Meer financiering van het RIZIV voor de thuisverpleging

De begroting van het RIZIV voorziet voor 2022 ruim 36 miljard euro voor de zorgsector. Zo’n 1,92 miljard euro daarvan gaat naar de thuisverpleegkundige zorg. Een stijging ten opzichte van de 1,83 miljard euro uit het budget van 2021. Toch is het een logische evolutie, want de vraag naar verpleegkundige zorg in de thuissituatie stijgt. Hendrik Van Gansbeke, algemeen coördinator van het Wit-Gele Kruis van Vlaanderen en vertegenwoordiger van verpleegkundigen binnen het RIZIV, gidst ons door de belangrijkste veranderingen voor thuisverpleegkundigen.

De stijging van het budget voor 2022 is niet zo vreemd. Die volgt de gebruikelijke trendanalyses en de verwachte groei van de sector thuisverpleging. Eind 2020 merkte de thuisverpleging een stijging van het aantal patiënten en een toename van de zorgzwaarte op en dat zette zich in de eerste helft van 2021 verder. Die verhoogde vraag naar en complexiteit van thuisverpleegkundige zorg brengt ook extra budget met zich mee. Toch is nog niet alles rozengeur en maneschijn. “De nomenclatuur en de waardering per prestatie blijven op zich gelijk”, zegt Hendrik Van Gansbeke. “Er is vanaf 1 januari 2022 wel een lineaire indexering van de honoraria van 0,79 procent. Dat is lager dan wat de sector in de dagelijkse realiteit meemaakt. De levensduurte ligt hoger, in september 2021 was er een loonindexering van 2 procent en vanaf februari 2022 komt daar nog eens 2 procent bij. Daarmee zien we een soort vertraging in de waardering van de honoraria van thuisverpleegkundigen.”

Diabeteseducatoren in de thuisverpleging

Geen nieuwe nomenclatuur dus, wel ruimte voor nieuwe initiatieven binnen de zorg door de groeinorm van 2,5 procent. Dat is 1 procent meer tegenover vorige legislatuur. Daarvan gaat een deel naar maatregelen voor betere en preventieve tandzorg, maar ook naar de algemene financiële toegankelijkheid van zorg met een verlaging van de voorwaarden voor de maximumfactuur. De thuisverpleegkunde is hier ook niet vergeten. “Onder meer voor de verpleegkundige diabeteseducatoren zal het een en ander veranderen met de herziening van de zorgtrajecten diabetes. Het NVKVV en NPTV haalden al aan in een visienota in 2020 dat de verpleegkundige diabeteseducator vaak ondergewaardeerd wordt en het administratief zeer moeilijk heeft”, licht Hendrik toe. “Bij de opstart van een zorgtraject moet de educator vier handtekeningen hebben om het zorgtraject contractueel te kunnen starten: van de diabetoloog, de huisarts, de patiënt en de educator zelf. Als de diabeteseducator te vroeg start met de educaties binnen het zorgtraject, kan hij vaak zijn prestaties niet aanrekenen omdat de administratie niet tijdig in orde komt. Op initiatief van de mutualiteiten zal nu een overgangsperiode van drie maanden voorzien worden om het papierwerk in orde te brengen terwijl de diabeteseducaties al opgestart kunnen worden. Zo wordt dit probleem toch opgelost.” De sector hoopt dat met de extra middelen in het budget 2022 er ook iets kan gedaan worden aan de financiële waardering van het werk van de verpleegkundige diabeteseducator. De inspanningen die geleverd worden en de verantwoordelijk die ze opnemen zijn ruimer dan aanvankelijk ingeschat.

Remgeld voor thuisverpleegkundigen?

Er liggen plannen op tafel om patiënten die bij de huisarts of tandarts langsgaan enkel nog het remgeld van 3,5 of 4 euro te laten betalen voor een consultatie, bij het verder uitrollen van het zogenoemde derde-betalerssysteem. Ook voor thuisverpleegkundigen werd de vraag gesteld. “Maar dat onderwerp ligt in de sector niet prominent op tafel”, zegt Hendrik Van Gansbeke. “Al zijn we het er mee eens dat de thuisverpleging niet anders behandeld moet worden dan andere zorgdisciplines. Het derde-betalerssysteem is al van toepassing voor de thuisverpleging. Patiënten krijgen haast nooit een factuur, behalve voor handelingen die niet in de nomenclatuur staan. Dat maakt de thuisverpleegkunde al zeer toegankelijk. Toch is er een chronische onderwaardering van de thuisverpleging. Daar komt nog de grote schaarste aan thuisverpleegkundigen en de stijgende werkdruk bij. Misschien moeten we op termijn inderdaad overgaan tot het innen van remgeld om tot een volwaardige financiële waardering van het beroep te komen. Vandaag is er een zeer grote kloof tussen de uitbetaalde lonen en de effectieve kosten. Voor thuisverpleegkundigen in loondienst betekent dat verstandig omgaan met subsidies en alternatieve middelen, voor zelfstandig thuisverpleegkundigen betekent dat meer prestaties per dag om iets analoog te verdienen ten opzichte van de kosten die er tegenover staan. Een situatie die haast niet vol te houden is.”

Wat met de coronamaatregelen?

Tijdens de pandemie waren verpleegkundigen niet meer verplicht per bezoek de e-ID’s van de patiënten in te lezen. Dat zal weldra weer genormaliseerd en verplicht gemaakt worden. De extra vergoedingen die er kwamen voor de aankoop van materiaal en persoonlijke beschermingsmiddelen zijn in volle gang. Die verlopen vanaf september 2020 via een generiek systeem voor de volledige gezondheidszorg. “Al zijn er enkele problemen opgedoken tussen de verwachte schattingen en de effectieve terugbetalingen die moeten gebeuren”, licht Hendrik Van Gansbeke toe. “De vooropgestelde hypotheses in de telling van de patiënten contacten of bezoeken strookten niet met de realiteit waardoor er hier en daar verschillen op zitten. In de  werkgroep van het RIZIV met de administratie en  de mutualiteiten pleiten we als vertegenwoordigers van de thuisverpleegkundigen hier voor meer transparantie en communicatie. De voorbereidingen voor de betalingen voor de periode december 2020 – juni 2021 zijn aan de gang en er is naar verluidt een verlening voor de periode van juli 2021 tot vandaag of het einde van de coronapandemie in voorbereiding. Verwacht wordt dat nieuwe vergoedingen beperkter zullen zijn naarmate de crisis langer aanhoudt.”

Vooruit kijken naar 2023

Verder staat in het budget nog de nieuwe nomenclatuur voor wondzorg, die halverwege 2022 in voege gaat, en wil de sector ook negatieve druktherapie in de wondzorg bij patiënten thuis aan de nomenclatuur toegevoegd zien. Er komen ook betere en verregaande afspraken in verband met thuishospitalisaties, zeker voor antibioticatherapie en oncologische behandelingen onder de vorm van infuustherapie. Verpleegkundigen zullen extra vergoed worden voor het extra coördinatiewerk en de afstemming met het ziekenhuis en de huisarts hiervoor.

“We bereiden ook actief het budget van 2023 voor, waarin we onder meer het proactief opvolgingsbezoek willen opnemen”, zegt Hendrik. “Dat past volledig binnen de preventieve aanpak die we binnen een geïntegreerde gezondheidszorg moeten hanteren. Net zoals het principe van subsidiariteit, dat zich uit in het stimuleren van zelfzorg, het organiseren en begeleiden van mantelzorg en de multidisciplinaire samenwerkingen met andere zorgprofessionals voor de patiënten in de thuisverpleging. Daarbinnen past ook het werk voor het bedenken en ontwikkelen van een nieuwe financiering voor de thuisverpleging in 2022 waar ketenzorg een belangrijke plaats inneemt. Zo zetten we steeds meer in op geïntegreerd, transversaal en over de disciplines heen samenwerken.”


Op weg naar telemonitoring in de thuisverpleging?

Televerstrekkingen wonnen tijdens de coronacrisis aan belangstelling. En dat opende de weg naar innovaties in de zorgsector. Zo werden projecten opgezet om covidpatiënten op te volgen via teleconsult, om de druk op de ziekenhuizen te verlichten. Of dit ook de weg opent naar een bredere toepassing van teleconsults in de thuisverpleegkunde is nog maar de vraag. “Het RIZIV is iedere sector aan het bevragen”, zegt Els Bulteel, directeur zorgverleners bij ZorgConnect en lid van de werkgroep thuisverpleegkundigen van het NVKVV.

“Een huisbezoek van een thuisverpleegkundige is altijd een meerwaarde”, zegt Els Bulteel. “Het is voor ons bijna niet haalbaar om over te schakelen op teleconsultaties. Voor diabeteseducatoren kan het eventueel wel. Zij kunnen hun educaties over de pathologie en over omgaan met diabetes in het dagelijks leven wel digitaal laten plaatsvinden. Al is het tijdens zo’n educatie ook nuttig om de thuissituatie van een zorgvrager in te schatten en dat lukt niet altijd via een scherm.”

Het RIZIV bevraagt momenteel iedere zorgsector naar de haalbaarheid en toepassing van televerstrekkingen. “Het consensus voor de thuisverpleging zou daar zijn dat we het niet standaard toepassingen omdat het gewoon niet haalbaar is. Er zijn heel wat verstrekkingen die je als thuisverpleegkundige niet van op afstand kan uitvoeren, zoals inspuitingen toedienen, medicatie klaarzetten, infuustherapie, … Toch staan we er voor open om de mogelijkheid steeds in vraag te stellen bij een nieuwe nomenclatuur, zoals voor de nieuwe nomenclatuur rond wondzorg en de nomenclatuur voor proactieve opvolging het geval is”, zegt Els nog.

Thuisopvolging tijdens derde golf

Een van de projecten waar telemonitoring werd toegepast, is in de opvolging van covidpatiënten in Aalst sinds maart 2021. Thuiszorgorganisatie i-mens en koepelorganisatie voor zelfstandig thuisverpleegkundigen Mederi werkten hier aan mee, net zoals de Z-plus, technologieleverancier Remedus, huisartsenkring Aalst en het OLV en ASZ ziekenhuis.

Besmette patiënten kregen een thermometer en saturatiemeter mee naar huis en registreren hun parameters op een multidisciplinair platform. Bij de opstart kwam steeds een thuisverpleegkundige langs, die eventueel de patiënt ook dagelijks kon bijstaan in het registeren van die parameters. Verpleegkundigen van zorgcentrale Z-plus volgden de waarden op en grepen in bij een noodgeval of wanneer bijsturing door een arts nodig was. Zo werd de patiënt enerzijds enkel naar het ziekenhuis doorverwezen wanneer het echt nodig was. Anderzijds kon een opgenomen patiënt het ziekenhuis vroeger verlaten om van thuis verder opgevolgd te worden. Het project toonde tijdens de derde covidgolf aan dat patiënten gemiddeld 2,5 dagen vroeger naar huis konden, in veilige omstandigheden.

104 patiënten

Sinds maart 2021werden via dit project 104 covidpatiënten opgevolgd aan de hand van teleconsults. Dat aantal is intussen gestegen door de vierde golf. “Een goede zaak”, vindt Karin Van Mossevelde, algemeen directeur van i-mens. “Het verlicht de druk op de covidafdelingen. Maar er zijn nog andere zorgnoden. Ook de huisartsen worden overspoeld. Door hen tools aan te reiken om bepaalde patiënten op afstand op te volgen, komt meer ruimte vrij voor de gewone zorg.”

Ingrid Redant is thuisverpleegkundige en praktijkmentor bij i-mens. Zo heeft ze een brede blik over de praktische kant van het proefproject. De eerste ongerustheden over het nieuwe systeem waar ze mee moesten werken, werden al snel weggenomen toen het programma zeer intuïtief en makkelijk aan te leren bleek. “Ik ging zelf ook langs bij patiënten”, vertelt Ingrid. “Zij waren meestal nog heel vermoeid, maar wel in een goede gezondheidstoestand. De jongere patiënten namen hun parameters zelf op. Daar volstond een opstartgesprek waarin het project werd uitgelegd, wat je moest meten en hoe je dat moest doen, waar je terecht kon bij problemen, … De oudere patiënten hadden vaak geen smartphone of tablet, daar gingen we dan twee of drie keer per dag langs om de parameters op te nemen en door te sturen. Algemeen merkte ik dat mensen wel blij waren om weg te zijn uit het ziekenhuis. ‘Nergens beter dan thuis’, vonden ze. Ze hadden ook veel vertrouwen in de opvolging door de zorgcentrale Z-plus. Het is net in die opvolging dat telemonitoring misschien ook bij andere aandoeningen, zoals hartfalen of diabetes, een meerwaarde kan zijn. Je kan korter op de bal spelen terwijl de patiënt autonomer wordt en geen nieuwe consultaties hoeft af te wachten bij eventuele problemen. Al mag de computer het nooit van ons overnemen.”


Mobiliteit en thuiszorg: een en-enverhaal

Ellenlange files, parkeerregels, circulatieplannen, lage-emissiezones. Als burger dwingen ze ons om na te denken over onze verplaatsingen met de wagen. Maar als je, net als thuisverpleegkundigen, dagelijks je wagen nodig hebt, moet je op zoek naar oplossingen. Karolien Heirman is facility manager bij het Wit-Gele Kruis Oost-Vlaanderen en licht toe hoe zij vanuit haar job probeert de mobiliteit van de thuisverpleegkundigen te verbeteren.

Als facility manager is Karolien Heirman verantwoordelijk voor de gebouwen van het Wit-Gele Kruis Oost-Vlaanderen en voor de mobiliteit van het personeel. Daartoe behoort ook het wagenpark met 1.500 voertuigen. Liefst 99 procent van de thuisverpleegkundigen van de organisatie verplaatst zich met de wagen, maar door het circulatiebeleid van heel wat steden en gemeenten worden de rondes bemoeilijkt. “En het is onmogelijk om de planning daar op af te stemmen. Dus moeten we oplossingen zoeken”, zegt Karolien. “De zones 30, de vele knips, de parkeerproblematiek, wegenwerken, … Het verschilt van stad tot stad. Vaak willen de besturen wel helpen en ons toegang verlenen tot die knips, maar we moeten ook vanuit onze organisatie bijspringen.”

Zo bekijkt de thuisverplegingsorganisatie of het mogelijk is fietsen in leasing te geven aan de verpleegkundigen. “Al is dat geen totaaloplossing voor 1.500 mensen”, zegt Karolien. “Je moet ook werk maken van gepaste accessoires zoals fietstassen en hesjes. We kunnen eventueel fietsen plaatsen aan de rand van een stad, maar dan verlies je als verpleegkundige je flexibiliteit. Ook stadsoplossingen zoals deelfietsen zijn geen mogelijkheid. Je moet kunnen rekenen op de beschikbaarheid van deze vervoersmiddelen en die is niet altijd gegarandeerd. Deelsteps zijn te gevaarlijk en met het openbaar vervoer boet je in aan flexibiliteit en geraak je ook niet overal. Veel zorgvragers wonen vaak op plaatsen waar geen bus of tram komt.”

Creatief zijn

Momenteel ruilden twee thuisverpleegkundigen van het Wit-Gele Kruis Oost-Vlaanderen hun wagen in voor de fiets. Binnenkort volgt een evaluatiemoment. “Intussen blijven we verder zoeken. Het is nooit een kwestie van geld, wel een en-enverhaal van welzijn, veiligheid en duurzaamheid. Ook de weersomstandigheden spelen mee”, licht Karolien toe.

Afhankelijk van de stad of gemeente worden oplossingen op maat uitgewerkt. Zo worden verpleegkundigen in Gent vervoerd door jobstudenten. In Sint-Niklaas krijg je als zorgverlener speciale toestemming om te parkeren. Er was ook een eenmalige actie waar particulieren een bordje voor het raam hingen “hier mag je parkeren”, om het vrije plekje voor hun huis te benutten.

“Minder boetes, minder stress en meer tijd voor de patiënt”

Kimberly Claeys is thuisverpleegkundige bij het Wit-Gele Kruis Oost-Vlaanderen. Ze heeft een ronde in Petegem (Deinze) van minder dan een vierkante kilometer. Daarom koos ze ervoor om alle verplaatsingen voortaan te voet te doen.

Deinze is een druk verkeersknooppunt in de Gentse rand en het stadsbestuur voert een fietsvriendelijk beleid. “Dat is zeer positief, maar het resultaat voor mijn job is wel dat ik vaak in de file sta en moeilijk een parkeerplaats vind”, zegt Kimberly. “Je hebt pas recht op gratis parking in Deinze als je 100 euro aan parkeerkosten kan voorleggen. Daarvoor moet je ook een heleboel formulieren invullen.”

En dus zocht Kimberly naar een oplossing. Ze parkeert haar wagen aan de kerk van Petegem. Daar mag ze gratis staan tussen 9 en 12 uur. Van daaruit gaat ze te voet naar haar patiënten. “Daar is voldoende parkeergelegenheid en zo ontlast ik het centrum”, vertelt ze. “Ik ga op stap met mijn rugzak waarin alle materiaal zit. Onderweg beantwoord ik mailtjes, leer ik de buurt kennen of kom ik enkele bekende gezichten tegen. Wanneer ik na zo’n 7.000 stappen terug aan mijn wagen ben, is mijn hoofd leeg. De fiets nemen zag ik persoonlijk niet zitten. Ik vond het niet praktisch en te gevaarlijk. Al ben ik er van overtuigd dat het in een groter gebied wel handig is.”

Kimberly geeft nog enkele tips mee om andere thuisverpleegkundigen te inspireren. “Draag stevige schoenen, investeer in een goede rugzak waar al je materiaal in past en kleed je in laagjes. Bij slecht weer kan je gewoon wat dichter tegen de huizen wandelen”, zegt ze. “En mijn patiënten zorgen ook goed voor mij. Wanneer het regent of koud is, warm ik bij hen mijn sjaal op terwijl ik met de verzorging bezig ben. Het vraagt misschien wat organisatie, maar ik heb minder boetes, minder stress en meer tijd voor mijn patiënten.”

Tweevoudig probleem

Dat de mobiliteit het ook moeilijk maakt om extra verpleegkundigen te vinden, spreekt voor zich. Toch zijn er naast personeel nog twee andere grote mobiliteitsuitdagingen waar de thuiszorg voor staat. “Zo is er de elektrificatie van ons wagenpark. Benzine wordt heel duur en elektrische wagens doen hun intrede. Naast een wagen, zullen we voortaan ook laadfaciliteiten moeten voorzien. Bij de verpleegkundige thuis een laadpaal installeren is moeilijk omdat er een groot verloop is bij ons personeel. We moeten dus bekijken of laden centraal kan gebeuren”, zegt Karolien. “Hybride wagens zijn ook een optie en worden al volop getest. Maar de markt, de fiscaliteit en de wetgeving evolueert razendsnel en dus is afwachten voorlopig de beste keuze.”

“Een tweede probleem zijn de verkeer- en circulatieplannen van de steden en gemeenten. Het wordt steeds drukker op de weg. Voorlopig hebben we daardoor nog niet veel verpleegkundigen weten stoppen, maar je moet wel steeds de vinger aan de pols houden. Daarom zitten we steeds samen met steden en gemeenten om te bespreken wat de mogelijkheden tot samenwerking zijn. In de ene stad of gemeente loopt dat al vlotter dan in de andere. Er zijn er ook waar we helemaal geen medewerking krijgen.” Vanuit deze probleemstellingen lanceert het Wit-Gele Kruis van Vlaanderen over al haar afdelingen verschillende oefeningen. “Het is een nationaal probleem en we moeten van elkaar leren om dit goed aan te pakken”, besluit Karolien.