Hoe ziekenhuishygiëne in dertig jaar tijd evolueerde

07-03-2022

In april trekken Frank Van Laer en Mia Vande Putte de deuren van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA) en het Universitaire Ziekenhuizen Leuven (UZL) achter zich toe. Deze twee boegbeelden op het vlak van ziekenhuishygiëne gaan dan met pensioen. Hun rijkgevulde carrière is er een van hoogtepunten en af en toe ook een minder moment. Ze zagen een duidelijke positieve evolutie in de sector, zowel op wetenschappelijk als op juridisch en organisatorisch vlak. Een terugblik en goede raad voor de nieuwe generatie ziekenhuishygiënisten.

Frank Van Laer zag in zijn dertigjarige carrière heel wat veranderen. Hij kwam in het UZA terecht via zijn werk voor het Instituut voor Tropische Geneeskunde Antwerpen. Als een van de weinigen in ons land bezat hij op dat moment kennis over HIV en aids, iets waar in ziekenhuizen toen zeer angstig mee omgegaan werd. Frank trok door heel Vlaanderen om opleidingen te geven en vergaarde niet alleen veel expertise, maar ook aanzien. “Toch vind ik de belangrijkste evolutie in onze job de digitalisering van de registratie en stipte opvolging van ziekenhuisinfecties”, zegt Frank. “Intern werkten we een alarmsysteem uit en ook op overheidsniveau is er een en ander geoptimaliseerd. We zitten vandaag met zeer verfijnde procedures in een overzichtelijk en digitaal documentbeheersysteem. De tijd dat we met een heleboel kaften moesten werken, is definitief voorbij.”

Dertig jaar geleden was ziekenhuishygiëne een nobele onbekende in het zorglandschap. Vandaag weet iedere zorgverlener ziekenhuishygiënisten vlot te vinden en te raadplegen. “Het resultaat van goede mond-tot-mondreclame”, lacht Frank. “Maar vooral ook omdat ze weten dat we diverse problemen behandelen en aankunnen. De creatie van de functie referentieverpleegkundige ziekenhuishygiëne speelde een belangrijke rol om ons vak te promoten.” Ook Mia ondervond die opmars van het beroep. Toen ze startte was de ze enige in het UZ Leuven, vandaag werkt er een team van tien mensen, waarvan zes verpleegkundigen. “We zijn een volwaardige dienst geworden”, zegt Mia. “In het begin was het best een eenzame job, maar dat maakte ook wel dat ik elders contacten en kennis ging zoeken. Zo ben ik al 35 jaar lang lid van de werkgroep Infectiebeheersing van de Hoge Gezondheidsraad. Dat is al lang geen grijze muis meer. Samen met zorgverstrekkers uit vele andere disciplines gaven artsen en verpleegkundigen ziekenhuishygiëne inhoudelijk vorm aan de hand van vele Aanbevelingen. Ik kwam ook terecht in de werkgroep infectiepreventie van het NVKVV en andere samenwerkingen buiten het UZ Leuven raakten steeds beter georganiseerd waardoor er een echt netwerk ontstond. Denk maar aan de verplichte federale en regionale vergaderingen ziekenhuishygiëne en de verplichte vertegenwoordiging van ziekenhuishuishygiëne in organen van het ziekenhuis, zoals het comité Medisch Materiaal. Voor mij werkten die externe werkgroepen verruimend, inspirerend en bemoedigend.”

Variatie

Ook de wetenschap staat niet stil. Op dat vlak vonden in al die jaren belangrijke evoluties plaats. “Zoals het vinden van info, maar ook publicaties en kennis die steeds toegankelijker werden. Denk maar aan de oprichting van Noso Info”, licht Mia toe. Frank denkt op zijn beurt aan de evolutie van materialen, die niet stilstaat. “Dat is toch een groot deel van ons werk en vraagt een zeer ruime kennis, maar ook een nauw contact met de andere diensten van het ziekenhuis. Er zijn veel vertegenwoordigers en leveranciers. Je moet de verschillen onderzoeken en dan de beste prijs-kwaliteitverhouding selecteren. Daarin speelt bijvoorbeeld ook de beschikbaarheid van didactisch materiaal mee. Misschien leeft daar nog een verkeerde perceptie van onze job. We schrijven niet gewoon van achter een bureau richtlijnen uit. Dit gebeurt in ziekenhuishygiëne, maar het is ook absoluut veel meer dan handhygiëne. Het is een dynamische, gevarieerde job met veel contacten, afwisseling en multidisciplinair overleg. Je behandelt verschillende problematieken en helpt veel mensen vooruit. Het introduceren van nieuwe materialen en werkwijzen is een heel secuur proces.”

Ploeteren door COVID-19

Waren er dan geen dieptepunten? “Zeker wel, dat heb je in iedere carrière”, zegt Frank. “Voor mij persoonlijk was dat het onverwachte overlijden van mijn collega. Dat liet een diepe indruk na. Niet alleen het gemis van die persoon, maar ook de kennis die van de ene dag op de andere verdween was een zware dobber. Daarnaast laat ook covid zijn sporen na. Aan de start van de pandemie denk ik dat we het allemaal wel spannend vonden omdat we niet wisten wat er precies op ons af kwam. Intussen leven we er al twee jaar mee en is het niet eenvoudig om de regels van Sciensano en de wisselende beschikbaarheid van materiaal af te stemmen op de regels binnen het ziekenhuis. Je wil geen foute informatie verspreiden, maar de richtlijnen veranderen zo vaak dat het ook voor hygiënisten soms niet meer duidelijk is. Bovenal is het lastig dat ander werk blijft liggen.”

Ook voor Mia waren er in de geschiedenis van de ziekenhuishygiëne enkele laagtepunten zoals aids, de uitbraak van MRSA of covid. “Daarin volg ik Frank. Die wisselende adviezen, inzichten en materialen voor COVID-19 zijn haast niet bij te houden”, zegt ze. “Het was vaak ploeteren en overleven, zonder duidelijke procedures. Tegelijk leidden deze periodes tot een revival van ziekenhuishygiëne. Het advies van het team ziekenhuishygiënisten werd incontournable bij de beslissingen. Een hoogtepunt was het KB in 2007, waarin de opdracht van ziekenhuishygiënisten en de opleiding die ze moesten volgen werd omschreven. Dat was echt een nieuwe start voor onze job. Ook op vlak van materiaal ben ik het eens dat er veel zaken ten goede veranderden. Denk maar aan handalcohol, wegwerpmaterialen of unidosissen. Op persoonlijk vlak ben ik best fier op mijn werk in de opleiding tot ziekenhuishygiënist en op mijn boek Van hygiëne tot infectiepreventie, dat in de opleiding verpleegkunde gebruikt wordt en waardoor ik de betekenis van goede zorg en ziekenhuishygiëne kan doorgeven. Maar bovenal kijk ik tevreden terug op mijn missies in China en Rwanda sinds 2009. Het contrast met onze situatie was best confronterend en dat geldt in beide richtingen: we hebben vaak zoveel mogelijkheden en maken er niet optimaal gebruik van.”

Zoek uitdagingen

Mede door de pandemie blijven de doelen die Frank en Mia nog wilden bereiken wat liggen. Zo had Frank graag nog een procedure uitgewerkt rond het gebruik van zijleidingen. Dat hoopt hij nu door te geven aan zijn opvolger, die hij volop opleidt. Ook voor nieuwe ziekenhuishygiënisten heeft hij nog goede raad klaar. “De start als ziekenhuishygiënist kan overweldigend zijn. Je wordt er echt in gesmeten en er zijn de verplichte registraties en procedures die je onder de knie moet krijgen. De praktijk vormt je, maar reken op drie jaar eer je het echt in de vingers hebt. Er duiken ook altijd nieuwe zaken op. Zo werkte ik mee aan het behalen van de accreditatie voor het ziekenhuis, mede door aan goede preventie te doen. Of zat ik middenin de legionellaproblematiek in het UZA. Toen is zelfs de CDC (Centers for Disease Control and Prevention) uit de Verenigde Staten overgevlogen om deze outbreak te onderzoeken. Outbreaks maak je altijd wel mee en je documenteert die. De oorzaak vinden is niet eenvoudig en vaak frustrerend, maar als het lukt, heb je wel heel wat levens gered. Zo ontdekten we een ontsmettingsmiddel dat besmet was tijdens het productieproces bij de fabrikant. Mijn advies voor de nieuwe generatie: ga de uitdagingen aan en blijf nieuwsgierig. Verleg je grenzen.”

Mia treedt Frank graag bij en benadrukt het belang van ook eens buiten het ziekenhuis te gaan kijken. “Lees veel en omring je met de juiste informatie en inspiratie. Werk met zorgvuldige protocollen voor professionals. Weet wat je wil, maar wees ook bereid tot een akkoord te sluiten. Je moet beseffen dat je bij ziekenhuishygiëne mensen moet overtuigen tot een gedragsverandering. En dat vraagt geduld en vertrouwen. Wanneer je zorgverstrekkers meermaals goede adviezen gegeven hebt, accepteert of vraagt men zelfs dat je ook toezicht houdt. Het zijn de twee accenten in onze opdracht. Maar mijn belangrijkste goede raad? Ga projectmatig te werk, handel op de lange termijn en hanteer een multidisciplinaire visie.”