Raad van Apothekers. Zo kan de voorschrijfbevoegdheid van verpleegkundigen in de komende legislatuur op onderbouwde wijze doorgevoerd worden. Het doel is om op 20 december 2024 met een geconsolideerd advies te komen over de mogelijke invulling, draagwijdte en voorwaarden van deze voorschrijfbevoegdheid.
101 redenen om verpleegkundige te worden, te zijn en te blijven
Zorg- en Welzijnsambassadeur Candice De Windt schreef samen met Programmadirecteur Gezondheid aan de UCLL Toon Quaghebuur een boek over verpleegkunde. Niet zomaar een naslagwerk, wel een toekomstgerichte visie op het beroep en een wervend verhaal. Doorheen de pagina’s met theoretische inzichten zitten honderd redenen en verhalen uit het werkveld verweven om verpleegkundige te worden, te zijn en te blijven.
“Ik wilde geen melig of belerend boek schrijven, er moest een goede balans tussen beide zijn”, zegt Candice. “Samen met Toon hebben we dat bereikt. In december 2022 lanceerden we een oproep naar getuigenissen van verpleegkundigen. Exact 378 mensen reageerden. Van achttienjarige studenten en zij-instromers tot masterverpleegkundigen: ik ontving zeer diverse maar stuk voor stuk mooie reacties. Er zaten pareltjes tussen.”
Wat Candice bijblijft is de emotie uit die verhalen. “Niemand kiest verpleegkunde voor de verpleegtechnische handelingen alleen. Je wil een verschil maken. Van een zorgvrager een plezier doen met zijn favoriete koffie tot een baby en zijn drugsverslaafde ouders helpen. Het pad naar verpleegkunde is bovendien zeer divers: van personen die het als kind al wisten over jongeren die er op goed geluk voor kozen tot mensen die van zorgkundige evolueerden naar een bachelor verpleegkunde. Je ziet de leerladder in de praktijk en in een mooi, puur verhaal omgezet. Er zijn ook zoveel dimensies aan verpleegkunde, dat Toon en ik makkelijk meer dan honderd redenen konden selecteren.”
Ook het luik technologie en innovatie komt ruimschoots aan bod, samen met wat verpleegkunde is en verpleegkundig wetenschappelijk onderzoek. Het is een boek dat nadenkt over de toekomst van het beroep in vier luiken: wie, wat, hoe en waarom. De omkadering van Toon en de verhalen uit het werkveld lopen door elkaar. “Door die toekomstvisie wilde ik de titel van het boek ook ruimer opvatten en hebben we er ‘100 redenen om verpleegkundige te worden, te zijn en te blijven’ van gemaakt. Talent aantrekken naar het verpleegkundige beroep is één iets, zorgen dat mensen blijven is minstens even belangrijk. Het boek toont de mooie kanten van verpleegkunde, maar is ook heel authentiek, verbloemt niet en werd afgetoetst tijdens twee reflectiemomenten met de sector. Daar waren onder andere studenten, lectoren, zorgpersoneel uit woonzorgcentra, iemand van VOKA en directieleden aanwezig. Zo krijgt het boek een breed draagvlak.”
Europa bepaalt nieuwe kennis en vaardigheden voor de VVAZ
Nog tot 4 maart 2026 hebben de Europese lidstaten de tijd om de opleiding van de verpleegkundige verantwoordelijk voor de algemene zorg (VVAZ) aan te passen. De bacheloropleiding zal dus afgestemd moeten worden, enerzijds op de richtlijn uit 2005 en anderzijds op nieuw vooropgestelde kennis en vaardigheden uit Europese wetgeving.
Zo moet de VVAZ beschikken over een uitgebreide kennis in plaats van voldoende kennis en moet hij of zij over adequate klinische ervaring beschikken. Zo wil Europa het vermogen van de VVAZ ondersteunen om geïndividualiseerde verpleegkundige zorg te verlenen, net zoals de positie van zorgvragers rond zelfzorg en een gezonde levensstijl. Daarnaast moet deze aanpassing een effectieve leiderschapsbenadering ontwikkelen, het nemen van beslissingen versterken en de kennis van technische innovaties verhogen.
Dit alles komt dus neer op nieuwe vaardigheden en kennis. Zo wordt de managementtheorie toegepast op de verpleegkunde, met oog voor persoonsgerichte zorg en empirisch onderbouwde praktijken. Daarnaast bevat de richtlijn ook een vooropgesteld studieprogramma voor de VVAZ.
KCE-rapport rond wachttijden in de zorg
Een raadpleging, onderzoek of behandeling inplannen vraagt soms veel tijd. Binnen een gepaste termijn zorg krijgen is nochtans een belangrijke parameter voor de toegankelijkheid en de performantie van een gezondheidszorgsysteem, en een grote bekommernis voor iedereen in de sector. In België bestaat momenteel geen structureel systeem om wachttijden in de gezondheidszorg te meten. Toch kan dit nuttige informatie opleveren over streken waar onvoldoende zorgaanbod is en zo een stevige basis te bieden om dat zorgaanbod beter te plannen. Daarom onderzocht het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) in opdracht van de FOD Volksgezondheid de haalbaarheid om data over wachttijden en de praktische organisatie ervan te verzamelen. Die resultaten zijn nu gepubliceerd in het rapport ‘Hoe wachttijden in de gezondheidszorg meten’[1] en is te raadplegen op de website van het KCE.
[1] Benahmed Nadia, Jonckheer Pascale, Zeevaert Renate, Vos Bénédicte, Kohn Laurence. Hoe wachttijden in de gezondheidszorg meten?. Health Services Research (HSR). Brussel. Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE). 2024. KCE Reports 383AS. DOI: 10.57598/R383AS.
Getuigenissen rond gendersensitieve zorg
Vlak voor de zomer bracht journaliste Sofie Peeters het boek ‘Het vrouwenlijf en wat we er niet over weten’ uit. Daarin bespreekt ze gendersensitieve zorg en de gevolgen ervan op vrouwen. Medisch onderzoek is namelijk eeuwenlang afgestemd geweest op het mannelijk lichaam, waardoor over aandoeningen die vaker bij vrouwen voorkomen minder geweten is. Denk maar aan migraine, menopauze, hartfalen, endometriose, depressie, ADHD en multiorgaanaandoening. Sofie Peeters interviewde zeven BV’s (Evy Gruyaert, Lieve Blancquaert, Cathérine Ongenae, Uwe Porters, Evangeline Agape, Ahlaam Teghadouini en Elisabeth Lucie Baeten) over hun persoonlijke zoektocht naar de juiste diagnose en de impact ervan op hun leven en op de relatie met hun lichaam.
Samen sterk tegen 2046
De Planningscommissie Medisch Aanbod binnen de Federale Overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid in België houdt zich bezig met het plannen en organiseren van gezondheidszorgdiensten en het waarborgen van de juiste verdeling van medische professionals en middelen in ons land. Jaarlijks formuleert dit orgaan adviezen aan de minister van Volksgezondheid. Om dat te kunnen doen, simuleert men toekomstige scenario’s om de nodige maatregelen te kunnen treffen. Kristel De Vliegher, verpleegkundige en lid van de Planningscommissie, vertelt hoe die toekomst eruitziet en wat we nu al kunnen doen.
De Planningscommissie werkt met verschillende scenario’s om de gezondheidszorg in ons land zo goed mogelijk op te volgen en te organiseren. Op basis van deze scenario’s kunnen het beleid en het zorglandschap voorbereidingen treffen voor mogelijke aankomende evoluties en trends. “We weten al langer dat er door de vergrijzing van de bevolking een enorme zorgvraag op ons afkomt”, vertelt Kristel De Vliegher, diensthoofd verpleegkunde en innovatie bij het Wit-Gele Kruis van Vlaanderen, en lid van de Planningscommissie. “Ook de pandemie was een boeiende leerschool. De zorg stond toen erg onder druk. Dat we ons anders zullen moeten organiseren om aan dergelijke uitdagingen tegemoet te komen, is duidelijk. Op basis van heel wat gegevens maakten we verschillende basis[1]– en alternatieve[2] scenario’s op voor 2046.”
Veranderende zorgbehoeften ondervangen
Aan de ontwikkeling van de scenario’s voor de Planningscommissie werken verschillende groepen en experts mee, zoals volksgezondheidsexperts, epidemiologen, economische en technologische analisten, biomedische ingenieurs, sociologen en psychologen, maar ook artsen, specialisten en verpleegkundigen. Zij geven inzichten in de medische praktijken en brengen trends in kaart van ziekten en behandelingen in het veld. Kristel: “De expertise uit het werkveld is cruciaal binnen deze groep. We zien sterke verschuivingen in de zorgconsumptie. Bijvoorbeeld: door de kortere ligduur in ziekenhuizen verplaatst een groot deel van de zorgen naar thuis, of doordat we sterker inzetten op zo lang mogelijk zelfstandig wonen zijn hier ook meer verpleegkundigen voor nodig. We merken bovendien een toegenomen comorbiditeit en meer psychologische aandoeningen bij jongeren en ouderen. Al deze voorbeelden vergen de juiste zorgprofessionals op de juiste plaats. In combinatie met het grote aantal pensioneringen dat eraan zit te komen, voel je dat het schoentje knelt.”
De toekomstscenario’s zijn opgesteld op basis van het aantal actieve verpleegkundigen[3] in ons land. Dat zijn er heel wat minder dan het aantal beroepsbeoefenaars gemachtigd om het beroep uit te oefenen. “We moeten ons echt afvragen waar al die mensen naartoe gaan en daar iets aan doen. Hoe komt het dat zij het verpleegkundige beroep verlaten? Nochtans hebben we alle handen nodig.”
Aantal verpleegkundigen duurzaam laten groeien
Gebaseerd op de instroom van zorgpersoneel tussen 2019 en 2022 en de toekomstige zorgbehoeften zouden er in ziekenhuizen 21.789 verpleegkundigen moeten bijkomen tegen 2046. In woonzorgcentra gaat het over 22.783 en bij de thuisverpleegkundigen over 19.831. In de laatste twee categorieën betreft het een verdubbeling van het huidige aantal. “Dat is niet verwonderlijk als we zien hoe sterk de zorgbehoeften stijgen”, aldus Kristel. “In een gematigd scenario voorspellen we dat het aantal 65-plussers tegen 2046 toeneemt met 15 procent, de groep patiënten jonger dan 65 jaar met 5 procent. In een sterk scenario is dat respectievelijk 30 en 10 procent. Die extra verpleegkundigen zijn nu gebaseerd op onze huidige manier van werken, maar met het oog op de kwaliteit van onze zorg moet het aantal patiënten per verpleegkundige dalen.”
Ook die cijfers bracht de Planningscommissie in kaart. In ziekenhuizen zijn er nu 8,12 patiënten per verpleegkundige. Voor optimale zorg moet dat aantal naar 6,1 patiënt per verpleegkundige. In woonzorgcentra moet het van 8,33 patiënten naar 6 patiënten per zorgverlener en in de thuisverpleging van 26 naar 24 patiënten per thuisverpleegkundige. “Door het aantal patiënten per verpleegkundige te verminderen willen we streven naar een betere kwaliteit van zorg, minder stress voor het personeel en meer tijd voor overleg en de coördinatie van zorg. Deze factoren dragen stuk voor stuk bij aan het welbevinden en dus hopelijk aan de retentie van ons waardevolle zorgpersoneel. Al is er nog een lange weg af te leggen voor we zover zijn.”
Op de juiste weg
België levert al enkele jaren stevige inspanningen om het verpleegkundig beroep opnieuw aantrekkelijker te maken. Er zijn al heel wat hervormingen in voege. Denk maar aan het koninklijk besluit (KB) waarin de definitie van verpleegkunde werd aangepast naar meer autonomie voor de verpleegkundige verantwoordelijk voor de algemene zorg (VVAZ) en meer toevertrouwde medische handelingen, het KB rond de basisverpleegkundige, de verpleegkundig specialist, het gestructureerde zorgteam, activiteiten van het dagelijks leven (ADL) en de bekwame helper. “Het effect van die hervormingen is uiteraard niet meteen zichtbaar”, benadrukt Kristel. “Toch zijn dit allemaal stappen in de goede richting. Ze dragen bij aan de werkdrukverlaging en geven verpleegkundigen meer autonomie. Deze hervormingen leiden tot betere samenwerkingen over alle settings heen waarin expertise en kennis gedeeld kunnen worden. Dat zal de job opwaarderen waardoor we op termijn een hogere instroom verwachten.”
Al zijn we er natuurlijk nog lang niet. Er moet niet alleen meer personeel komen, er moet ook grondig nagedacht worden over de financiering en organisatie van onze zorg. “We moeten de beschikbare middelen afstemmen op de realiteit. Enerzijds heeft de sector thuisverpleegkunde nood aan een nieuw financieringsmodel. Het huidige dekt namelijk de lading niet. Anderzijds moeten we ook nadenken over de verschuiving van middelen in het veld. Als de ligduur in het ziekenhuis verkort, moet dit dan ook niet gepaard gaan met een verschuiving van middelen naar de thuiszorgcontext? Dat vergt een heel nieuw organisatie- en financieringsmodel waar we samen met het beleid en de bestuursorganen van onze sector over moeten nadenken. In dat kader zijn we met een pilootproject ‘Nieuwe financiering in de thuisverpleegkunde’ gestart waarin we verschillende pistes willen onderzoeken.”
Herwaardering van verpleegkundigen
Behalve de huidige hervormingen en financiële strategieën zijn er nog heel wat kansen om het beroep van de verpleegkundige op te waarderen. In de adviezen van de Planningscommissie staan enkele voorstellen om nog meer in te zetten op het levenslang leren. “Verpleegkundigen zijn echt niet altijd op zoek naar een hoger loon”, benadrukt Kristel. “Het gaat ook over waardering, efficiëntie en specialisatie. Innovatie is een belangrijke tool die we meer moeten inzetten om onze verpleegkundigen te ondersteunen, niet te vervangen. Dan moeten we onze mensen wel meer betrekken van in het begin van de innovatie zodat het echt een meerwaarde biedt in hun dagelijkse werk. Dat moeten we aanmoedigen. We moeten onze arbeidsmarkt flexibeler organiseren met voldoende kansen om door te groeien, met meer zichtbaarheid van onze kwalitatieve opleidingen en met een attractief plan om mensen te rekruteren en in de sector te houden. Daarvoor moeten we evenwel eerst goed weten waar de pijnpunten liggen.”
De stem vanuit het veld vertolken
De stem van de verpleegkundigen zelf is in heel dit verhaal cruciaal. “We hebben het zorgpersoneel echt nodig om mee beleid te maken”, besluit Kristel. “Via werkgroepen willen we de vinger aan de pols houden om tot gedragen en doordachte adviezen te komen. Waarom zouden we ieder op zichzelf laten ploeteren? Door de handen in elkaar te slaan, klinkt de stem van het werkveld luid en duidelijk. Samen geven we de toekomst vorm zodat we blijven bouwen aan warme, kwaliteitsvolle en toegankelijke zorg.”
[1] De Verpleegkundigen workforce in 2046: toekomstprojectie op basis van de reële instroom tot 2022, Cel Planning van het Aanbod van de Gezondheidszorgberoepen, Dienst Gezondheidszorgberoepen en Beroepsuitoefening, Directoraat-generaal Gezondheidszorg, FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, maart 2024.
[2] De Verpleegkundigen workforce in 2046: alternatieve projecties op basis van de reële instroom tot 2022, Cel Planning van het Aanbod van de Gezondheidszorgberoepen, Dienst Gezondheidszorgberoepen en Beroepsuitoefening, Directoraat-generaal Gezondheidszorg, FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, maart 2024.
[3] PlanKad Verpleegkundigen 2019-2021, Cel Planning van het Aanbod van de Gezondheidszorgberoepen, Dienst Gezondheidszorgberoepen en Beroepsuitoefening, Directoraat-generaal Gezondheidszorg, FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, maart 2024.
Proefprojecten testen innovatieve zorgplanningstool Alivia uit
Vlaams minister voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Hilde Crevits ging in april op huisbezoek bij de 88-jarige Frans in Avelgem. Hij is een van veertig zorgvragers die met zijn team van zorgverleners Alivia zal uittesten. Deze zorgplanningstool moet een hulpmiddel zijn om zorg en ondersteuning in complexe zorgsituaties op een innovatieve manier te organiseren: doelgericht, vanuit de wensen en noden van de patiënt, en met een intense samenwerking tussen zorgverleners en welzijnswerkers.
Alivia is een innovatieve digitale tool waarmee een zorgplanning en zorgberichten opgemaakt en gedeeld worden over zorg- en welzijnssectoren heen. Voor het eerst hebben de zorgvrager en zijn mantelzorger niet alleen volwaardig toegang, ze hebben zelf de aansturing en controle over de tool. Tegelijk stimuleert Alivia een andere manier om de zorg te organiseren door te vertrekken van de levensdoelen van de patiënt. De ontwikkeling van de tool is een actie uit het hervomingstraject dat de Vlaamse overheid in de eerstelijnsgezondheidszorg uitvoert en dat ook de oprichting van de eerstelijnszones en de zorgraden inhield.
Twee proefprojecten van 6 maanden
Een eerste versie van Alivia werd ontwikkeld door het Departement Zorg. Twee proefprojecten in Zuid-West-Vlaanderen en Antwerpen zullen het platform voor de eerste keer uittesten in echte zorgsituaties en met hun feedback de verdere ontwikkeling mee vorm geven. De testpersonen zijn mensen met uiteenlopende en vaak gecombineerde zorg- en welzijnsproblemen zoals chronische aandoeningen, ouderdomsziekten of mentale of sociale problematieken. Ook mensen in een palliatief zorgtraject doen mee.
In deze proefprojecten testen ze de vijf basismodules van Alivia uit, noodzakelijk om een doelgerichte zorgplanning op te stellen en uit te voeren:
- levensdoelen formuleren die voor de persoon het belangrijkste zijn en waar het hele zorgplan zich uiteindelijk op zal richten
- zorg- en ondersteuningsdoelen opstellen
- een zorg- en ondersteuningsteam samenstellen
- zorg- en ondersteuningstaken opslijten en duidelijk toewijzen
- communicatie bevorderen met een digitaal zorgschrift
In de testfase wordt meteen ook bekeken welke impact en meerwaarde Alivia heeft in het doelgericht organiseren van zorg.
Planningscommissie publiceert rapporten en scenario’s over verpleegkundigen
De planningscommissie publiceerde verschillende rapporten met betrekking tot de verpleegkundigen op zijn website.
Je vindt er onder andere het PlanKad-rapport ‘Verpleegkundigen op de arbeidsmarkt 2019-2021’ dat al eerder was gepubliceerd. Daarnaast raadpleeg je er ook enkele scenario’s:
- Basisscenario’s: ‘Verpleegkundigen – De workforce in 2046: basisprojectie uitgaande van de reële instroom tot 2022’
- Alternatieve scenario’s: ‘Verpleegkundigen – De workforce in 2046: alternatieve projecties op basis van de reële instroom tot 2022’
Interessante cijfers en studies
Naast het rapport en de voorgestelde scenario’s staan nog boeiende studies en cijfers online. Zoals de ‘Studie IM Associates Horizon scanning en kwantificeringsmodel voor het verpleegkundige beroep’. Ook de gedetailleerde jaarlijkse statistieken van 2023 raadpleeg je op de website.
Waarderingsplatform voor zorgvoorzieningen
Sinds april bestaat een gloednieuwe website waarop mensen hun ervaringen met zorginstellingen kunnen delen: waarderingsplatform.be. Het gaat over woonzorgcentra, maar ook over kinderopvanginitiatieven, instellingen in de gehandicaptenzorg en jeugdhulpvoorzieningen. Zowel gebruikers als bezoekers kunnen aan de hand van scores en inhoudelijke feedback hun waardering uiten over de dagelijkse werking.
Waarderingsplatform.be geeft gebruikers en hun omgeving een publieke stem in de waardering van zorgorganisaties. Het creëert meer transparantie en informatie over de zorg en ondersteuning. De interactie tussen de gebruikers en de organisaties stimuleert een kwaliteitsverbetering waar mogelijk. Het platform wordt beheerd door een samenwerkingsverband van organisaties, zoals de Gezinsbond en de Vlaamse Ouderenraad, dat instaat voor een onafhankelijke eindredactie op de geplaatste waarderingen. Zo wordt gegarandeerd dat er geen persoonsnamen worden vermeld, er respect is voor andere gebruikers en organisaties, en er geen valse informatie wordt verspreid.
Momenteel zit het project in een pilootfase waarin 65 organisaties het platform vrijwillig testen. Na evaluatie kan het verder uitgerold worden. Ongeveer 150 organisaties hebben al interesse getoond. Het waarderingsplatform kwam tot stand in samenwerking met het Departement Zorg, het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap en het Agentschap Opgroeien.
- Ontdek het Waarderingsplatform
De regionale netwerken versterken
De regionale netwerken zijn het bruisende hart van NETWERK VERPLEEGKUNDE. De lokale verankering en het engagement van de bestuursleden verzekeren onze werking. We zijn letterlijk een netwerk van gedreven verpleegkundigen, die elkaar ondersteunen en motiveren. Of je nu werkt in een bedrijf, ziekenhuis, woonzorgcentrum of in de thuisverpleging: in onze regionale netwerken kan je sowieso je ei kwijt. Luc Heirstrate en Peter van Rosendaal van het Regionaal netwerk Antwerpen delen hun ervaring.
“Een regionaal netwerk is een brug tussen de verpleegkundige en NETWERK VERPLEEGKUNDE”, legt Luc Heirstrate, bestuurder van het Regionaal netwerk Antwerpen, uit. “Vroeger ontstond die brug tijdens fysieke samenkomsten. Vandaag boren we ook andere kanalen aan om contact te leggen met onze leden, zoals sociale media en webinars. Want onze werking is altijd bottom-up en vertrekt vanuit de leden zelf.”
Contact en expertise
De belangrijkste taken van de regionale netwerken zijn verpleegkundigen met elkaar in contact brengen tijdens inspirerende events, en kennis en expertise delen en verspreiden in een zo breed mogelijke context. Door te luisteren naar de noden en vragen van het werkveld functioneert zo’n regionale netwerk als een laagdrempelig aanspreekpunt. Luc: “Het is belangrijk om zichtbaar en bereikbaar te zijn. Daarom organiseren we in Antwerpen enkele fysieke events. Zo was er in mei een uiteenzetting over de nieuwe wetgeving. In het najaar staat opnieuw iets op stapel. We hopen dit de komende jaren uit te breiden, want ons netwerk was wat stilgevallen sinds de pandemie.”
Engagement gezocht
Om de netwerken een nieuwe adem te geven, zijn ze op zoek naar geëngageerde bestuursleden zoals Luc en Peter van Rosendaal. Peter: “Luc heeft me destijds warm gemaakt om in het regionale netwerk actief te worden. Vandaag ben ik al zes jaar bestuurslid en het heeft me heel wat kennis en contacten opgeleverd. Daarom blijf ik me ervoor inzetten, door events te organiseren, het netwerk uit te bouwen en te ondersteunen, en bezig te zijn met de communicatie. Die vier werven zijn de fundamenten van onze werking.”
Blijf je graag op de hoogte over de nieuwste ontwikkelingen in de verpleegkunde? Kijk je met plezier over het muurtje om te zien waar je collega’s in andere organisaties mee bezig zijn? En krijg je energie van contacten leggen en kennis delen? Dan is een regionaal netwerk vast iets voor jou. Elke regio heeft zijn eigen netwerk, waar jij lid van kan worden. Ontdek hier bij welk netwerk jij kan aansluiten.
Verspreid jij onze boodschap?
Sta je op een jobbeurs, geef je een lezing op de middelbare school of wil je iemand overtuigen om lid te worden van een regionaal netwerk? Met onze video maak je meteen duidelijk waar we voor staan. Bekijk het filmpje en download hier onze affiche om uit te hangen.