Biedt nieuw preventief middel tegen migraine hoop?
Voor zij die er geen last van hebben, wees gezegend. Migraine is een vervelende, sluipende compagnon in het leven, die vaak (onverwacht) roet in het eten strooit. Effectieve medicatie vinden blijft voor velen een lange zoektocht. Voor patiënten met therapieresistente chronische migraine is er nu misschien wat licht aan het einde van de tunnel.
Ongeveer één op zeven mensen wereldwijd hebben er last van en het komt drie keer vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Migraine heeft een grote impact op het dagelijkse leven van de getroffen persoon en is de meest voorkomende oorzaak van verminderd functioneren bij vrouwen tussen 15 en 49 jaar. Het is niet zomaar hoofdpijn. Om te spreken van migraine heeft een patiënt minimaal vijf aanvallen met volgende kenmerken:
- Zonder behandeling houdt de hoofdpijn 4 à 72 uur aan.
- Je hebt van minstens 2 van deze symptomen last: matig tot intense hoofdpijn, meer hoofdpijn bij fysieke inspanning, hoofdpijn aan één kant of met een kloppend gevoel.
- Je bent misselijk of moet braken tijdens de aanval of je bent gevoelig voor licht en/of geluid.
Voorafgaand aan de aanval kan je last krijgen van auraverschijnselen. Denk aan vlekken voor de ogen, lichtflitsen, gekleurde zigzaglijnen of aan moeite met spreken, verminderde kracht en gevoelsstoornis. Heb je tot 14 dagen hoofdpijn per maand, dan spreken we van episodische migraine. Migraine is chronisch vanaf 15 dagen hoofdpijn per maand waarvan minstens acht dagen migraine. Om dit te bepalen wordt de hoofdpijn gedurende drie maanden gemeten.
Meer hoofdpijn door medicatie
Zo snel mogelijk opstarten met pijnbestrijding is essentieel om een migraineaanval onder controle te krijgen. Toch biedt de beschikbare pijnmedicatie geen pasklaar antwoord voor elke patiënt. Klassieke pijnstillers zoals paracetamol, aspirine en niet-steroïdale ontstekingsremmers, missen vaak hun doel. Sommige medicatie, zoals triptanen, kan niet gebruikt worden bij mensen met een hoge bloeddruk, een hart- of vaatziekte. Anderen krijgen dan weer net meer hoofdpijn door medicatie te nemen. Iets wat vaak voorkomt bij langdurig gebruik.
Preventieve aanpak
Als alternatief kan je preventieve medicatie nemen, die de ernst van een migraineaanval of het aantal vermindert. De bestaande preventieve middelen zijn vaak medicijnen die voor een andere aandoening ontwikkeld zijn en daardoor bijwerkingen kunnen veroorzaken. Sinds midden 2019 zijn in België drie nieuwe middelen geregistreerd voor migraineprofylaxe. Het gaat om de zogenaamde CGRP-remmers[1]: erenumab, fremanezumab en galcanezumab. Deze middelen worden eenmaal per maand of kwartaal geïnjecteerd. Ze zijn even effectief als de klassieke preventieve geneesmiddelen en werken dus niet zozeer beter, maar geven wel veel minder bijwerkingen. Omdat deze nieuwe medicatie duur is, wordt ze vooralsnog alleen vergoed voor een specifieke doelgroep: namelijk patiënten met therapieresistente chronische migraine. Ze moeten minstens acht migrainedagen per maand hebben en ten minste drie andere preventieve behandelingen hebben niet geholpen of werden slecht verdragen.
[1] CGRP: calcitonin gene-related peptide.
Bronnen:
- be/nl/soorten-hoofdpijn/migraine/
- be/vrtnws/nl/2021/06/01/drie-dure-preventieve-geneesmiddelen-tegen-zware-migraine-terugb/
Betrokkenheid van patiënten bij wetenschappelijke tijdschriften: een nieuwe weg voor het European Journal of Cardiovascular Nursing
Context
Vandaag staat de betrokkenheid van patiënten en gezinnen bij het gezondheidsbeleid hoog op de agenda. Er zijn bijvoorbeeld talrijke patiëntenorganisaties die deelnemen aan rondetafelgesprekken en hoorzittingen om de patiëntenervaring te verbeteren. Ook in wetenschappelijk onderzoek worden patiënten steeds meer als belangrijke stakeholders beschouwd. Zo wordt het betrekken van patiënten als Patient Research Partners steeds populairder. Ze komen ook frequenter aan het woord in wetenschappelijke tijdschriften.
Probleemstelling
Ontwikkelingen in de geneeskunde en de gezondheidszorg zijn nog te vaak gericht op de zorgverlener of de onderzoeker in plaats van op de patiënt. Niettemin klinkt de vraag om over te stappen op persoonsgerichte zorg steeds luider. Patiënten stellen het zo: “Er mag geen beslissing over mij worden genomen, zonder mij”.
Initiatieven
In navolging van best practices uit het veld ondernam het European Journal of Cardiovascular Nursing drie acties. Ten eerste vervoegt een patiëntvertegenwoordiger de redactieraad. Zo zal in het bestuur het perspectief van de patiënt meer weerklank krijgen. Ten tweede zullen samenvattingen van wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd worden op een gemakkelijk te begrijpen en grafisch aantrekkelijke manier. Die lekensamenvattingen worden ook verspreid via websites en publicaties van patiëntenorganisaties. Ten slotte komt er een nieuwe sectie in het wetenschappelijke tijdschrift: Patient Perspectives. Hier worden patiënten of familieleden uitgenodigd om een bijdrage voor het tijdschrift te schrijven waarin zij hun visie geven over een specifiek onderzoeksartikel dat in het tijdschrift verscheen.
Implicaties voor de praktijk
Door patiënten te betrekken in het wetenschappelijke proces treedt een verschuiving op van passieve onderzoeksobjecten naar actieve participanten. Het actief betrekken van patiënten creëert bewustzijn bij de onderzoekers om aandacht te besteden aan wat belangrijk is voor deze zorgvragers. Onderzoekers hebben de neiging resultaten en conclusies te rapporteren volgens medische uitkomsten zoals mortaliteit en morbiditeit. Voor patiënten zijn uitkomsten zoals kwaliteit van leven en door de patiënt gerapporteerde ervaringen even belangrijke aspecten bij de presentatie van wetenschappelijke onderzoeksresultaten.
Het vertalen van medische en gezondheidsinformatie naar patiënten en families kan bovendien de gezondheidsvaardigheden van patiënten verbeteren en de informatie-asymmetrie tussen zorgverleners en zorgvragers weg te werken. Een recente studie toonde aan dat patiënten met hartfalen en met een lage gezondheidsvaardigheid meer dan een twee keer meer risico op overlijden hebben dan patiënten met voldoende geletterdheid. Slechte gezondheidsvaardigheden werden ook geassocieerd met een hoger gemiddeld aantal ziekenhuisopnames.
Europese samenwerking in medische noodsituaties
Tijdens de COVID-19-crisis werden alle Europese lidstaten geconfronteerd met ongeziene uitdagingen. In zulke noodsituaties treedt het EU-mechanisme voor civiele bescherming in werking. Het Coördinatiecentrum voor respons in noodsituaties (ERCC) coördineert de bijstand aan landen die getroffen zijn door rampen.
Vervoer van kritieke patiënten van het ene land naar het andere. Levering van longventilatoren, chirurgische maskers en medisch personeel aan ziekenhuizen in nood. Repatriëring van honderden mensen die in het buitenland gestrand zijn door de plotse sluiting van de grenzen. Het zijn slechts enkele van de grote uitdagingen waarmee veel landen werden geconfronteerd na de uitbraak van de COVID-19-pandemie.
De Europese landen reageerden op deze ongekende crisis door solidair de krachten te bundelen, ondersteund door het Coördinatiecentrum voor respons in noodsituaties van de EU (ERCC), dat de bijstand coördineert van de 27 EU-landen en 6 deelnemende landen binnen het Mechanisme voor civiele bescherming van de Europese Unie. Het ERCC, gevestigd in Brussel, zoekt en coördineert hulp aan landen die getroffen worden door medische noodsituaties, natuurrampen en andere crises.
Coördinatie vanuit Brussel
Sien Vanlommel was net aan de slag gegaan bij het ERCC toen haar team een verzoek om bijstand ontving vanuit Slovakije. Overweldigd door een piek in COVID-19-besmettingen had het medisch personeel in Slovaakse ziekenhuizen moeite om de noodsituatie het hoofd te bieden. Drie landen reageerden op de vraag van Slovakije door de diensten van hun medische teams aan te bieden. België stuurde twee teams van vier personen, met een arts, twee verpleegkundigen en een teamleider naar Banská Bystrica. De twee Belgische teams werkten er elk drie weken nauw samen met een ander medisch team uit Denemarken.
Twee teams in Slovakije
Vanessa Debreyne was de leider van het tweede Belgische team dat naar Slovakije vertrok. “We zijn erin geslaagd om twee kleine teams voor medische zorg in te schakelen, omdat de Belgische autoriteiten het erg belangrijk vonden om hun solidariteit en steun aan Slovakije te tonen. De teamleden werden niet uit hun dagelijkse klinische werk gehaald: zij waren in een pauze of werkten op dat moment niet in een klinische context. Doordat Denemarken ook hulp bood, konden we samenwerken.”
Ook in Brussel bleven Sien en haar collega’s van het ERCC de klok rond aan de slag om de teams ter plaatse te ondersteunen. De coördinatie tussen het medisch personeel in Slovakije en de civiele beschermingsexperts van de EU maakte het voor het Belgische team gemakkelijker om vlot te werken, met de kennis dat hun behoeften en problemen snel zouden worden aangepakt wanneer ze die melden. “Deze missie was een succes”, zegt Debreyne. “En ik ben ook persoonlijk zeer trots op deze prestatie als teamleider.”
B-FAST (Belgian First Aid and Support Team) is steeds op zoek naar nieuwe vrijwilligers om de pool te vervoegen. Ze zijn op zoek naar alle medische profielen, in het bijzonder verpleegkundigen spoedgevallen en verpleegkundigen intensieve zorgen. Om vrijwilliger te worden, kunnen geïnteresseerden zich aanmelden door een e-mail te sturen naar b.fast@health.fgov.be.

Sien Vanlommel

Vanessa Debreyne
Communicatie met personen met afasie

Context
Methode
Resultaten
Aanbevelingen
- optimaliseren van de communicatie tussen verpleegkundigen en logopedisten,
- transdisciplinair samenwerken,
- aanstellen van een referentieverpleegkundige cva, en
- opnemen van alle patiënten met een cva in een cva-zorgpad.
Noten
- Deze bachelorproef kadert in een ruimer Praktijkgericht Wetenschappelijk Onderzoek (PWO) dat de opleiding Verpleegkunde (Thomas More Mechelen) en de opleiding Logopedie & Audiologie (Thomas More Antwerpen) momenteel uitvoeren. Contact: els.bryon@ thomasmore.be (verpleegkunde) of dorien.vandenborre@thomasmore.be (Logopedie & Audiologie).
- Baeten D. Knelpunten en noden bij de begeleiding van patiënten met afasie na een hersenbloeding. Bachelorproef opleiding verpleegkunde Thomas More Mechelen 2016-2017.
Dementievriendelijk zwemmen

Context
Methode
Resultaten
Conclusie
Vervolg
Noot
- Soete S. Dementievriendelijk zwemmen. Bachelorproef opleiding verpleegkunde Thomas More Mechelen 2016-2017.
Morele stress bij studenten

Context
Methode
Resultaten
Aanbevelingen
- werken aan de coping-skills van studenten omtrent morele moed en veerkracht;
- stagebegeleiders en docenten bijscholen over de risico’s van morele stress bij studenten;
- een milieu proberen te creëren waarin morele moed en veerkracht voldoende aandacht krijgen.
Noten
- Deze bachelorproef kadert in een wetenschappelijk onderzoek naar morele stress van Howest Verpleegkunde. Zie voor meer info www.morelestress.be.
- Calus K. Morele stress bij studenten verpleegkunde tijdens de opleiding. Bachelorproef opleiding verpleegkunde Howest Brugge 2016-2017.
Prehospitaal rekruteren van type II-orgaandonoren

Context
Methode
Resultaten
Conclusie
Noten
- Reed MJ, Lua SB. Uncontrolled organ donation after circulatory death: potential donors in the emergency department. Emerg Med J. 2014;31(9):741-4.
- Extra Corporeal Life Support: het gebruik van een machine die de functie van het hart en/of de longen tijdelijk kan overnemen bij patiënten die in levensgevaar zijn.
Stressvermindering voor snellere wondheling

Context
Methode
Resultaten
Aanbevelingen
Noten
- Van den Broucke E. Promotors: Maes K, Leys J. De invloed van psychologische stress op de wondheling bij chronische diabetische wonden. Bachelorproef opleiding verpleegkunde, Odisee Brussel 2016-2017.
- Lig op de rug, handen op de buik, adem drie tellen in, de buik vult zich als een ballon, houd de adem een tel vast, adem vijf tellen uit.
Ict-hulp voor kinderen met epilepsie

Context
Methode
Resultaten
Conclusie
Noten
- Bertinchamps M, Urlings D, Ennekens S, Vanmal K. Assistieve technologie voor kinderen met non-convulsieve epilepsie en hun omgeving. Bachelorproef opleiding verpleegkunde. UCLL Limburg, 2016-2017.
- www.epihunter.com.
Snoezelen in de kinderpsychiatrie ter voorkoming van escalatie

Context
Methode
Resultaten
Conclusie
Noten
- De Bie K. Snoezelen? Hoe doe je dat? Een richtlijn voor groepsleiding binnen de kinderpsychiatrie. Bachelorproef opleiding bachelor na bachelor geestelijke gezondheidszorg en psychiatrie. UCLL Leuven, 2017-2018.




