‘Warme hand’ vermindert nachtelijke onrust bij mensen met dementie
Nachtelijke onrust is een veel voorkomend fenomeen bij mensen met dementie. De achterliggende oorzaken zijn divers en de onrust uit zich ook anders van persoon tot persoon. Hierdoor is er geen kant-en-klare oplossing. Bestaande tools zijn vaak duur en vragen dus een substantiële investering van woonzorgcentra, zonder de garantie dat ze hiermee al hun bewoners met dementie goed kunnen ondersteunen.
Context
Bij naar schatting één op drie mensen met dementie is er sprake van nachtelijke onrust. Dit uit zich op verschillende manieren, zoals ’s nachts dwalen, onrustig slapen of een verstoord nacht- en dagritme. In woonzorgcentra is dit een gekende problematiek en vormt dit een uitdaging, onder andere door de personeelsbezetting. Bovendien is het huidige aanbod aan tools vaak duur voor zorginstellingen. Zeker omdat nachtelijke onrust heel persoonlijk is: de oorzaak is niet voor iedereen dezelfde en de tool moet op het individu afgestemd worden. Dat maakt het aankopen van een specifieke oplossing niet kostenefficiënt.
Methode
Het onderzoek startte met een bevraging van zeventig woonzorgcentra en enkele experten, om inzicht te krijgen in hoe nachtelijke onrust zich manifesteert, welke noden de woonzorgcentra hebben en welke drempels ze vandaag ervaren. Daarnaast werd via een marktstudie en literatuuronderzoek in kaart gebracht welke tools op de markt beschikbaar zijn, hoe toegankelijk ze zijn en of er bepaalde functionaliteiten ontbreken. Hieruit werd duidelijk dat nachtelijke onrust verschillende triggers heeft: een gevoel van eenzaamheid, nood aan geborgenheid, desoriëntatie in tijd en ruimte, onder- of overprikkeling. Er bestaat dus geen kant-en-klare oplossing. Voor dit onderzoek is de toolbox Sust.d ontwikkeld.
Resultaten
Deze toolbox bevat zes tools, die elk inspelen op een andere oorzaak van nachtelijke onrust. Zo is er een muziekkussen dat ook qua vorm en voelelementen een bijdrage levert, een zwaartedeken dat geborgenheid geeft en een geurklok die geuren verspreid afhankelijk van het tijdstip, zoals lavendel tijdens de avond. Al is de meest innovatieve tool de ‘warme hand’. Eenzaamheid is een vaak voorkomende trigger voor nachtelijk dwalen en onrust. Een hand geven aan iemand met dementie brengt rust en neemt pijn weg, omdat een handdruk de drukreceptoren stimuleert. Alleen is dit in de praktijk geen haalbare kaart voor zorgverleners. De ‘warme hand’ is zo ontwikkeld dat het de functie van een handdruk overneemt. Door de vorm, de verdeling van volume, de temperatuur en de materialen voelt het aan als een echte hand. Bovendien is de tool hygiënisch en makkelijk in onderhoud, voor een behapbare prijs. Van deze ‘warme hand’ zijn twee prototypes ontwikkeld, die bij een vijftal personen met dementie werden ingezet.
De ‘warme hand’ is goed onthaald. De meeste proefpersonen lieten de hand los zodra ze insliepen. Eén persoon hield de ‘warme hand’ de hele nacht vast. De laagdrempeligheid qua gebruik en prijs maakt dat deze oplossing zeer interessant is voor woonzorgcentra. De toolbox vervangt de noodzakelijke menselijke zorg niet, maar ondersteunt zorgverleners. Een brede bevraging bij woonzorgcentra bevestigt hun interesse voor de ‘warme hand’. Met deze toolbox wordt per bewoner een effectieve aanpak op maat gezocht om nachtelijke onrust tegen te gaan.
Conclusie
Uitgebreide testen op grotere schaal zijn nodig om relevante testdata te verzamelen en de effectiviteit van de oplossing in kaart te brengen. Verschillende woonzorgcentra tonen zich bereid om een proefproject uit te voeren. Verdere ontwikkeling van het prototype is nodig om de grootte van de hand op punt te stellen en andere functionaliteiten, zoals bijvoorbeeld een warmte-indicator, toe te voegen.
Witse Beyers studeerde in juni 2022 af als master in de productontwikkeling aan de Universiteit Antwerpen. Voor haar masterproef ‘Het verminderen van nachtelijke onrust bij mensen met dementie in wzc’s’ ontwikkelde ze een toolbox om nachtelijke onrust bij mensen met dementie te verminderen. Hiervoor werkte Witse samen met dementie-expert Herman Wauters, met het woonzorgcentrum Sint-Pieter uit Puurs-Sint-Amands en met Naaicafé da’Stof.
Doodgewoon praten over de dood
Nabestaanden worden vaak te weinig of te laat betrokken en geïnformeerd over hoe een natuurlijk stervensproces verloopt. Hierdoor ontstaan misverstanden en frustraties tussen zorgvrager, zorgverlener en naasten. Het is belangrijk dat de zorgverlener het voortouw neemt in het geven van informatie omtrent het stervensproces. Nalatigheid in deze informatieoverdracht is voornamelijk te wijten aan de aanwezigheid van therapeutische hardnekkigheid en het bestaan van een taboe rond praten over de dood.
Context
Er is nood aan een educatief instrument dat inzet op het informeren van naasten wat betreft de laatste levensfase. De gebruiker kan zo evidencebased kennis vergaren over het thema en dit inzetten in de praktijk. Inzicht in de potentiële symptomen, behandelingen en hulpmiddelen creëren een sfeer waarbij naasten in staat zijn om het stervensproces zelf in handen te nemen en op een eigen tempo te ontdekken.
Methode
Om een antwoord te bieden op de noden van het werkveld zijn steekkaarten ontwikkeld. Deze beschrijven de meest voorkomende symptomen tijdens de stervensfase, waarbij inbreng van een naaste de zorgkwaliteit positief beïnvloedt. Deze symptomen zijn: droge mond, angst, reutelen, benauwdheid, koorts, delier, jeuk, vocht en voeding, decubitus, de hik, pijn en transpireren. Bij ieder thema komt de kernvraag ‘Wat kan ik voor mijn naaste betekenen?’ aan bod. Daarbij wordt extra informatie vermeld die een meerwaarde kan bieden voor naaste en zorgvrager.
Er is een webapplicatie ontwikkeld om de steekkaarten verder te ondersteunen. Zo beschikt iedere kaart over een QR-code. Het inscannen van deze code stuurt de gebruiker naar de app, waar ook educatieve filmpjes, hulpdocumenten en externe links terug te vinden zijn.
Resultaten
Het idee van de waakdoos diende als inspiratie om dit concept om te zetten in de praktijk. Hierbij was het belangrijk om deze tools op een laagdrempelige manier aan te bieden aan familie en naasten. Daarom werd gekozen voor twee dozen: één doos die gegeven wordt voor het overlijden en één na het overlijden. Deze worden respectievelijk de ‘comfortdoos’ en ‘troostdoos’ genoemd.
De comfortdoos bestaat uit twee delen: het ‘basisdeel’ en ‘persoonlijk deel’. Het basisdeel omvat onder meer sfeervolle lampjes, een kleine BT-speaker met USB, een digitale fotokader, ontspannende literatuur, educatieve boeken, een kunstplant, zakdoekjes, spelkaarten, een kersenpitkussen, de ontwikkelde steekkaarten en het document ‘persoonlijke productenlijst’. Bovenstaande inhoud wordt in een unieke doos bewaard. Het uitzonderlijke ontwerp en het duurzame hout waaruit het vervaardigd is, maakt de doos uniek. Het is zodanig ontworpen dat het over een nachtkastje past, zodat de doos niet van het nachtkastje valt. Ook beschikt de bovenkant van de doos over een verhoogde rand. Dit maakt het uitstallen van producten op de doos zonder vallen mogelijk.
Het persoonlijk deel bevat producten zoals etherische oliën, aromaten, … Hierbij is de persoonlijke productenlijst van groot belang. Dit geeft de naasten de mogelijkheid om zelf de inhoud van de doos samen te stellen.
Eenmaal de zorgvrager is overleden, krijgt de familie de troostdoos overhandigd. Deze doos bevat elementen om het afscheid dragelijker te maken en de laatste herinneringen te bewaren. Zoals een zakje om een pluk haar of overgebleven juwelen van de overledene te bewaren, alsook de mogelijkheid om een vingerafdruk van de geliefde te maken en mee te nemen naar huis. Bovenstaande, inclusief troostende teksten en muziek, creëren een intieme sfeer waarbij naasten in alle rust en schoonheid afscheid kunnen nemen van hun geliefde.
Conclusie
De steekkaarten en webapplicatie bieden evidencebased informatie voor zowel de meer als minder digitaal onderlegde gebruiker. Via de comfortdoos en troostdoos wordt informatie gedeeld, worden misverstanden gestaafd en wordt de mogelijkheid aangeboden om zowel zinvol als actief aan de slag te gaan als naaste tijdens de laatste levensfase.
Pieter D’Oosterlinck, Simon Eeckhout, Margot Everaert, Héléna Depuydt, Amandine Gheysen en Marie Esselen studeerden op 30 juni 2022 af als bachelor verpleegkundigen aan de Arteveldehogeschool Campus Kantienberg. Voor hun bachelorproef ‘Doodgewoon praten over de dood ‘ onderzochten ze welke informatie en tools nodig zijn om zorgverleners, -vragers en naasten te begeleiding in het natuurlijk stervensproces.
Omgaan met kinderen tijdens het palliatief proces
Door middel van deze bachelorproef werd onderzocht of het een goed idee is om kinderen tussen 6 en 12 jaar tijdens het palliatief proces van een liefhebbende persoon te betrekken.
Context
Door een toenemende vergrijzing zal er steeds meer nood zijn aan palliatieve zorg. In het netwerk van de patiënt zijn vaak (klein)kinderen aanwezig die niet of nauwelijks worden betrokken bij palliatieve zorgen. Er zijn enkele mythes in de volksmond over kinderen en het palliatief proces: kinderen zijn te jong om verlies te ervaren en om te rouwen, kinderen zijn te jong om de dood te begrijpen, rouwende kinderen groeien op tot problematische volwassenen, kinderen rouwen slechts korte tijd en moeten over verlies heen geraken, … Het is nodig om kinderen juiste informatie mee te geven om te voorkomen dat ze hun fantasie gaan gebruiken. Want deze komt vaak niet overeen met de werkelijkheid. Hier wouden we graag verandering in brengen.
Carolien Verheyen, Elise Deproost, Kaat Van Gestel en Ellen Van Mol studeerden in juni 2022 af als bachelors verpleegkundigen aan Thomas More Hogeschool Turnhout. Er viel hun op dat de patiënt centraal staat en de betrokken personen van deze zorgvrager goed ondersteund worden, maar dat soms (klein)kinderen buiten het palliatief proces worden gehouden. Hun verpleegkundig hart zei dat ze hiermee aan de slag konden gaan.
Methode
We liepen alle vier stage in de thuiszorg. Dit maakt dat we met het maken van onze bachelorproef ook verder gingen in deze sector. Als eerste schreven we een literatuurstudie over de ontwikkelingsfasen, hechting, palliatieve zorg, … Later maakten we aan de hand van deze literatuurstudie een gepast product voor onze doelgroep. Om als verpleegkundige de barrière te doorbreken en zo het kind te bereiken, ontwikkelden we een brochure met uitleg over hoe ouders hun kind in dit proces kunnen betrekken. Verder staan er verschillende QR-codes in die verwijzen naar ons troostboekje en onze podcast.
In de brochure staat onder meer kort beschreven waarom je als ouder of andere liefhebbende persoon best wel het kind betrekt, worden de gevoelens en emoties van kinderen besproken, geven we enkele praktische tips mee en leggen we uit wat een podcast is. Hierdoor biedt het handvaten aan ouders en andere liefhebbende personen om het kind te begeleiden met het gebruik van de podcast en het troostboekje.
Om tot ons product te komen contacteerden we onder andere CODA, PNAT, Ispahan, referentieverpleegkundigen palliatieve zorg, enzovoort. We vergaarden veel informatie voor onze brochure. Naar het einde toe spraken we samen met enkele van deze experten in onze podcast en lieten we afwisselend kinderen hun verhaal doen.
Resultaten
Uit de verschillende informatie en onderzoeken die we gebruikten voor onze bachelorproef concluderen we dat ouders wel degelijk een belangrijke rol hebben bij het overbrengen van informatie naar hun kinderen. De verpleegkundige heeft dan weer een ondersteunende en motiverende rol naar de ouders toe. Ze leggen bijvoorbeeld ouders uit hoe informatie op een correcte manier kan overgebracht worden naar kinderen.
Ook wordt aangetoond dat het belangrijk is wie het nieuws vertelt, wat er wordt verteld en hoe het verteld wordt. De informatie die het kind meekrijgt, zal mee het verloop van het palliatief proces bepalen.
Verpleegkundigen en ouders kunnen efficiënter communiceren naar kinderen toe door tijd vrij te maken voor een gesprek met het kind. Tijdens het gesprek is het belangrijk dat de verpleegkundigen en/of ouders een empathische, actieve luisterhouding aannemen.
Slecht nieuws overbrengen naar kinderen toe is niet eenvoudig. Het is van groot belang dat het slecht nieuws wordt overgebracht naar het kind op een rustig moment en liefst door iemand die dicht bij het kind staat. Wanneer de boodschap wordt overgebracht dient dit op een directe, eerlijke en open manier te gebeuren. Geef het kind de tijd om het nieuws te laten binnenkomen en heb begrip voor de gevoelens en emoties.
Verder bestaan er al veel hulpmiddelen voor kinderen die informatie bevatten over ernstig ziek zijn, de dood en rouw, zoals boeken, muziek, educatieve spellen.
Conclusie
Kinderen betrekken bij palliatieve zorg is zeker een meerwaarde, maar enkel als het kind dit zelf wil. Door kinderen duidelijke en correcte info te geven op maat, voorkom je dat het ze hun eigen fantasie gaan gebruiken. Deze komt namelijk vaak niet overeen met de werkelijkheid, waardoor kinderen een verkeerd beeld kunnen krijgen over palliatief zijn en sterven.
Communicatie met personen met afasie

Context
Methode
Resultaten
Aanbevelingen
- optimaliseren van de communicatie tussen verpleegkundigen en logopedisten,
- transdisciplinair samenwerken,
- aanstellen van een referentieverpleegkundige cva, en
- opnemen van alle patiënten met een cva in een cva-zorgpad.
Noten
- Deze bachelorproef kadert in een ruimer Praktijkgericht Wetenschappelijk Onderzoek (PWO) dat de opleiding Verpleegkunde (Thomas More Mechelen) en de opleiding Logopedie & Audiologie (Thomas More Antwerpen) momenteel uitvoeren. Contact: els.bryon@ thomasmore.be (verpleegkunde) of dorien.vandenborre@thomasmore.be (Logopedie & Audiologie).
- Baeten D. Knelpunten en noden bij de begeleiding van patiënten met afasie na een hersenbloeding. Bachelorproef opleiding verpleegkunde Thomas More Mechelen 2016-2017.
Dementievriendelijk zwemmen

Context
Methode
Resultaten
Conclusie
Vervolg
Noot
- Soete S. Dementievriendelijk zwemmen. Bachelorproef opleiding verpleegkunde Thomas More Mechelen 2016-2017.
Morele stress bij studenten

Context
Methode
Resultaten
Aanbevelingen
- werken aan de coping-skills van studenten omtrent morele moed en veerkracht;
- stagebegeleiders en docenten bijscholen over de risico’s van morele stress bij studenten;
- een milieu proberen te creëren waarin morele moed en veerkracht voldoende aandacht krijgen.
Noten
- Deze bachelorproef kadert in een wetenschappelijk onderzoek naar morele stress van Howest Verpleegkunde. Zie voor meer info www.morelestress.be.
- Calus K. Morele stress bij studenten verpleegkunde tijdens de opleiding. Bachelorproef opleiding verpleegkunde Howest Brugge 2016-2017.
Prehospitaal rekruteren van type II-orgaandonoren
Context
Methode
Resultaten
Conclusie
Noten
- Reed MJ, Lua SB. Uncontrolled organ donation after circulatory death: potential donors in the emergency department. Emerg Med J. 2014;31(9):741-4.
- Extra Corporeal Life Support: het gebruik van een machine die de functie van het hart en/of de longen tijdelijk kan overnemen bij patiënten die in levensgevaar zijn.
Stressvermindering voor snellere wondheling
Context
Methode
Resultaten
Aanbevelingen
Noten
- Van den Broucke E. Promotors: Maes K, Leys J. De invloed van psychologische stress op de wondheling bij chronische diabetische wonden. Bachelorproef opleiding verpleegkunde, Odisee Brussel 2016-2017.
- Lig op de rug, handen op de buik, adem drie tellen in, de buik vult zich als een ballon, houd de adem een tel vast, adem vijf tellen uit.
Ict-hulp voor kinderen met epilepsie

Context
Methode
Resultaten
Conclusie
Noten
- Bertinchamps M, Urlings D, Ennekens S, Vanmal K. Assistieve technologie voor kinderen met non-convulsieve epilepsie en hun omgeving. Bachelorproef opleiding verpleegkunde. UCLL Limburg, 2016-2017.
- www.epihunter.com.
Snoezelen in de kinderpsychiatrie ter voorkoming van escalatie
Context
Methode
Resultaten
Conclusie
Noten
- De Bie K. Snoezelen? Hoe doe je dat? Een richtlijn voor groepsleiding binnen de kinderpsychiatrie. Bachelorproef opleiding bachelor na bachelor geestelijke gezondheidszorg en psychiatrie. UCLL Leuven, 2017-2018.