Hervorming verpleegkunde: wetsontwerpen naar het parlement

Er komt licht aan het einde van de tunnel. Minister Vandenbroucke maakte de drie wetsontwerpen over de basisverpleegkundige, de bekwame helper en de klinisch verpleegkundig onderzoeker over aan het parlement. Ondanks de miljarden euro’s aan investeringen in de zorg, is de nood aan een allesomvattend plan om de zorgberoepen aantrekkelijker te maken zeer hoog. Dat laat de minister in een persbericht weten.

Om de duurzaamheid van gezondheidszorg te waarborgen vindt minister Vandenbroucke het belangrijk om te bekijken of zorgpersoneel adequaat wordt ingezet. Waar schuilen mogelijkheden om zorg anders te organiseren en taken te herverdelen? Hoe werken we toe naar geïntegreerde zorg? Hoe delen we knowhow in een multidisciplinair team? Als belangrijke stap kijkt de minister daarvoor naar een brede hervorming van het verpleegkundig beroep, dat nog onvoldoende naar waarde wordt ingezet.

“Als we hoogstaande zorg in ons land willen blijven verzekeren, moeten we niet alleen volop blijven investeren in onze gezondheidszorg, maar ook de inzet van ons zorgpersoneel herbekijken”, laat hij in een persbericht weten. “Zo is een brede hervorming van onze verpleegkundige zorg nodig om iedereen klaar te stomen voor de toekomst en de aantrekkelijkheid van het beroep te verhogen. Dit wil zeggen dat we niet alleen de verpleegkundige profielen, maar ook verpleegkundige handelingen in hun geheel onder de loep nemen en dit met één doel: alle verpleegkundigen in de praktijk naar waarde inzetten.”

De nieuwe zorgladder in de verpleegkundige is een toekomstgericht functiemodel waarbinnen ieder verpleegkundig profiel een plaats heeft. Met duidelijke verschillen, maar ook met haalbare doorgroeimogelijkheden. Eind 2023 worden de resultaten uit de Kamer verwacht. Ook aan de bekwame helper is gedacht, met een duidelijk statuut die de kwaliteit van leven van patiënten en van wie zorg geeft garandeert. Daarover moet eind september 2023 een beslissing vallen.


Aandachtspunten bij de hervorming Wet Patiëntenrechten

Na twintig jaar is de Wet Patiëntenrechten aan een update toe. Daar wordt momenteel hard aan gewerkt. In een communicatie naar Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke en professor Tom Goffin onderstreept NETWERK VERPLEEGKUNDE enkele belangrijke aandachtspunten in de toepassing van de huidige wet.

De actuele Wet Patiëntenrechten is nog niet door alle zorgberoepen even goed gekend en wordt dus niet even consequent toegepast. Zo zijn we met NETWERK VERPLEEGKUNDE van mening dat de wet geldt voor iedere persoon die deelneemt aan de gezondheidszorg. Niet alleen zorgverleners, maar ook ondersteunende medewerkers zoals maatschappelijk werkers en de (toekomstige) bekwame helpers. Gelet op de invoering van de gestructureerde equipe voor de verpleegkundige zorgen, is dit een belangrijk aandachtspunt.

Daarnaast is NETWERK VERPLEEGKUNDE van mening dat de verplichting om alle informatie schriftelijk te verstrekken niet nodig is wanneer de zorgverlener correct en professioneel met de zorgvrager en diens omgeving communiceert. Dit wil zeggen dat het patiëntendossier tijdig en zorgvuldig aangevuld en gedeeld wordt. De zorgvrager kan een schriftelijke bevestiging vragen, maar dit verplichten verhoogt de werkdruk nog meer en staat haaks op het beleid dat vandaag gevoerd wordt. Deze formaliteiten creëren ook meer afstand tussen zorgverlener en zorgvrager en bevorderen geen empathische communicatie.


AUVB ontvangt 404.000 euro steun

Minister Frank Vandenbroucke keurde een KB goed dat financiële tegemoetkoming regelt voor de AUVB, de Algemene Unie der Verpleegkundigen van België. Daar zijn nu 45 beroepsorganisaties bij aangesloten. Het gaat om financiële steun voor een bedrag van 403.962,80 euro voor de werkingskosten, voorbereidingen en deelname aan vergaderingen en werkgroepen zoals de Federale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen, de TCV, de FRV, het KCE, de Planningscommissie, … NETWERK VERPLEEGKUNDE benadruk dat geen enkele euro van dat bedrag naar haar organisatie gaat.


EU wil halt toeroepen aan onbetaalde stages

Zo’n 18 procent van de stages in België zijn onbetaald, dat meldt de Vlaamse Jeugdraad. Stages moeten de overgang van de studiebanken naar het werkveld makkelijker maken, maar vaak gaat het om nepstages waarbij jongeren onbetaald werken. Het Europees Economisch en Sociaal Comité tikte ons land daar in 2022 al voor op de vingers met de duidelijke vraag om daar tegen op te treden.

Volgens Europa schenkt de Belgische arbeidsinspectie te weinig aandacht aan het oneigenlijk gebruik van stages. Het gaat dan niet over de stages die studenten, al dan niet vrijwillig, volgen in het kader van hun opleiding. Wel over de stages waarmee jongeren meer ervaring willen opdoen om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. In slechts 18 procent van de gevallen hangt daar een vergoeding aan vast. Daarmee scoort België het laagst van alle EU-lidstaten. Die onbezoldigde stages hebben volgens de Vlaamse Jeugdraad enkele gevolgen. Ze veroorzaken een ongelijkheid in de samenwerking, want niet iedereen kan het zich veroorloven om gratis te werken. Jongeren die dat niet kunnen, hebben zo minder kansen op de arbeidsmarkt. Ook mentaal heeft het een negatieve invloed. Ze voelen zich niet gewaardeerd en bouwen geen financiële zekerheid op. Op Europees niveau wordt intussen gewerkt aan een wettelijk kader met duidelijke regels, een statuut en/of een minimumvergoeding.


Gault&Millau-erkenning voor AZ Groeninge

Zorgkwaliteit staat in iedere zorginstelling en bij iedere zorgverlener centraal. AZ Groeninge gaat nog een stapje verder en nam de voeding voor hun 900 patiënten onder de loep, met steun van de mensen van gastronomiegids Gault&Millau. Als eerste ziekenhuis in België ontvangen ze een erkenningslabel. Philip Dupont, facilitair manager in AZ Groeninge, is fier op zijn keukenteam.

In AZ Groeninge worden dagelijks 900 maaltijden in koude lijn klaargemaakt. Philip Dupont startte met Gault&Millau een consultatietraject van zes maanden om de recepturen voor de patiënt te verbeteren en dat verliep niet zonder slag of stoot. “Bij de eerste inspectie proefden de inspecteurs 35 sauscomponenten. Daarvan waren er 5 goed, 15 te verbeteren en de rest moest weg”, zegt Philip. “We denken soms dat we goed bezig zijn, maar een externe partner biedt vaak een waardevolle blik. Ze bevroegen de zorgondersteuners, de koks, controleerden de buffetwagens, het aanbod aan variatie, … Daarnaast deden ze bevragingen bij patiënten naar hospitality, smaak, verblijfduur, temperatuur, consistentie, uitzicht, keuze, dieet, enzovoort. Elke proefsessie gebeurde in een apart zaaltje. Ze kregen het menu van de dag voorgeschoteld en we vroegen ook hun advies voor nieuwe gerechten. Daarna bespraken ze de feedback rechstreeks met de keuken. Hun aanpassingen voeren we nu door, met aandacht voor verbeteringen, suggesties en innovaties.”

Als in een labo

De erkenning behalen was een intensief proces. Een zoektocht naar de juiste smaken en combinaties. Zo werd voor de audit 30 procent zelf gemaakt en 60 procent ingekocht. Nu ligt die verhouding op respectievelijk 60 en 40 procent. “De keuken werd net geen labo”, zegt Philip. “Ik denk dat we vijftig soorten stoofvlees proefden, op zoek naar de perfecte samenstelling. Die switch naar meer zelf bereiden wilden we doen omdat we het vaak lekkerder vonden en omdat het verser is. Goed eten is primordiaal voor een vlot herstel van de patiënt. Ik ben blij dat we de steun kregen van de directie en dat mijn team met veel passie te werk ging. De kwaliteitserkenning is zeker geen eenmalig feit. We bekijken voortdurend wat we extra kunnen doen en hoe we ons keuzebeleid kunnen bijsturen. Ik ben er zeker van dat andere zorginstellingen ook zullen volgen.”


Foute berekening vraagt rechtzetting

X-Care in Motion, recent nog vierde in de verkiezing Great Place To Work Belgium van Vlerick Business School, betreurt de vele misverstanden die de voorbije maanden over projectstaffing en interimwerk ontstaan zijn. “De cijfers die de ronde doen zijn totaal maar dan ook totaal onjuist”, benadrukt Sam Baro, CEO van hr-dienstverlener PLANET Group, waarvan X-Care in Motion als zorgverlener deel uitmaakt. “Superhoge afwervingssommen worden in praktijk voor interimwerk totaal niet toegepast. En wat projectmedewerkers betreft: die willen niet en horen niet te worden afgeworven. Die staan op de payroll van onze eigen zorgonderneming. Een contractueel beding met een afwervingssom moet gezien worden als een soort boete waarvan je wil vermijden dat je die moet betalen. Het enige doel is een mogelijke afwerving van een vaste medewerker van het projectstafbedrijf te vermijden, niet om een som van, bijvoorbeeld, 25.000 euro te kunnen aanrekenen.”

Ook de berekening dat interim- en projectverpleegkundigen 50 tot 80 procent duurder zouden zijn, klopt volgens Sam Baro hoegenaamd niet. “De meerkost voor de zorgvoorziening is slechts tussen de 24 en 30 procent. Dit ligt mijlenver van de cijfers die Zorgnet-Icuro iedereen wil laten geloven. De kost van een verpleegkundige is geen jaarkost die je zomaar deelt door het maximaal aantal weekdagen of werkuren per jaar of per maand. De formule is complexer. Er zijn gemiddeld tot vijftig dagen per jaar waarop medewerkers niet presteren. Verlofdagen, opname overuren, feestdagen, ziektedagen, opleidingen, … Al die dagen en/of uren moet je aftrekken van het totaal aantal effectieve gepresteerde en ongepresteerde weekdagen in een jaar. Als je dan de jaarkost deelt door het correcte gemiddelde aantal prestatiedagen of -uren, dan kom je uit op een meerkost voor zowel interimwerk als projectwerk van slechts 24 tot 30 procent. Wie anders beweert, rekent bewust of onbewust totaal fout.”

Nochtans stak X-Care in Motion heel wat tijd en energie in het uitleggen van deze berekening. “We hebben het met handen en voeten aan de koepelorganisaties al uitgelegd dat hun berekening fout is. Ook aan Zorgnet-Icuro en aan het kabinet van de Vlaams minister van Welzijn. Onbegrijpelijk dat ze dit naast zich blijven neerleggen en foute informatie de wereld blijven insturen. Aangezien ze via ons wel degelijk over de juiste informatie beschikken, kan ik alleen maar concluderen dat ze doelbewust niet willen luisteren. Zo zet je de eigen leden, namelijk de zorgvoorzieningen, en de minister van Welzijn inclusief, helemaal op het verkeerde been. Deze desinformatie is sterk polariserend en dus heel destructief voor de zorgsector. Niet moeilijk om op die manier met valse premisses een onterechte tweestrijd te creëren. En dat kan tellen vind ik, in een sector die al zwaar onder druk staat door het hoge werktempo en arbeidskrapte. Ik nodig minister Crevits dan ook graag persoonlijk uit om tijd te maken voor dialoog. Zo kunnen we de foute cijferanalyse van haar adviseurs in detail bespreken.”


Zorgzwaarte mag in rekening gebracht worden

De zorgsector staat onder druk, dat hoeven we niet meer te vertellen. Onder meer huisartsen en verpleegkundigen presteren onder zware werkomstandigheden. Daarom boog een reflectiegroep van het RIZIV zich over mogelijke oplossingen zoals een duurzame organisatie en financiering van de huisartsenpraktijk, met ruimte voor taakdelegatie en ondersteuning. Het resultaat is een voorstel om de verhouding tussen prestatie- en capitatiefinanciering beter in balans te brengen door het aandeel van honoraria te verlagen en het aandeel per patiënt te verhogen in functie van de zorgzwaarte. Op die manier worden taken die in het basispakket van de huisartsenpraktijk zitten, maar nog niet of onvoldoende gefinancierd worden, correcter vergoedt volgens zorgzwaarte en complexiteit. Het bevordert ook samenwerking, taakdelegatie en preventie.

Daarnaast voorziet het voorstel ook een premiefinanciering om in te zetten op kwaliteit, ondersteuning en beschikbaarheid. Er is ook ruimte voor optionele financiering om een verpleegkundige in de huisartsenpraktijk aan te werven.


Kom op tegen Kanker roept ziekenfondsen op om ook fysiek en telefonisch bereikbaar te blijven

Uit meldingen aan de Kankerlijn blijkt dat patiënten hulp en financiële ondersteuning mislopen omdat ziekenfondsen steeds minder toegankelijk zijn. Sinds corona werd de dienstverlening sterk gedigitaliseerd, maar meer dan een vijfde van de mensen is niet digitaal vaardig genoeg om hier gebruik van te maken.

Kom op tegen Kanker pleit er daarom voor dat ziekenfondsen inzetten op het principe van call-click-connect om overal een minimale dienstverlening te garanderen. Dat houdt in dat ziekenfondsen, naast hun digitale aanbod (click), zowel inzetten op de telefonische bereikbaarheid (call) als op de fysieke bereikbaarheid (connect). Daarnaast vraagt Kom op tegen Kanker dat ziekenfondsen blijven investeren in de werking en toegankelijkheid van hun maatschappelijke dienstverlening en actiever inzetten op het bereiken van kwetsbare personen door naar hen toe te gaan, buiten de muren van hun organisatie.


Hoge Gezondheidsraad raadt bloeddonaties af voor 66-plussers

De Hoge Gezondheidsraad (HGR) stelt in een nieuw advies voor om bloeddonatie vanaf 66 jaar “niet aan te bevelen”. Het Rode Kruis Vlaanderen laat weten dat ze geen reden tot bezorgdheid zien. In de praktijk zal er niks veranderen aan de huidige regels voor bloedgiften, zo blijkt uit een reactie van minister Vandenbroucke.

Volgens de Hoge Gezondheidsraad houdt bloed geven als 66-plussers bepaalde risico’s in, zowel voor henzelf als voor degenen die het bloed uiteindelijk krijgen. Concreet zou het risico bestaan dat sommige kankers of ouderdomsziektes zoals parkinson en alzheimer in een vroeg stadium worden doorgegeven. Senioren die voor het eerst bloed geven, zouden ook kunnen flauwvallen of stuipen krijgen. Daarom raadt de HGR alle mensen vanaf de leeftijd van 66 af om bloed te geven.

In België is er een groeiend tekort aan bloeddonoren. Om die tekorten op te vangen, pleit de HGR voor brede campagnes. Ze willen daarmee nieuwe, jongere donoren vinden en de huidige donoren aanmoedigen om vaker bloed te geven.

Rode Kruis ziet geen reden tot bezorgdheid

Rode Kruis Vlaanderen reageert dat het in de realiteit geen problemen ziet en de HGR vooral een theoretisch probleem schetst. Volgens het Rode Kruis ligt het aantal Vlaamse 65-plussers dat fysieke ongemakken ondervindt bij het bloed geven niet hoger dan bij andere leeftijdscategorieën. Het risico op flauwvallen zou zelfs drie keer kleiner zijn dan bij 20- tot 29-jarigen. Dat valt te verklaren door het feit dat voor het bloed geven altijd een medische screening gebeurt door de arts, die zeer voorzichtig omgaat met oudere donoren.

Wat betreft de eventuele risico’s op ziekten bij de patiënt die het bloed krijgt, heeft het Rode Kruis alle vertrouwen in de drie veiligheidslagen: de medische screening door de arts, de grondige tests waaraan de bloedstalen onderworpen worden en de bewerking van de bloedproducten.

Vandenbroucke past regels niet aan

Minister Vandenbroucke had de Hoge Gezondheidsraad om advies gevraagd. In een schriftelijke reactie geeft het kabinet-Vandenbroucke aan dat ze de reactie van het Rode Kruis over de veiligheid van de bestaande praktijk volgen. De status quo blijft behouden: wie vroeger nog geen bloed doneerde, mag daar na 66 niet mee beginnen. Wie vroeger wel al regelmatig bloed gaf, mag dat na 66 blijven doen.

Bronnen: vrt.be/vrtnws/nl/2023/02/22/hoge-gezondheidsraad-beveelt-aan-om-bloeddonaties-boven-65-niet

health.belgium.be/nl/advies-9718-verlenging-van-de-leeftijdsgrens-voor-bloeddonatie


Controle op gezondheidsbudget

Vertegenwoordigers van alle zorgverleners en ziekenfondsen beslissen jaarlijks mee over een gezondheidsbudget van 35 miljard euro. Een aanvaring tussen artsensyndicaat BVAS en minister Vandenbroucke lokte kritiek uit op het gebrek aan politieke inspraak en niet-transparante verdeling van het geld van de ziekteverzekering.

In zijn afscheidsspeech haalde Roel Van Giel, de ex-voorzitter van huisartsenvereniging Domus Medica, hard uit naar het Belgisch overlegmodel dat jaarlijks beslist over een gezondheidsbudget van 35 miljard euro. Dat zegt De Standaard van 13 februari 2023. Van Giel: “Zorgverstrekkers en ziekenfondsen verdelen vandaag 35 miljard, terwijl de politiek maar vanop de zijlijn wat kan proberen bij te sturen. De sociale partners hebben onnoemelijk veel macht, maar het overleg blokkeert. Er is geen visie.”

Zorgverleners en ziekenfondsen zijn vertegenwoordigd in commissies en comités. Ze moeten de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de zorg in de gaten houden, en nemen zo ook beslissingen over hun eigen inkomen. Het jaarlijkse budget van de ziekteverzekering omvat:

  • Erelonen artsen (10 miljard)
  • Financiering ziekenhuizen via dagprijzen (8,3 miljard)
  • Terugbetaling van onder andere geneesmiddelen (6 miljard)
  • Honoraria van verpleegkundigen in de thuisverzorging (2,1 miljard)
  • Compensatie volledige ontvangsten art. 111/81 (1,4 miljard)
  • Honoraria van tandheelkundigen (1,3 miljard)
  • Verzorging door kinesitherapeuten (1,1 miljard)
  • Andere (4,6 miljard)

Nood aan hervorming

De federale regering heeft wel nog altijd het laatste woord over de definitieve goedkeuring van het budget. De aanloop daarnaartoe gebeurt grotendeels achter de schermen. Meestal blijft het gezondheidsoverleg onder de publieke radar. Dat veranderde toen begin dit jaar het grootste artsensyndicaat BVAS dreigde het akkoord tussen artsen en ziekenfondsen over het gezondheidsbudget op te blazen, omdat er onenigheid was met minister Vandenbroucke over de prijsafspraken voor geneeskunde. Na extra overleg trok de BVAS dat dreigement weer in.

Volgens Van Giel bewijst het voorval in ieder geval dat een hervorming van het overlegmodel noodzakelijk is. Thomas Gevaert, de voorzitter van de artsenvakbond AGSB/Kartel, dringt daarnaast aan op meer transparantie: “Omdat het over zulke grote bedragen gaat, zou het publiek wat mij betreft welkom moeten zijn op de vergaderingen, met de verslagen voor iedereen beschikbaar.”

Langetermijnvisie

De ziekenfondsen sluiten zich vooral aan bij de klachten van Van Giel over het gebrek aan langetermijnvisie. “Dit gaat over geld van de samenleving, dus moeten we ook met een duidelijke visie komen. Als ziekenfondsen moeten we die rol nog meer opnemen, maar nieuwe ideeën worden altijd afgeschoten”, zegt Luc Van Gorp, de voorzitter van de Christelijke Mutualiteit. Hij geeft daarbij het voorbeeld van de trage ommezwaai in de zorg naar meer preventie. “Voor dergelijke overkoepelende doelstellingen, zoals de opvolging van diabetes of obesitas, wordt maar 52 miljoen euro uitgetrokken, tegenover 10 miljard voor artsenlonen.”

Bron: De Standaard, 13 februari 2023