Waarom inzetten op het gebruik van hulpmiddelen bij compressiekousen?
Het Wit-Gele Kruis zet maximaal in op het stimuleren van het gebruik van hulpmiddelen bij het aan- en uittrekken van compressiekousen. De provincies Vlaams-Brabant, Limburg en West-Vlaanderen rolden het nieuwe beleid al uit in 2024. Een regel met een grote impact, maar wel een weloverwogen keuze in het belang van de patiënten en zorgverleners.
Uit onderzoek bleek dat heel wat referentieverpleegkundigen van het Wit-Gele Kruis een grote meerwaarde zagen in het gebruik van een hulpmiddel bij het aan- en uittrekken van compressiekousen voor de kwaliteit van zorg. Tegelijk bleek dat er heel veel verschillen bestonden in aanpak en soorten hulpmiddelen over de regio’s en zelfs binnen de afdelingen. En dus ging het Wit-Gele Kruis aan de slag. “We deden heel wat onderzoek en stelden focusgroepen samen om het standpunt van verpleegkundigen en patiënten over dit topic in kaart te brengen”, vertelt Cindy Lermytte, stafmedewerker zorg bij het Wit-Gele Kruis West-Vlaanderen binnen de domeinen geriatrie en ergonomie. “Op basis van die input, gaven we het nieuwe beleid vorm. Heel wat regio’s dachten trouwens zelf al actief na over een eenduidig kader, een reden te meer om vanuit de organisatie mee aan de kar te trekken. Zeker als je weet dat we jaarlijks in elke provincie waarin het Wit-Gele Kruis actief is ongeveer 600.000 keer zulke handelingen uitvoeren.”
Een tweede reden waarom de thuiszorgorganisatie het noodzakelijk vond deze denkoefening te starten, was het aantal arbeidsongevallen. “In West-Vlaanderen stelden we vast dat sommige verpleegkundigen één jaar of langer afwezig zijn als gevolg van fysieke klachten door het manueel aan- en uittrekken van compressiekousen. Als we ons personeel kunnen ondersteunen, dan grijpen we die kans.”
Het belang van de patiënt voorop
Het Wit-Gele Kruis leidt elke thuisverpleegkundige standaard op om met verschillende hulpmiddelen te werken, waaronder zeker een glijzak en een Doff N’ Donner-aantrekhulp. Zijn deze oplossingen niet geschikt voor een patiënt, dan hebben de referenten nog talloze andere hulpmiddelen ter beschikking. Cindy: “Uiteraard is het maatwerk en zoeken we de beste oplossing voor elke patiënt. Toch willen we in de eerste plaats de zorg zo laagdrempelig mogelijk houden. We kiezen bewust voor eenvoudige en betaalbare hulpmiddelen, dat kwam ook sterk naar voren uit de gesprekken die we voerden met patiënten. Het laatste wat we willen is dat we door ons nieuwe beleid mensen uitsluiten omdat het te duur wordt.”
In de regio’s waar het nieuwe beleid al in voege is, bewijzen de hulpmiddelen alvast hun nut. “Patiënten worden voor een groot stuk zelfredzamer. We merken dat patiënten het fijn vinden om meer eigenaarschap te kunnen opnemen in het zorgproces, wat in functie van patiëntenparticipatie een belangrijke meerwaarde is. Sommigen geven aan dat – eens ze goed met de aantrekhulp overweg kunnen – onze hulp niet meer nodig is. Daarnaast vermijden we bijkomend ongemak, zoals wonden, bij patiënten en merken we minder schade aan de compressiekousen. Bovendien heeft dit een positief effect op de fysieke belasting van de thuisverpleegkundige. Daarom rollen we het beleid in 2025 verder uit waar mogelijk.”
Ethisch vraagstuk
Hulpmiddelen voor het aantrekken van compressiekousen worden momenteel niet terugbetaald door de mutualiteit. Dit zijn dus extra kosten ten laste van de patiënt. Dat ligt heel gevoelig, beseft ook Cindy: “Bij zulke keuzes moet je altijd de pro’s en contra’s afwegen. Dat hebben we weloverwogen gedaan. We voelen dat onze medewerkers mee zijn het dit verhaal: op ergonomisch vlak, maar evenwel qua infectiepreventie nu elke patiënt zijn eigen hulpmiddelen heeft en naar het ondersteunen van het zelfmanagement van de patiënt en zijn mantelzorger.”
Toch is voor het Wit-Gele Kruis de kous niet af. Over de disciplines heen zoekt de organisatie naar samenwerkingsmogelijkheden en een optimalisatie van de zorg. “We denken aan bandagisten of ergotherapeuten, dat komt zowel onze dienstverlening als de kwaliteit van zorg ten goede”, besluit Cindy. “Dat is het ideale scenario waar we volop naartoe werken.”
Copyright foto: Marc Wallican
Wat betekent de tijdelijke begroting van het RIZIV voor de zorg?
Op het moment van schrijven is een voorlopige gezondheidsbegroting goedgekeurd in het Algemeen Beheerscomité van het RIZIV, maar nog niet door de federale regering. Hiervoor vond de juridische dienst van het RIZIV een spitsvondig scenario, broodnodig om de continuïteit van de ziekteverzekering te waarborgen.
“Het gaat hier om een voorlopig doorstartscenario voor begin 2025”, zegt Hendrik Van Gansbeke, algemeen coördinator van het Wit-Gele Kruis van Vlaanderen en vertegenwoordiger van verpleegkundigen binnen het RIZIV. “Het voorlopige budget 2025 is gebaseerd op het eerder goedgekeurde globale voorstel van het Verzekeringscomité van het RIZIV, met een groeinorm van 2,5 procent en een indexering van de honoraria met 3,34 procent vanaf 1 januari 2025. Het houdt nog geen rekening met eventuele aanpassingen, budgetten en besparingen die een nieuwe regering op tafel legt.”
Daarnaast zijn er dossiers, projecten en andere aspecten die buiten de gewone begrotingsdoelen vallen. Als de Algemene Raad van het RIZIV beide dossiers niet kan goedkeuren, dan worden de twee delen van de gezondheidszorgbegroting 2025 als onbeslist beschouwd. Dit geldt ook als er geen unaniem akkoord komt van de federale regering.
Maandelijkse budgetten
Beide delen van de gezondheidszorgbegroting 2025 zijn dus op de federale tafel beland. Zolang daar geen definitief akkoord komt, wordt gewerkt met de voorlopige begrotingsdocumenten. “Er is een prefinanciering voorzien met maandelijkse budgetten om de kosten van de verzekeringsinstellingen te dekken”, zegt Hendrik. “Deze voorlopige documenten zijn ook inzetbaar voor de tak gezondheidszorg. Hierdoor kan het Algemeen Beheerscomité de definitieve begroting voor uitkeringen combineren met de voorlopige begroting voor gezondheidszorg. Deze combinatie en berekening met maandelijkse budgetten kunnen worden toegepast in de dienst geneeskundige verzorging tot de federale ministers een definitief akkoord geven. De indexering van de honoraria en de groeinorm zijn al vastgelegd en blijven gegarandeerd. Voor nieuwe maatregelen kunnen de budgetten pas worden gebruikt zodra de regering akkoord is.”
Voor de thuisverpleging zijn deze bedragen voorzien:
- Transversale gezondheidszorgdoelstellingen – Project Onco@Home (1,4 miljoen euro) en Thuishospitalisatie (5,4 miljoen euro)
- Honoraria thuisverpleging, inclusief indexering van 3,34 procent vanaf 1 januari 2025 en groeibudget (2.305.440.000 euro).
- Specifieke tegemoetkomingen diensten thuisverpleging (53,56 miljoen euro)
- Vroedkundigen (52,3 miljoen euro)
In dit voorstel is nog geen budget voorzien voor nieuwe initiatieven, zoals het structureel financieren van extra of ondersteunende jobs in ziekenhuizen, de thuisverpleging en wijkgezondheidscentra, of maatregelen rond cybersecurity voor gezondheidszorgorganisaties (o.a. ook grotere praktijken in de thuisverpleging). “Er is wel een nota die zaken buiten de reguliere begrotingsdoelstellingen behandelt, inclusiefeen lijst met de zogenaamde artikel 56-projecten. Dat zijn bijzondere modellen van verstrekking of betaling van geneeskundige verzorging. Ook project 120 over de nieuwe financiering voor de thuisverpleging valt daaronder en rekent op een continuïteit van financiële middelen”, licht Hendrik nog toe. “Voorlopig is het nog wachten op een structureel budget voor de initiatieven rond straatverpleging.”
Indexering honoraria toepassen
Zolang er geen regeringsbesluit is, wordt geadviseerd om vanaf 1 januari 2025 de indexering van de honoraria lineair toe te passen Elke alternatieve indexering zal namelijk als nieuw beleid aanschouwd worden. “Het opzeggen van een conventie op sectorniveau heeft nadelige gevolgen. Zo kan de indexering van honoraria vervallen, samen met het recht op extra premies of vergoedingen”, benadrukt Hendrik. “Daarnaast wordt een andere regeling voor remgeld van kracht, wat de kosten voor patiënten aanzienlijk verhoogt.”
Hendrik zegt verder: “De indexering van de honoraria is een eerste stap aan de start van het nieuwe jaar. Al blijft dit theoretisch nog onzeker. De federale regering kan nog steeds beslissen om de begroting af te keuren of bij te sturen. Daarnaast is in de voorlopige begroting geen ruimte voor nieuw beleid, al worden enkele zaken wel blijvend gefinancierd, zoals de New Deal voor de thuisverpleging.”
Conventiepremie voor verpleegkundigen
Volledig geconventioneerde verpleegkundigen ontvangen van het RIZIV een jaarlijkse financiële tegemoetkoming voor de jaren 2024, 2025 en 2026. Met deze vergoeding speelt het RIZIV in op de oplopende praktijkkosten voor onder meer personeel en energie.
Pas je als verpleegkundige de wettelijke tarieven toe voor de verstrekkingen bij een patiënt, dan reken je vanaf 2024 voor de komende drie jaren op een premie van het RIZIV. Om hiervan te genieten, gelden een aantal voorwaarden. Zo moet je toegetreden zijn tot de nationale overeenkomst verpleegkundigen – ziekenfondsen en dit ten laatste vanaf 15 februari van het premiejaar. Die toetreding moet trouwens gelden voor de rest van dat jaar. Wanneer je na 15 februari pas je RIZIV-nummer ontving, moet je eveneens voor de rest van het jaar volledig geconventioneerd blijven.
Tegelijk stelt het RIZIV voorwaarden rond het aantal prestaties. Enkel verstrekkingen in een ambulante setting komen in aanmerking. Bovendien moet je een minimumdrempel aan verstrekkingen uitvoeren. In 2024 ligt de drempel op 12.446,72 euro en komt de financiële vergoeding uit op 538,66 euro. Verpleegkundigen die in medische huizen onder een forfait werken, komen niet in aanmerking voor de conventiepremie.
Aanvraag en uitbetaling
Voldoe je aan alle voorwaarden, dan betaalt het RIZIV de premie automatisch. Je moet enkel je rekeningnummer doorgeven via ProGezondheid. Dit dient te gebeuren ten laatste op 31 mei van het jaar na het premiejaar. Aangezien de conventiepremie bedoeld is om kosten te compenseren, komt deze mogelijk ten goede van je werkgever. Check dus zeker eventuele interne afspraken, alvorens een rekeningnummer op te geven.
De uitbetaling van de premie hangt af van de beschikbare activiteitsgegevens (profielgegevens). Behaal je op basis van die gegevens al in de eerste jaarhelft de minimumdrempel, dan betaalt het RIZIV de premie uit in januari van het jaar erop. Zijn de data van de tweede jaarhelft nodig om vast te stellen of je de minimumdrempel behaalt, dan volgt de betaling in juli van het volgende jaar. In beide gevallen moet het RIZIV de profielgegevens tijdig ontvangen.
Ben je actief als verpleegkundige en als vroedkundige? Dan zijn alternatieve scenario’s mogelijk voor de uitbetaling. Meer informatie vind je hier.
Samenwerking versterken via teamspel
Het Wit-Gele Kruis Limburg ontwikkelde een uniek spel voor haar medewerkers om als team goed te functioneren en effectief samen te werken. Teamconnect is een innovatieve oplossing om de samenwerking binnen de verschillende teams van de zorgorganisatie te versterken. Sinds september is het spel beschikbaar voor alle afdelingen.
Het Wit-Gele Kruis Limburg wil dicht bij haar patiënten staan en zorg op maat aanbieden. Daarom werkt de organisatie met kleinere, vaste wijkteams in de lokale regio’s. “Deze teams laten ons toe beter in te spelen op de noden van patiënten, zorgpartners en medewerkers”, licht algemeen directeur Nadja Vananroye toe. “Tegelijk bereiden we onze organisatie zo voor op de uitdagingen van morgen.” Die bredere organisatie van lokale afdelingen creëert sterkere fundamenten en stimuleert een betere samenwerking met zorgpartners, zoals ziekenhuizen en huisartsen. ”Om deze aanpak te doen slagen, is het noodzakelijk dat deze teams goed functioneren en effectief samenwerken. Met Teamconnect reiken we onze medewerkers een tool aan die hen daarbij ondersteunt.”
Betere teamdynamiek door reflectie
Het unieke teamspel Teamconnect is opgebouwd vanuit wetenschappelijke inzichten om op een informele en laagdrempelige manier de samenwerking binnen de teams te verbeteren. “We zochten een creatieve manier om teams dichter bij elkaar te brengen en samen sterker te staan in een uitdagende werkomgeving”, aldus Nadja.
Teamleden krijgen inhoudelijk sterke reflectievragen voorgeschoteld, alsook tips en positieve boodschappen om toe te passen in het dagelijkse werk. Door met deze vragen aan de slag te gaan, verbetert de samenwerking en wordt de veerkracht van het team groter. “Het spel richt zich niet op praktische patiëntenbriefings, maar wel op hoe de teamleden onderling interageren. Het maakt dan ook deel uit van ons functioneringsbeleid. Het is laagdrempelig opgezet, waardoor belangrijke en soms moeilijke gespreksonderwerpen toch naar boven kunnen komen in een ontspannen setting. Teamconnect heeft als doel dat de teamleden diepgaand reflecteren over hun werking. Wat dan uit het spel naar boven komt, vormt de basis om de teamdynamiek te verbeteren.”
Voortrekkersrol nemen
Het Wit-Gele Kruis Limburg wil het spel optimaliseren op basis van de feedback van haar medewerkers. Ook bekijkt het de mogelijkheid om Teamconnect te digitaliseren. “Bijvoorbeeld in een innovatieve app”, zegt Nadja. “Het is een krachtige tool om effectiever en efficiënter te leren samenwerken. Als organisatie nemen we graag een voortrekkersrol en willen we ons klaarstomen voor het steeds veranderende zorglandschap. Dit unieke spel is daar een mooi voorbeeld van.” Teamconnect is sinds september beschikbaar voor de medewerkers van alle afdelingen.
BEELD: Copyright Wit-Gele Kruis Limburg
Samen thuis tegen kanker
De nota rond thuishospitalisatie is ondertussen al even rond. Daarin was onder meer het Wit-Gele Kruis in elke fase betrokken bij verschillende proefprojecten. Doordat de behandeling van en zorg voor oncologische patiënten meer en meer richting thuiszorg verschuift, is het organiseren van een oncosymposium een logische volgende stap voor de organisatie.
Op 9 oktober organiseert het Wit-Gele Kruis zijn allereerste oncosymposium met als titel ‘Samen thuis tegen kanker’. Het symposium, met ondersteuning van de Stichting Tegen Kanker, is gericht op alle zorgmedewerkers die in hun professionele setting te maken krijgen met oncologische patiënten. Met zowel praktische workshops om in het werkveld te implementeren, als inhoudelijke voordrachten door experts, is er voor elk wat wils.
Kwalitatieve oncologische zorg
Waarom de keuze voor een oncologisch symposium? Dat legt Johanna Cooreman, stafmedewerker verpleegkunde van het Wit-Gele Kruis van Vlaanderen uit: “Door samen te werken met alle actoren uit de zorg waarborgen we de kwaliteit van onze oncologische zorg. Daarom richten we ons op een transmuraal en multidisciplinair publiek. Het symposium geeft ook ruimte om te netwerken en de samenwerking binnen deze zorg te bevorderen. We tonen vanuit de thuisverpleging dat we ons voorbereid hebben op de verzorging van oncologische patiënten en dat we in samenwerking met alle partners een nog kwalitatiever oncologisch zorgbeleid willen uitbouwen.”
Van lezingen tot workshops
Het programma omvat drie plenaire lezingen. Als eerste wordt een overzicht gegeven van de kankerbarometer. Dit globale overzicht geeft een huidige stand van zaken met betrekking tot kanker in België. In een tweede lezing worden de ethische dilemma’s in de thuiszorg voor oncologische patiënten toegelicht. “Tot slot kijken we in het laatste topic hoe we het aspect van seksualiteit, fertiliteit en intimiteit kunnen integreren in onze zorg”, zegt Johanna. “Het hoogtepunt van de dag is het multidisciplinaire en transmurale panelgesprek rond thuishospitalisatie. Hier leggen diverse actoren uit de oncologische setting hun visie uit en is er ruimte voor discussie. In de namiddag ligt de focus op zeven praktische workshops, waar over verschillende thema’s en domeinen specifieke aspecten worden belicht. Dit gaat van smaakproeven bij smaakverandering tot een workshop over praten over afscheid van het leven.
BEELD: copyright Marco Mertens
Vijf werkpunten voor toekomstgerichte financiering in de thuisverpleging
Naar aanleiding van de verkiezingen in 2024 stuurde het Wit-Gele Kruis eind april een memorandum naar de verschillende politieke partijen en stakeholders met concrete vragen voor de volgende legislatuur. Het doel? De financiering aanpassen aan de rol en taken die thuisverpleegkundigen vandaag en in de toekomst vervullen.
In het memorandum benoemt het Wit-Gele Kruis (WGK) vijf concrete werkpunten voor de volgende legislatuur. De eerste reacties vanuit politieke hoek waren uitnodigend. Sinds de verkiezingen probeert WGK meer diepgaande uitleg te verschaffen bij de partijen die momenteel aan de onderhandelingstafel zitten. Zodra er een nieuwe regering is, zal de organisatie de nodige contacten leggen om deze accenten te herhalen bij de bevoegde ministers. Intussen werkt WGK samen met de sector verder aan de voorbereiding voor een pilootproject rond een nieuwe financiering in de thuisverpleging.
1. Ondersteuning in gewijzigde rol en positie
De thuisverpleegkundige neemt een meer coördinerende en ondersteunende rol op in de geïntegreerde zorg. Denk bijvoorbeeld aan de ondersteuning van verpleegkundigen in een huisartsenpraktijk, het toenemend belang van verpleegposten en van zorg op afstand. WGK pleit daarom voor 1) vertegenwoordiging van de thuisverpleging in de relevante overlegfora en beslissingsorganen op federaal en Vlaams niveau, 2) betrokkenheid bij de hervorming van de palliatieve zorgen in de eerstelijnszorg, 3) aandacht voor de groeiende mogelijkheden en een aangepaste financiering voor de dienstverlening vanuit verpleegposten, 4) verdere uitwerking van concrete vormen van transversale zorg en 5) aandacht voor de grote bezorgdheid over de commercialisering in de gezondheidszorg.
2. Aantrekkelijkheid van het beroep
Het nijpende tekort aan competente verpleegkundigen laat zich ook in de thuisverpleging voelen. De job aantrekkelijk maken en houden is een must. Concreet vraagt WGK ondersteuning en aandacht om de taakdifferentiatie, -uitzuivering en -delegatie aan te passen aan de noden van de thuisverpleegkundigen, om zo de juiste mensen met de juiste competenties op de juiste plaats en functie in te zetten. WGK is overtuigd dat praktijk, onderwijs en onderzoek moeten samenwerken om het beroep aantrekkelijker te maken en een aangepast retentiebeleid uit te bouwen. Vanuit hun betrokkenheid in het sociaal overleg zullen zij hier ook passend en aansluitend initiatief vragen.
3. Aanvullende en aangepaste financiering
Om punten 1 en 2 te realiseren moet de financiering grondig herzien worden. WGK pleit voor erkenning en financiering aangepast aan de rol en positie van thuisverpleging, ondersteuning voor levenslang leren en vorming van medewerkers, inclusief zorgkundigen en gespecialiseerde verpleegkundigen, en een regelgeving en financiering binnen de thuisverpleging die sectorspecifieke wijzigingen in het verpleegkundig beroep ondersteunen. Verder vraagt WGK middelen voor samenwerking met andere zorgverleners en -instellingen, een herziening van de nomenclatuur, een halfjaarlijkse indexering van de honoraria, een verplichte inning van remgeld, een erkenning van zorgkundigen als essentiële zorgverstrekkers, een financiële ondersteuning voor de uitbouw en het onderhoud van eigen digitale systemen, een permanente opdracht voor administratieve vereenvoudiging en een grotere vrijstelling of vermindering van RSZ-bijdrage voor loontrekkende thuisverpleegkundigen. Tot slot streeft WGK naar een correcte integratie van de nieuwe rol van thuisverpleegkundigen in het gestructureerde zorgteam.
4. Ondersteuning voor innovatie
WGK ziet de meerwaarde van toenemende digitalisering om de kwaliteit van zorg te verbeteren, maar vraagt de ondersteuning om één of meerdere concrete voorstellen per jaar volledig uit te werken rond innovatie, inclusief de nodige regelgeving en financiering.
5. Elektrificatie van het wagenpark
Om aan de gewenste elektrificatie van het wagenpark te voldoen vraagt WGK om de wagens van zorgverleners in de thuisverpleging te beschouwen als een dienstwagen en om financiële steun te bieden voor de overgang naar elektrische voertuigen, naar analogie met andere sectoren.
Het volledige memorandum vind je hier.
Casus: zo ga je als thuisverpleegkundige om met de recente wetswijzigingen
Recent veranderde er heel wat in de wetgeving voor verpleegkundigen met het koninklijke besluit (KB) over de bekwame helper. Hoe passen we deze veranderingen toe in de thuiszorg? Aan de hand van een concrete casus zoomen we hierop in.
Arnaud is basisverpleegkundige en gaat iedere dag tweemaal langs bij Antoon voor een subcutane inspuiting. Eenmaal per dag bij Antoon thuis en één keer bij Antoon op school. Antoon vraagt Arnaud of zijn leerkracht Jan, die instemt, deze inspuiting niet mag geven op school en of zijn zus Mieke deze thuis mag geven. Zo wordt Antoon op school minder geconfronteerd met zijn ziekte en ervaart hij thuis meer vrijheid. Voor Arnaud als verpleegkundige doet deze vorm van delegatie een beroep op zijn competenties om mensen verpleegkundige handelingen aan te leren, zorg te coördineren en op die manier de autonomie van zijn patiënt te versterken.
Volgens de oude wetgeving
Jan, die in het kader van zijn beroep als leerkracht handelt, pleegt een strafbaar feit. Arnaud, die Jan leert inspuiten, is aansprakelijk. Mieke valt onder de regelgeving van de mantelzorger waardoor zich hier geen probleem stelt.
Sinds de nieuwe wetgeving
Het nieuwe KB bekwame helper maakt het mogelijk dat Arnaud bepaalde verpleegkundige handelingen delegeert mits de nodige opleiding, toezicht en evaluatie. Arnaud gaat aan de slag met zowel het opleiden van Jan als van Mieke. Alles wordt zorgvuldig genoteerd in het patiëntendossier, alsook de toestemming van Antoon. De VVAZ van het thuiszorgteam volgt zo mee op.
Arnaud komt hierna nog één keer langs per maand zowel op school als thuis en is steeds bereikbaar bij vragen of problemen. Arnaud volgt op deze manier de gezondheid van Antoon nauw op.
Op dit moment is er nog geen nomenclatuur voorzien voor de handelingen die Arnaud als thuisverpleegkundige stelt. Hier wordt koortsachtig aan gewerkt binnen de muren van het RIZIV.
Bekwame helper
- Buiten een zorginstelling, in het dagelijkse leven in tijdelijke en/of uitzonderlijke omstandigheden voor één welbepaalde patiënt.
- Met toestemming van de zorgvrager of zijn wettelijke vertegenwoordiger.
- Met opleiding en instructie door arts of verpleegkundige: welke verstrekking, de duur, welke patiënt, uitschrijver, waarschuwingscriteria en regeling voor overleg en (her)evaluatie.
- Regelmatige herevaluatie van de situatie en de gezondheidstoestand van de patiënt.
- Voor bepaalde handelingen:
- parameters opnemen
- hygiënische zorgen
- functionele houding met technische hulpmiddelen
- voedsel- en vochttoediening
- meting glycemie
- aspireren
- subcutane medicatietoediening
- O2-toediening
- decubituspreventiemaatregelen
- condoomkatheter
- urinezak
- TED-kousen
- maatregelen om lichamelijke letsels te voorkomen (valpreventie)
- urinaire autosondage
- enterale vocht- en voedseltoediening
- gecontroleerde en geassisteerde niet-invasieve beademing
Tarieven afficheren verplicht voor zelfstandige thuisverpleegkundigen
Wanneer een patiënt zorg krijgt, is het uiteraard belangrijk dat hij in de eerste plaats weet wat hij moet betalen en daarmee een geïnformeerde beslissing kan nemen over de behandeling. Daarom is het ook als zelfstandige thuisverpleegkundige in sommige gevallen verplicht om je tarieven te afficheren of vooraf kenbaar te maken aan je patiënten. Hoe dit precies in zijn werk gaat, lichten we hieronder toe.
Met de wet van 27 oktober 2021 werd voorzien in een verplichting voor zorgverleners om de tarieven van hun meest gangbare vergoedbare verstrekkingen te afficheren. Ook zelfstandige thuisverpleegkundigen die zorgen verlenen in een praktijkruimte vallen onder deze wet. Het RIZIV ontwikkelde, in samenwerking met de sector, affiches om patiënten gemakkelijk te informeren over de prijs van de meest gebruikelijke verstrekkingen.
Welke thuisverpleegkundigen moeten afficheren?
Voor zelfstandige thuisverpleegkundigen is het afficheren van hun tarieven enkel verplicht als ze zorgen verstrekken in een praktijkruimte. De affiche die door het RIZIV ter beschikking wordt gesteld en die sinds 1 maart 2024 in het Belgisch Staatsblad werd gepubliceerd, bevat namelijk enkel de tarieven voor in de praktijkruimte.
Waar moet je afficheren?
Heb je een eigen praktijkruimte? Dan komt de affiche daar. Werk je op ambulante basis in een ziekenhuis of in een kabinet? Dan moet in elke praktijkruimte waar handelingen gesteld worden door een zelfstandige verpleegkundige een affiche opgehangen worden. Je kan er wel voor kiezen de affiche elektronisch weer te geven, zoals op een tv-scherm. Ook op je website moet je de affiche weergeven, of een link ernaartoe.
Welke informatie moet op de affiche staan?
De affiches bevatten informatie die je duidelijk en voorafgaand aan een verstrekking aan patiënten moet geven over de meest voorkomende verstrekkingen binnen je opdracht.
De bedragen per verstrekking van:
- de tussenkomst van de verplichte ziekteverzekering;
- het remgeld;
- het maximumsupplement (indien van toepassing);
- het totaal van deze bedragen.
Je moet zelf ook de volgende gegevens invullen:
- conventiestatus (volledig of niet geconventioneerd);
- voor zorgverleners die in medische huizen werken: de kosten van zorg die wordt verstrekt als onderdeel van het forfaitaire bedrag.
Zelf zaken toevoegen op de affiche mag, maar maak het niet te ingewikkeld.
Waar vind je deze affiches?
Verschillende affiches voor al dan niet geconventioneerde verpleegkundigen vind je op de website van het RIZIV, alsook een lijst met veelgestelde vragen en antwoorden.
Thuisverpleegkundige lanceert handige opberghulp
Bij het Wit-Gele Kruis West-Vlaanderen werden de eerste All-in-the-box auto-opberghulpen voor thuisverpleegkundigen in gebruik genomen. Het concept van de tool ontstond in eigen huis. Thuisverpleegkundige Veerle Van Overschelde zette haar idee om in een concrete realisatie in samenwerking met verschillende experts en met ondersteuning vanuit het Wit-Gele Kruis. De toepassing maakt het werk voor thuisverpleegkundigen een pak efficiënter en wordt dan ook warm onthaald.
De steeds complexere zorgvragen maken dat thuisverpleegkundigen meer medisch verpleegmateriaal meenemen op hun rondes. Het is niet evident dit veilig en gestructureerd op te bergen in dozen en tassen in kofferruimtes of op de achterbank. Thuisverpleegkundige bij het Wit-Gele Kruis in Diksmuide Veerle Van Overschelde benoemde dit probleem en formuleerde meteen een mogelijke oplossing: een handige auto-opberghulp.
Cocreatie tussen gespecialiseerde partners
Veerle: “Met deze handige opberghulp bewaren verpleegkundigen goed het overzicht en volgen ze in een oogwenk de stock of staat van hun materialen op. Zo vermijden we ook dat producten vervallen.” Het idee van Veerle werd met ondersteuning van studenten productontwikkeling van Howest en de Universiteit Antwerpen verder uitgewerkt. Het finale resultaat werd opgepikt door Verhaert Masters in Innovation dat het concept omzette in vier prototypes. Die werden vervolgens uitgebreid getest door thuisverpleegkundigen en zorgkundigen. Zij schoven één opberghulp naar voren als meest efficiënte model: overzichtelijk, praktisch en hygiënisch. De ontwerptekening voor deze opberghulp kwam vervolgens bij het Brugse maatwerkbedrijf SOBO terecht. De medewerkers daar zetten trots de eerste 600 exemplaren van de All-in-the-box auto-opberghulp in elkaar.
Bottom-up innovatie
Veerle: “De lancering van deze opberghulp rekende eind 2023 op heel wat interesse. De eerste thuisverpleegkundigen ontvingen hun All-in-the-box met een brede glimlach. Sommigen zijn meteen enthousiast, anderen moeten even wennen aan de nieuwe manier van stockeren. Ik ben heel fier dat ik het verschil kan maken voor mijn collega’s.” Voor het Wit-Gele Kruis West-Vlaanderen zijn realisaties als deze essentieel omdat ze de thuisverpleegkundige optimaal ondersteunen in het dagelijkse werk. Zeker wanneer de ideeën vanuit het werkveld zelf komen. Daarom lanceerde de organisatie het ODIN-project om bottom-up innovatie aan te moedigen.
Vervolg op komst?
Via ODIN kregen twaalf verpleegkundigen van het Wit-Gele Kruis West-Vlaanderen en vier van De Lovie vzw de kans om zelf innovatieve oplossingen te bedenken voor problemen in het werkveld. Een van de Odiniers was Claude Mouvet. De Oostendse thuisverpleegkundige heeft ook een All-in-the-box in zijn wagen en de tool inspireerde hem om een stapje verder te gaan. Claude: “Tijdens het ODIN-innovatieproject werkte ik aan een ergonomische opbergtas die in principe mooi kan aansluiten op de auto-opberghulp. Door de inhoud volgens dezelfde labels en kleurcodes in te delen in compacte setjes krijgen we een beter overzicht in de tas en vermijden we rug- en nekklachten. Vooral voor verpleegkundigen die vaak te voet of met de fiets op pad zijn, is dit een handige aanvulling. Maar zover zijn we nog niet. Het prototype dat we ontwikkelden tijdens het project bestaat en er is wel degelijk interesse vanuit andere organisaties in het concept. Nu is het afwachten wat de toekomst brengt.”
Competentiekader voor ziektepreventie in de eerste lijn
Door de toename van het aantal chronisch zieken en door meer aandacht voor een gezonde levensstijl neemt ook het belang van ziektepreventie en gezondheidsbevordering toe. Een van de essentiële schakels hierbij is de eerste lijn. Daarom onderzocht het PROPELLER-project in welke mate de huidige opleidingen de nodige kennis bijbrengen aan eerstelijnszorgverleners om hiermee aan de slag te gaan.
Samen met de UCLouvain en het Vlaams Instituut Gezond Leven startte de Universiteit Antwerpen in januari 2022 het onderzoeksproject Gezondheidspromotie en ziektepreventie in de opleidingen voor de eerste lijn: een Belgisch kader vanuit Europese richtlijnen (PROPELLER). Het doel was om na te gaan in hoeverre de Belgische opleidingen voldoende kennis en capaciteiten aanbrengen bij de eerste lijn om aan ziektepreventie en gezondheidsbevordering te doen. Eind november 2023 stelde het team zijn eindrapport voor.
“Daaruit blijkt dat er wel degelijk hiaten zijn in die opleidingen. Zo viel bijvoorbeeld op dat er weinig focus is op praktijkgericht onderwijs hieromtrent. Nochtans is er wel aandacht voor preventie en de principes van gezondheidsbevordering”, vertelt professor Josefien van Olmen van de Universiteit Antwerpen. “In ons rapport geven we aanbevelingen en concrete stappen mee om zaken te veranderen. Tijdens de eerstelijnsconferentie van BeHive en de Academie Voor De Eerste Lijn hebben we onze bevindingen voorgesteld.”
Belgisch referentiekader
PROPELLER werkte een Belgisch competentiekader uit voor de beroepen in de eerste lijn. Dit omvat veertien kerncompetenties rond het bevorderen van de gezondheid en het voorkomen van ziekte. Deze variëren van ethische waarden over gezondheidsthema’s tot pleitbezorging en leiderschap. Vervolgens werd dit kader afgetoetst bij zo’n 43 onderwijsinstellingen in Vlaanderen en Wallonië.
Josefien: “Uit de resultaten blijkt dat de algemene kennis en principes voor gezondheidsbevordering en ziektepreventie wel opgenomen zijn in de huidige eerstelijnsopleidingen in België. Daartegenover staat dan weer dat concrete thema’s, zoals fysieke activiteit, mentale of seksuele gezondheid en vaccinatie, niet standaard aan bod komen. Ook competenties rond leiderschap, pleitbezorging, wetgeving en beleid, en samenwerken met overheidsinstanties zijn onderbelicht. Onderwijsinstellingen zetten wel in op kennis, maar te weinig op de toepassing ervan. Er is dus een shift in mindset nodig rond preventie en gezondheidsbevordering in de eerste lijn.”
Betere samenwerking onderwijs en werkveld
Naast het competentiekader ontwikkelde PROPELLER een aantal strategieën en acties via co-creatiesessies en een Delphi-studie. Deze laten toe om op korte en middellange termijn de eerstelijnsopleidingen richting preventie en gezondheidsbevordering vorm te geven. “De curricula zitten vandaag natuurlijk al erg vol. Toch valt het belang van de voorgestelde kerncompetenties niet te onderschatten”, aldus Josefien. “Hoe meer een eerstelijnszorgverlener aan preventie kan doen, hoe beter voor het volledige zorgnetwerk. Zorgverleners moeten een bredere kijk hebben op gezondheid, niet alleen individuele aspecten in acht nemen maar ook bepaalde omgevingsaspecten zoals geluid en luchtvervuiling. Door deze aanpak beter te integreren in het onderwijs en het beleid wint iedereen op de lange termijn.”
Een van de acties die concreet wordt, is het organiseren van een jaarlijkse netwerkdag. Daarnaast pleit PROPELLER voor meer betrokkenheid tussen de onderwijsinstellingen en de zorgsector. “Tot slot is het noodzakelijk meer praktijkgericht te werken tijdens de opleidingen en ook de continuïteit tussen de basisscholingen en nascholingen te bewaren.”